"Verlaat het economische groeidenken in nationale omgevingsvisie"

Verslag van de G40-leerkring

Omgevingswetmanagers van de G40-steden missen krimp, gezondheid en de donuteconomie in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) die het Rijk op dit moment opstelt. Ze vinden dat de conceptstukken die nu op tafel liggen gemeenten nog onvoldoende helpen bij de maatschappelijke vraagstukken die op hun bord liggen. Ze lezen daarin nog het ‘oude denken’, zoals het uitgangspunt van economische groei. De NOVI biedt de kans om de focus echt te verleggen naar belangrijke waarden als een duurzame en inclusieve samenleving.

Op verzoek van de programmamanagers Omgevingswet stond de NOVI begin juli op de agenda van hun themagroep- en leerkringbijeenkomst. Vanuit het Programma Nationale Omgevingsvisie (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) schetste Gaston Gelissen de achtergrond van de nationale visie op de leefomgeving. “Een Nationale Omgevingsvisie is nodig om alle beleidsterreinen die over de leefomgeving gaan met elkaar in verband te brengen, zoals wonen en energie, natuur, landbouw, water en klimaat. Nu staan die nog te los van elkaar. Als we alle opgaven in Nederland zouden willen realiseren op de manier waarop we nu werken, komen we ruimte te kort. We zullen dus functies moeten combineren en samenhang aanbrengen waar dat nodig is. De NOVI wil daarnaast een impuls geven aan de samenwerking met gemeenten en provincies en met hen in ‘omgevingsagenda’s’ werken aan gezamenlijke gebiedsvisies.”

Vier prioriteiten

Het NOVI-team werkt op dit moment aan de ontwerp-NOVI die eind 2018 door het kabinet kan worden voorgelegd aan de Tweede Kamer. De vier prioriteiten die nu op tafel liggen zijn:

  • Duurzaam en economisch groeipotentieel voor Nederland,
  • Ruimte voor klimaat- en energietransitie,
  • Sterke, leefbare en klimaatbestendige steden en regio’s en
  • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Tot die tijd gaat het team in gesprek met gemeenten en andere partijen om de ontwikkelde richting aan te scherpen voor de prioriteiten aan de hand van richtinggevende uitspraken. In september ligt er een Kamerbrief waarin de hoofdkeuzes al duidelijk worden. In 2019 moet de Nationale Omgevingsvisie worden vastgesteld.

Van groeidenken naar donuteconomie

De programmamanagers die in de dagelijkse praktijk bezig zijn met opgaven in de leefomgeving, zien in de conceptstukken ruimte voor verbetering. Vanuit discussiegroepen kwamen diverse punten naar voren. Zo pleiten ze voor (meer) aandacht voor krimp, gezondheid en veiligheid; het oude economische groeidenken moet juist worden losgelaten. Dus niet langer alle middelen uitputten om alsmaar meer te krijgen, maar een circulair economisch model (de donuteconomie van Kate Raworth), waarin ook duurzaamheid en sociale aspecten een waarde vertegenwoordigen.

Voor de programmamanagers is het belangrijk dat de NOVI meer duidelijkheid geeft over hoe de verschillende overheden samen de complexe opgaven moeten oppakken. Het Rijk zou daarbij regionale samenwerking zoveel mogelijk moeten faciliteren.
Over hoe gemeenten met het Rijk willen samenwerken aan de leefomgeving, hebben de koepelorganisaties van gemeenten, provincies en waterschappen onlangs een manifest opgesteld, Naar een nieuw Nederland. Een belangrijk uitgangspunt daarin is dat bij een bestuursakkoord over de NOVI sprake moet zijn van gelijkwaardig partnerschap.