Vroegsignalering: een estafetteloop

Huisuitzettingen, verwarde mensen op straat, vervuiling. Er zijn tal van problemen die wellicht minder omvangrijk hadden kunnen zijn, als professionals in de wijk er eerder bij waren geweest. Vaak ontbreekt echter een (intensieve) samenwerking rondom wonen en zorg, met escalatie van problemen tot gevolg. Dit maakt dat vroegsignalering steeds hoger op de agenda is komen te staan. Waarom en wat kunnen we eraan doen?

Vormgeving vanuit verschillende domeinen

Vroegsignalering is niet nieuw, maar moet sinds 2015 wel opnieuw worden vormgegeven. Door de hervorming van de langdurige zorg en decentralisaties in het sociaal domein is het zorglandschap veranderd en zijn – dankzij aanbestedingen – nieuwe partijen actief geworden in de wijk. Het moet uitkristalliseren wie wanneer aan zet is en wie het stokje van wie overneemt. Vroegsignalering krijgt daarbij vanuit verschillende domeinen vorm. Denk aan de aanpak mensen met verward gedrag of het voorkomen van huisuitzettingen. Het zorgt voor verschillende aanpakken in de wijk. De doelgroep kan verschillen, en daarmee ook de signalen en de betrokken partijen. Tegelijkertijd blijft het doel hetzelfde: zorgen dat iemand op tijd ondersteuning krijgt.

Cruciale momenten

Vroegsignalering lijkt een eenvoudig proces van het tijdig opmerken van signalen, deze interpreteren en, wanneer er sprake is van een zorgelijke situatie, melden aan een instantie die de nodige ondersteuning kan bieden. Maar zo eenvoudig is het in de praktijk niet. Het proces van vroegsignalering kent een aantal cruciale momenten die ervoor zorgen dat mensen de ondersteuning ontvangen die zij nodig hebben. Of niet. Het is als een estafetteloop waarbij op elk wisselmoment het stokje op de grond kan vallen. Denk aan signalen die niet worden herkend of begrepen, doorgegeven aan de verkeerde instantie, of vanwege een wachtlijst of gebrek aan capaciteit niet worden opgepakt. We lichten een paar uitdagingen uit.

Uitdaging 1: kennislacune in de wijk

Voor het tijdig kunnen signaleren van mogelijke problemen is kennis nodig. Met de hervorming van de langdurige zorg wonen meer mensen met een zorgvraag in de wijk en hebben zij soms ook een zwaardere hulpvraag dan voorheen. Van de mensen die signaleren, vraagt dit meer en soms ook andere kennis. Zeker waar het gaat om psychiatrische problematiek is deze kennis niet altijd voorhanden. Onderzoek van Nivel uit 2018 laat bijvoorbeeld zien dat driekwart van de verpleegkundigen, verzorgenden, begeleiders en praktijkondersteuners in de wijk knelpunten ervaart in de vroegsignalering van complexe psychische problematiek bij mensen in de wijk. Gebrek aan expertise is daarvan de belangrijkste reden.

Uitdaging 2: Niet één signaal, maar een optelsom

Bij complexe problematiek er veelal niet sprake van één signaal, maar van meerdere. Elk signaal op zich hoeft geen reden te zijn om een melding te maken of tot actie over te gaan, maar de opeenstapeling van signalen wel. Uitwisseling van informatie tussen partijen is dan nodig om die verschillende (kleine) signalen bijeen te brengen en te duiden. Geen nieuw gegeven voor partijen in de wijk, getuige de verschillende multidisciplinaire casuïstiekoverleggen die er zijn. Maar de AVG heeft dergelijke overleggen wel doen haperen, vanuit de gedachte dat persoonsgegevens niet langer mogen worden uitgewisseld. Het zorgde ervoor dat problemen die al bekend waren, toch niet werden opgepakt. Een situatie die voorkomen kan worden door duidelijke richtlijnen op te stellen over welke informatie onder welke condities mag worden uitgewisseld.

Verschillende signalen kunnen ook binnen één organisatie worden opgevangen door verschillende personen. Denk aan woningcorporaties, waarbij de ene medewerker zicht heeft op de staat van de woning en een ander op eventuele huurachterstanden. Om te bepalen of verdere stappen nodig zijn, moeten verschillende signalen intern verzameld en gezamenlijk geduid worden. In de Handreiking huiselijk geweld voor corporaties beschrijft Kadera een stappenplan hoe corporaties met huiselijk geweld (maar ook andere signalen) intern en binnen de bestaande samenwerkingsverbanden om kan gaan.

Uitdaging 3: olifantenpaadjes

Een derde uitdaging zijn de olifantenpaadjes. Wanneer mensen problemen signaleren, bewandelen zij de paadjes die ze kennen. Dat zijn niet altijd de routes die bedacht zijn als ‘meldroute’. Niet acute meldingen moeten vaak bij het sociaal wijkteam of – in het geval van verward gedrag – het regionaal meldnummer worden gedaan; acute meldingen bij de regionale crisisdienst. In de praktijk komt een deel van deze meldingen echter bij woningcorporaties en de politie terecht. In hoeverre sluiten daar de gemaakte (samenwerkings)afspraken op aan en wordt het estafettestokje bijvoorbeeld van de corporatiemedewerker overgenomen door het sociaal wijkteam?

Opbouw van wijknetwerken

Een antwoord op deze uitdagingen (en andere) wordt geboden door wijknetwerken, zoals in ‘s-Hertogenbosch, waar het niet uitmaakt via welke route iemand binnen komt of wat iemand nodig heeft. Het netwerk draagt er zorg voor dat voor elke casus een passend antwoord wordt geregeld. Een werkwijze waar een voorbeeld aan genomen kan worden.

Experiment Weer Thuis

Dit artikel is geschreven in het kader van het Experiment Weer Thuis. In dit experiment onderzoekt Platform31 samen met experimentpartners de ontwikkelingen in het wonen en wijkarrangementen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Begin 2021 komt Platform31 met een publicatie over wijkarrangementen voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Vroegsignalering is één van de thema’s die in de publicatie worden uitgewerkt en van inspirerende voorbeelden worden voorzien.