“Versterkte lokale verankering is geen belemmering voor collegiale ondersteuning”

Interview met Wim Hazeu en Ger Peeters, bestuurders Wonen Limburg, Roermond

Collegiale ondersteuning of matching zijn beladen woorden. Bij collegiale ondersteuning spelen niet alleen opgaven en middelen, maar ook drijfveren een belangrijke rol. Platform31 brengt bijzondere voorbeelden in beeld en interviewt bestuurders over hun drijfveren. Hieronder leest u het zesde interview in de serie over collegiale ondersteuning met Wim Hazeu en Ger Peeters, bestuurders van Wonen Limburg.

Wat vinden de bestuurders van Wonen Limburg van collegiale ondersteuning?

Wonen Limburg heeft geen winstdoelstelling, zegt Wim Hazeu. Wij bieden mensen ‘een thuis’ en dat is in onze ogen meer dan een huis. Bij Wonen Limburg kijken we eveneens naar de sociale opgave van de huurders die we huisvesten, zoals vraagstukken over eenzaamheid of armoede. En naar bredere, aan wonen gerelateerde maatschappelijke opgaven als bevolkingskrimp of milieu. De mens staat centraal, het vastgoed is een middel om maatschappelijke doelen te realiseren.

Net als alle andere corporaties zijn wij er primair om maatschappelijke meerwaarde te realiseren, vult Ger aan. En vanuit die invalshoek is Wonen Limburg aanspreekbaar op woonvraagstukken die blijven liggen. Bijvoorbeeld doordat collega-corporaties die niet kunnen of willen oppakken. Daarbij focussen we ons op de provincie Limburg als het werkgebied van de corporatie. Doordat wij in de hele provincie actief zijn, kunnen we die vraagstukken zo nodig ook makkelijk zelf oppakken.

Ziet Wonen Limburg ook buiten Limburg voor zichzelf een rol weggelegd op het gebied van collegiale ondersteuning?

Onze prioriteit ligt bij Limburg. In dat werkgebied liggen nog genoeg opgaven waar we mee aan de slag kunnen. De gevolgen bijvoorbeeld van de bevolkingskrimp, niet alleen voor de sociale huursector, maar ook voor de woningen van eigenaar-bewoners. En ook de verduurzaming van de woningvoorraad wordt de komende jaren een aanzienlijke opgave. Limburg is dus nog niet af. En voor je een opgave elders oppakt is het van belang de opgaven in het eigen werkgebied op orde te hebben. Daarmee sluiten we onze ogen voor de opgaven in andere delen van het land niet. We kunnen ons voorstellen dat de opgaven in bijvoorbeeld Groningen als gevolg van de aardgaswinning of in de regio Rotterdam de draagkracht van de lokale corporaties te boven gaat. Wanneer daarvoor een beroep op Wonen Limburg wordt gedaan, dan staan we daar niet bij voorbaat afwijzend tegenover, maar het heeft niet onze prioriteit.

Is Wonen Limburg in het recente verleden betrokken geweest bij collegiale ondersteuning?

We hebben in de afgelopen jaren op een paar plaatsen een helpende hand toegestoken. Zo hebben we bijvoorbeeld van Woonpunt afgelopen jaren in enkele tranches specifieke delen van hun bezit overgenomen. In verschillende plaatsen In Limburg hebben we complexen van Mooiland overgenomen. Verder hebben we in het centrum van Kerkrade geïnvesteerd toen Heemwonen daarvoor niet in de positie was. Onze insteek daarbij is altijd of Wonen Limburg naast een financiële ook een maatschappelijke rol kan spelen. Die gaat verder dan alleen het vastgoed. Zo hebben we met Mooiland bijvoorbeeld ook afspraken gemaakt over de overname van personeel.

Welke weerstanden moesten daarbij worden overwonnen?

Bij iedere investering beoordelen we of daarmee onze maatschappelijke en bedrijfseconomische doelen worden gerealiseerd. De rendementsnormen die we hanteren gelden ook voor projecten waarbij sprake is van collegiale ondersteuning. Zo willen we bijvoorbeeld dat bij financieringsconstructies op enig moment een positief economisch rendement ontstaat en naar ons terugvloeit. Dat hoeft niet persé op korte termijn, maar kan ook op langere termijn zijn. Verder speelt mee dat Wonen Limburg zelf is ontstaan uit meerdere fusies. Dit betekent dat we onze aandacht en investeringen over het totale werkgebied in relatie tot de bestaande opgaven goed in balans houden. Onze interne toezichthouders houden ons hierop scherp. Daarnaast verwachten we dat onze externe stakeholders, met name provincie en gemeenten, moeite zullen hebben wanneer we investeringskracht buiten de provincie inzetten. Geografische afstand speelt daarbij ook een rol. Hoe verder weg, hoe minder binding er met zo’n investering bestaat.

