Voorbij het Hornbach-project; wie pakt de regie op het verbrede speelveld?

Versnellen op innovatiethema’s voor langer thuis wonen

‘Zie het Langer thuis laten wonen van ouderen vooral niet als een ‘Hornbach project’, stelde Gerard van Bortel van de TU Delft. Het is geen pasklaar product. Hij reflecteerde op de innovatieve werkwijzen die werden gepresenteerd tijdens de eerste themabijeenkomst van het innovatieprogramma Langer thuis | de inclusieve wijk op 17 september jl. De 24 gebiedscoalities die werken aan een beter thuis voor kwetsbaren waren bijeen voor de aftrap van het programma.

“Werken aan het langer thuis wonen is in feite nooit af. Het is een blijvend proces dat je als gemeente, zorgverleners, welzijn en corporaties vast moet houden.” Hoe je dat doet? “Gebruik uw professioneel boerenverstand en organiseer een energie-gevend proces”. Het Atelier Rijksbouwmeester voegde hier nog een inzicht aan toe: “Het speelveld voor het programma Langer thuis is verbreed. Naast de overheid en de markt, heeft nu ook de gemeenschap een cruciale positie. Welke van deze partijen heeft dan de regie? Wie maakt de spelregels? Dat zijn vragen om over na te denken.”

Aan de slag met vijf thema’s

Deze startbijeenkomst stond in het teken van de concretisering van de plannen van de gebiedscoalities die in het voorjaar van 2019 zijn geselecteerd om mee te doen. De inhoud van het programma is gemaakt op basis van de behoeften van de coalities. Hieruit zijn vijf samenhangende, maar ook los te onderscheiden thema’s geïdentificeerd. Platform31 presenteerde tijdens de bijeenkomst de inhoud, die samen met diverse kennispartners worden uitgewerkt:

De 24 participerende gebiedscoalities staan nu voor de keuze om een van de vijf innovatiethema’s en/of de leerlijn innovatief organiseren te vatten in een plan. “Wat ik van u wil horen: op welk innovatiethema gaat u komend jaar versnellen”, gaf Netty van Triest, ontwikkelaar van het programma, van Platform31 als opdracht mee.

speelveld
Verbreed speelveld voor langer thuis, Atelier Rijksbouwmeester, Jasper Klapwijk en Milou Joosten

Food for thought

Twee inspiratie-lezingen brachten food for thought. Het Atelier Rijksbouwmeester sprak over de uitkomsten en geleerde lessen van de Ideeënprijsvraag WhoCares voor nieuwe vormen van wonen, zorg en ondersteuning. Langer thuis zien wij als ‘De kunst van het samenleven’, ontwerp levert daar verbeeldingskracht voor. De vier lessen en opgaven vanuit hun programma:

  1. Diversiteit; aanpassen aan de Westerse norm of leren voor elkaar te zorgen?
  2. Techniek; met de juiste techniek kun je tot na je honderdste zelfstandig blijven wonen
  3. Grond is schaars en duur; hoe verdelen we de locaties en het geld?
  4. Het speelveld is verbreed, wie heeft de regie: overheid of zelforganisatie van bewoners.

Gerard van Bortel (TU Delft) en Ivonne Couwenberg van het BlomBerg Instituut gaven een reflectie op het innovatief organiseren en leren. Zij brachten inzichten over hoe methoden als Design Thinking zijn te borgen in het projectteam dat aan de lat staat. De kracht van deze nieuwe methoden ligt in het verbinden van de leefwereld (waarden, belangen, drijfveren, talenten) van bewoners met de systeemwereld (regels, producten, diensten, systemen, processen, procedures). Met toepassen van Design thinking alleen ben je er nog niet. Richt je ook op de context en randvoorwaarden, daarvoor stelden zij lijstje met aanbevelingen op:

  • Analyseer eerst de aard van het probleem;
  • Inventariseer stand van de kennis: eerder uitgeprobeerde oplossingen, geleerde lessen, best practices;
  • Stel de vraag: Is Design Thinking de meest geschikte methode hiervoor?
  • Als je Design Thinking toepast, bereid je stakeholders voor op een rommelig (niet-lineair, iteratief) en kritisch proces;
  • Denk goed na over de meest geschikte werkvormen. Pas op voor overkill van ‘fancy’ werkvormen, voorzie momenten van rust en reflectie en zorg voor ervaren begeleiders.

Wens

Netty van Triest van Platform31 sprak aan het eind, namens het gehele projectteam, haar wens voor dit programma uit: “Over 1,5 jaar willen wij kunnen zien dat er een perspectief is op goed wonen, bloeiende huizen van de wijk en levendige gemeenschappen.”