Video masterclass ‘Samen naar een slimme stad’

We bevinden ons midden in een digitale transitie. Hoe gaan gemeenten om met de veranderingen die dit meebrengt? Op welke manier benut je kansen? Tijdens de recente masterclass ‘Samen naar een slimme stad’ zijn antwoorden en ervaringen in kaart gebracht. De integrale sessie is nu online terug te zien.

De digitale transitie is volop gaande. We zien dat data en technologie onze samenleving en ook steden en dorpen snel doen veranderen. Die veranderingen raken iedereen, ook gemeenten. Deze veranderingen zijn geen keuze en geen verhaal van de verre toekomst, maar de actuele realiteit in elke gemeente. Het zijn uitdagingen waarmee elke afdeling aan de slag moet, anders blijven kansen liggen. Digitalisering en technologisering kunnen bijvoorbeeld helpen om processen efficiënter te laten verlopen, beter inzicht te krijgen in beleidsdoelen en effectiever budgetten te besteden. Maar hoe overtuigt u uw collega’s hiervan? Daarvoor organiseerden we de masterclass ‘Samen naar een slimme stad’. In dit filmpje ziet u de opgenomen beelden van de plenaire gedeeltes.

Inhoud masterclass

De masterclass start met een presentatie van Jeroen Weekers (gemeente Eersel) over het Rural Data Center Kempengemeenten, waar in samenwerking met het CBS gewerkt wordt aan een vaste structuur om data-gedreven werken te faciliteren. Zij richten zich hierbij op maatwerk in beleid, kwaliteit van dienstverlening en transparantie in communicatie, met als doel om inzicht te bieden in de (langetermijn)effecten van beleidskeuzes.

Na deze presentatie zijn de deelnemers uitgenodigd om in groepjes in gesprek te gaan over de inzet van data voor maatschappelijke vraagstukken. Hoe verbind je inhoudelijke en technische mensen om zo gericht data in te kunnen zetten voor maatschappelijke vraagstukken? Deze quote van een deelnemer geeft een indruk van wat er in deze groepjes besproken is: ‘’Door het gebruik van data kan er anders naar een probleem worden gekeken, waardoor beleidsvragen effectiever en efficiënter kunnen worden beantwoord.’’

In het laatste gedeelte besteedt Linda Kool van het Rathenau Insitituut aandacht aan de borging van publieke waarden bij digitale innovatie in de stad. Het bewustzijn hierover groeit, en steden beginnen steeds vaker grenzen te stellen aan digitale technologie. Om richting te geven aan digitale innovatie zijn landelijke dataprincipes vastgelegd. De praktijk is echter vaak heel complex. Aan de hand van praktijkvoorbeelden wordt gekeken naar de rol van de gemeente en de afwegingen die zij moet maken om het publieke belang voorop te stellen. De belangrijkste les: als je gaat experimenteren zet het professioneel op.

Lessen uit de masterclass

Les 1: Creëer bewustwording

Het gebruik van smart city toepassingen en data is niet meer iets van de toekomst. Dat is nu aan de hand. Het is van belang dat beleidsmakers én inwoners van gemeenten weten dat dit beschikbaar is en gebruikt wordt. Dat niet alleen, mensen moeten zich ook een weg weten te banen binnen alle beschikbare toepassingen en data. Dat is nu in lang niet alle gemeentes het geval. Hiervoor moet bewustwording worden gecreëerd.

Les 2: Bevorder samenwerking

Er moet meer samenwerking komen tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente, tussen data-experts en beleidsmakers, en beleidsmakers en politiek. Maar ook met externe partijen en andere gemeentes. Op deze manier kan beter van elkaar worden geleerd op het gebied van data en beleid, en kunnen er verbindingen worden gemaakt tussen verschillende visies en data.

Les 3: Standaardiseer data

Er is behoefte aan het standaardiseren van data, zodat verschillende afdelingen binnen een gemeente data met elkaar kunnen delen en kunnen vergelijken. Op deze manier is het makkelijker voor verschillende afdelingen om samen te werken en te (zie hierboven) en op die manier tot beter (datagedreven) beleid te komen.

Les 4: Maak data concreet

Als de data eenmaal beschikbaar is, is het van belang er ook daadwerkelijk iets mee te doen. Data op zichzelf is weinig zeggende info, maar zet het in een bepaalde context en je kunt er iets mee. De concretisering van data is daarom van belang. Als data gekoppeld word aan bepaalde beleidsdoelstellingen kan er daadwerkelijk iets mee gebeuren. Het is daarbij goed om te beseffen dat data ook kan sturen. De manier waarop een onderzoekvraag wordt gesteld, de keuzes voor welke data die vraag moet beantwoorden en de manier waarop het wordt gevisualiseerd – het bepaald allemaal het de analyse en de conclusies die op basis van de data worden genomen.