In een eerder interview gaf Ruud van de Boom van Woonkwartier aan dat de nieuwe Woningwet meer belemmeringen voor collegiale ondersteuning heeft opgeworpen. Herkennen jullie dat?

Volgens ons ligt de oorzaak meer in alle onrust die is ontstaan rond de Parlementaire Enquête en de schrikreactie die dat op veel plaatsen – terecht – teweeg heeft gebracht. Daar ondervindt de sector nog steeds de naweeën van. Externe toezichthouders zoeken nog naar een duidelijke interpretatie van de wet. En in Den Haag wordt met enige regelmaat opportuun gehandeld rond issues die in de media worden uitgemeten. Bij onze interne toezichthouders ligt daarmee de uitdaging dit nieuwe evenwicht, inclusief mogelijke collegiale ondersteuning, te bewaken vanuit de volkshuisvestelijke taak van de corporaties.

Verder zien ook wij dat de Woningwet de lokale verankering heeft willen versterken. In onze ogen is dat juiste een goede ontwikkeling, zegt Ger. De instelling van woningmarktregio’s leidt ertoe dat de focus op de lokale problematiek wordt versterkt. Op dat niveau kennen partijen elkaar goed, kunnen elkaar snel vinden, waardoor de kans groter is dat de juiste prioriteiten worden gesteld. Zoals eerder aangegeven is Limburg nog lang niet af en zijn er genoeg Limburgse opgaven waarin we het maatschappelijk vermogen van Wonen Limburg kunnen inzetten. In Limburg zullen waarschijnlijk niet alle corporaties de verduurzamingsopgave, of de krimpopgave de komende jaren op eigen kracht aan kunnen. Maar juist doordat alle Limburgse corporaties binnen de Limburgse woningmarkt actief kunnen zijn, kunnen we deze opgaven ook gezamenlijk tackelen. De definitie van de Limburgse woningmarktregio speelt daarbij juist een ondersteunende rol.

Gaat het bij collegiale ondersteuning louter om een zakelijke transactie? Of moet er sprake zijn van een persoonlijke klik tussen brenger en ontvanger?

Volgens Ger speelt een persoonlijke klik geen enkele rol. Natuurlijk is het prettig wanneer bestuurders goed met elkaar overweg kunnen, maar het is in onze ogen niet van doorslaggevende betekenis. Wanneer Wonen Limburg wordt benaderd om collegiale ondersteuning te bieden, dan benaderen we die vraag als professionals. Dat betekent dat we duidelijk in kaart brengen welk maatschappelijk en bedrijfseconomisch rendement het project genereert en hoe het een bijdrage kan leveren aan onze doelstellingen. Dat is wel een businessafweging, maar geen puur zakelijke transactie, want doorgaans nemen we bij dit soort projecten genoegen met een lager bedrijfseconomisch rendement. Juist omdat Wonen Limburg daar dus bewust iets laat liggen, vinden we dat daar voldoende maatschappelijk rendement tegenover moet staan.

We beoordelen zo’n hulpvraag dus met een maatschappelijke bril op, vult Wim aan. De maatschappelijke opgave staat centraal: blijven opgaven liggen die vanuit maatschappelijk oogpunt wenselijk zijn? Wanneer het antwoord hierop positief is, dan zijn wij hierop aanspreekbaar. Het gaat in onze ogen dus niet om het veilig stellen van het voortbestaan van een collega-corporatie. Institutionele belangen zijn in onze ogen van ondergeschikt belang.

Welke rol moeten Rijk en Aedes pakken bij collegiale ondersteuning?

De spelregels zijn met de Herzieningswet helder neergezet. Binnen dit speelveld moeten corporaties gezamenlijk hun verantwoordelijkheid nemen. Daarbij herkennen we ons in de opvatting dat BZK en WSW dat bij de afweging van ondersteuningsvoorstellen die vanuit de sector op tafel worden gelegd, men meer oog moet hebben voor lokale volkshuisvestelijke opgaven. Aedes kan hierbij een adviserende en een ondersteunende rol vervullen. Bijvoorbeeld door partijen bij elkaar te brengen op locaties waar opgaven blijven liggen.