Wat maakt een bewonersinitiatief succesvol in de energietransitie?

Waarom werkt het ene initiatief goed en het andere minder? Platform31 lichtte de werkzame elementen uit de onderzochte Bewoners-voor-bewonersinitiatieven. Zo krijgt de professional en beleidsmaker zicht op wat werkt aan bewonersinitiatieven in de energietransitie, en krijgen actieve bewoners inzicht in waar de kracht van hun initiatief ligt en mogelijk waar nog aan gewerkt kan worden. Hieronder leest u de belangrijkste resultaten van het literatuuronderzoek. Geïnteresseerd in alle uitkomsten? Download dan het uitgebreide literatuuronderzoek Bewoners-voor-bewoners initiatieven in de energietransitie.

Liever luisteren?

In dit luisterartikel leest onderzoeker Merel Ooms de belangrijkste resultaten voor. Zo vertelt ze wat werkt bij bewonersinitiatieven in de energietransitie voor de professional en beleidsmaker. Voor actieve bewoners maakt ze duidelijk wat de kracht van hun initiatief is en wat mogelijke verbeterpunten zijn.

Bewonersinitiatieven spelen een actieve rol bij bijvoorbeeld het (collectief) installeren van zonnepanelen of het nemen van maatregelen voor energiebesparing. Bewonersinitiatieven hebben de naam goed te kunnen zorgen voor meer draagvlak en betrokkenheid van andere bewoners bij de energietransitie, we noemen ze hier daarom ‘bewoners-voor-bewoners-initiatieven’ (BvB-initiatieven). Maar hoe succesvol zijn BvB-initiatieven nu echt en waar komt dit door? Er wordt veel onderzoek gedaan naar BvB-initiatieven, maar over hun succes (met andere woorden: effectiviteit en impact) is nog weinig bekend. Wetenschappelijke literatuur op dit vlak is nog te schaars, over de effectiviteit en impact van BvB-initiatieven kunnen daarom geen definitieve uitspraken worden gedaan.

Platform31 zocht het uit door in de literatuur te duiken en experts te spreken die direct of indirect betrokken zijn bij BvB-initiatieven. Daaruit komen drie belangrijke mechanismen naar voren die invloed lijken te hebben op het succes van BvB-initiatieven: de sociale netwerken van de betrokken bewoners, de mate waarin het initiatief aansluit bij ‘wat er leeft’ in de wijk en de inzet van hulpbronnen. Meer inzicht in de werking van BvB-initiatieven is van belang, zodat gemeenten goed kunnen verantwoorden waarom zij hen ondersteunen en welke effecten verwacht kunnen worden. Door meer inzicht te krijgen in wat werkt, kunnen overheden ook gerichtere ondersteuning bieden aan de initiatieven, zoals het bijdragen aan de vorming van sterke sociale netwerken in een wijk of professionalisering.

Sociale netwerken

Mensen zijn groepsdieren. Bij BvB-initiatieven komt sociale beïnvloeding dan ook als belangrijk mechanisme naar voren. Daarbij helpt het als enkele koplopers een ambassadeursrol op zich nemen. De ambassadeur betrekt anderen bij het initiatief en helpt daardoor het initiatief verder. Sociale beïnvloeding kan door familie of vrienden plaatsvinden, maar ook door wijk-, buurt-, stads- of dorpsgenoten die actief zijn in een initiatief. Deze koplopers of ambassadeurs zijn de dragende kracht van bewonersinitiatieven. Bewoners nemen graag dingen over van hun medebewoners, maar daarvoor moeten wel enkele koplopers aanwezig zijn om hen te overtuigen (en vaak ook om als eerste de stap te zetten).

In de literatuur wordt een hecht sociaal netwerk het meest besproken: in het bijzonder hoe dit netwerk sociale beïnvloeding uitoefent op mede-wijkbewoners. In een wijk met een grote mate van sociale cohesie sluiten bewoners eerder aan bij een bewonersinitiatief en nemen daarmee ook deel aan de energietransitie. Bewoners worden beïnvloed door anderen die op hen lijken en door mensen die dichtbij hen wonen. Dat laatste effect is interessant: door beïnvloeding van buren zullen bewoners zich eerder aansluiten bij een BvB-initiatief en het daarmee succesvoller maken.

Aansluiten bij wat er leeft

Een ander mechanisme binnen veel initiatieven is ‘aansluiten bij wat er leeft onder bewoners’. Direct betrokkenen weten wat andere wijkbewoners belangrijk vinden en waar ze zich zorgen over maken en sluiten daarop aan met een persoonlijke aanpak. Daarmee motiveren ze medebewoners effectief om actief te worden of een initiatief te steunen. Aansluiten bij de lokale waarden en referentiekaders van bewoners zorgt ervoor dat het initiatief ingebed raakt in een wijk en kan rekenen op ondersteuning door de gemeenschap, de lokale overheid, financiële organisaties, scholen en andere lokale instituties. Met andere woorden: het is van belang dingen te doen zoals men gewend is ze te doen binnen de gemeenschap.

Inzet hulpbronnen

Het mechanisme ‘sociale beïnvloeding’ gaat in feite over het ‘wie’ terwijl het mechanisme ‘aansluiten bij wat er leeft’ over het ‘wat’ gaat. Maar ook het ‘hoe’ lijkt van belang. In de bestudeerde literatuur zien we veel mechanismen terugkomen die betrekking hebben op de organisatie van de initiatieven en de hulpbronnen om het initiatief tot een succes te maken. De aanwezigheid van voldoende sociaal kapitaal en verschillende competenties bij een initiatief lijkt volgens de bestudeerde literatuur een belangrijk mechanisme. Het aanwezige ‘sociaal kapitaal’ (kennis en contacten van de mensen binnen het initiatief) verstevigt het bewonersinitiatief, doordat bewoners meer toegang hebben tot belangrijke netwerken, zoals bij een gemeente. Behalve de kennis, lijken ook de aanwezige competenties in de organisatie een rol te spelen. De initiatieven hebben baat bij verschillende soorten mensen die elkaar aanvullen. Een divers initiatief (op het gebied van competenties) bestaat bijvoorbeeld uit verbinders, ondernemers en techneuten.

Externe en organisatorische hulpbronnen lijken ook van belang. Externe hulpbronnen zijn bijvoorbeeld ondersteuning van de lokale overheid of de lokale bevolking, een subsidie of een financiële tegemoetkoming aan één of meerdere betrokkenen bij een initiatief. Het kunnen ook professionele partners zijn die het initiatief een steuntje in de rug geven door toegang te bieden tot kennis, capaciteit en voorfinanciering. Organisatorische hulpbronnen zijn er vooral binnen het initiatief. Dit zijn bijvoorbeeld de aanwezigheid van (één of meerdere) kartrekkers, de beschikbare tijd bij initiatiefnemers en financiële middelen. Een professionele organisatie van het initiatief kan daarnaast de steun vanuit de lokale bevolking vergroten, bijvoorbeeld door met behulp van een website of sociale media beter zichtbaar te zijn, of door een gedeelde visie en concrete doelen te hebben waar mensen zich bij kunnen aansluiten.

Uitkomsten

Uit gesprekken met initiatiefnemers van drie BvB-initiatieven, aangevuld met literatuur en gesprekken met experts uit het energiedomein, blijkt dat drie groepen uitkomsten worden bereikt door deze initiatieven. De eerste groep uitkomsten is meer technisch van aard en gaat over duurzame opwek van energie (bijvoorbeeld via collectieve wind- of zonprojecten) en over energiebesparing door fysieke ingrepen. De tweede groep uitkomsten gaat over het gedrag van bewoners. Deze groep uitkomsten is onderverdeeld in bewustwording van het belang van de energietransitie en energiebesparing door energiebewust gedrag. De derde groep uitkomsten bevat andere maatschappelijke waarden waar veel initiatieven (niet altijd bewust) aan bijdragen, zoals een bijdrage aan sociale innovatie (nieuwe manieren van samenwerking om maatschappelijke doelen te bereiken), borging van het vraagstuk energietransitie in de maatschappij (los van de politieke wind die er waait) en het ondersteunen van actief burgerschap van medebewoners.

Kijken bij andere domeinen

In de literatuurstudie zijn BvB-initiatieven onderzocht die actief zijn in de energietransitie. Platform31 kijkt echter altijd over de schutting van domeinen heen. Daarom is ook in dit project gekeken naar werkzame mechanismen van bewonersinitiatieven in bijvoorbeeld de zorg en het sociaal domein. Dat levert interessante inzichten op. Wat lijkt te werken in andere domeinen, zijn drie factoren in de organisatorische vormgeving: de formalisatie van de organisatie (bijvoorbeeld in een stichting, coöperatie of vereniging), de aanwezigheid van een fysiek-sociale infrastructuur (een fysieke plek) en de mate waarin er exposure plaatsvindt (bijvoorbeeld het hebben van een website). Daarnaast wijst wetenschappelijke literatuur op het belang om als initiatief snel activiteiten te starten, zodat wijkbewoners weten wat er speelt en resultaten kunnen zien.

Tot slot: randvoorwaarden

Voor een werkend recept van een BvB-initiatief is meer nodig dan de hiervoor beschreven mechanismen. Zo dienen ook de randvoorwaarden op orde te zijn. De onderstaande randvoorwaarden lijken van belang:

  • Beschikbare technische ondersteuning: professionele partijen moeten initiatieven ondersteunen om technische belemmeringen te verhelpen.
  • Er moeten financiële arrangementen beschikbaar zijn die het initiatief helpen de ingrepen te bekostigen (individueel of collectief).
  • Lokaal en provinciaal beleid en nationale wet- en regelgeving moeten faciliterend (in elk geval niet belemmerend) werken.
  • Marktfalen (bijvoorbeeld de prijs van een warmtepomp is te hoog) moet worden opgelost.
  • Een gelijk en eerlijk speelveld waarbij bewonersinitiatieven evenveel kansen hebben om een rol te spelen in de energiemarkt als een (energie)bedrijf.

Gehanteerde aanpak: Realist Review methode

Om te kunnen achterhalen waarom BvB-initiatieven succesvol zijn en welke effecten zij bereiken, is een lichte variant van de wetenschappelijke Realist Review methode gebruikt. Hierbij wordt in de literatuur en met experts een verklaring gezocht voor waarom een interventie leidt tot bepaalde uitkomsten, door te onderzoeken welke mechanismen hiervoor zorgen. In de Realist Review methode wordt een programmatheorie opgesteld, die aangeeft welke relaties je verwacht tussen de interventie, de verklarende mechanismen en de uitkomsten. Vervolgens wordt in de literatuur en gesprekken met experts ‘bewijsmateriaal’ gezocht voor relaties tussen mechanismen en uitkomsten. Figuur 1 toont op basis van de eerder besproken resultaten uit literatuur en gesprekken met experts en initiatiefnemers de opgestelde programmatheorie. Om verbanden aan te tonen tussen individuele mechanismen en uitkomsten, is meer onderzoek nodig dat zich diepgravend genoeg op individuele relaties richt. Figuur 1 geeft wel aan hoe de interventie (het BvB-bewonersinitiatief) via een groep mechanismen tot uitkomsten leidt.

Figuur 1 Programmatheorie