Uniforme werkwijze nieuwe woningen voor uitstroom in de regio Alkmaar

Een interview met Femke Zuidgeest, beleidsadviseur bij de gemeente Alkmaar

Als we doelgroepen met een zorgvraag prettig willen laten wonen in de wijk, wat is er dan nodig? Hoe stellen we dat met elkaar vast? En hoe kunnen we wat er nodig is samen gaan organiseren? De gemeenten Heerhugowaard en Alkmaar, wooncorporatie Woonwaard en de zorginstellingen Triversum en Parlan uit de regio Alkmaar gingen hiermee aan de slag in een praktijklab. Zij verkenden hoe ze met elkaar kunnen samenwerken bij het zelfstandig wonen voor kwetsbare groepen. Femke Zuidgeest, beleidsadviseur bij de gemeente Alkmaar deelt haar ervaringen uit dit praktijklab.

Situatie in de regio Alkmaar

Ook in de regio Alkmaar wordt samengewerkt aan de opgave om mensen uit te laten stromen van beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar woningen in de wijk. “De regiogemeenten hebben zo’n drie jaar geleden het pact ‘wonen met ondersteuning’ gesloten”, vertelt Femke Zuidgeest. Zo is er een gezamenlijk transferpunt van gemeenten waaruit de uitstroom gecoördineerd wordt. Voor het pact wonen met ondersteuning is een stuurgroep ingericht waarin de zeven regiogemeenten, drie woningcorporaties, diverse zorgaanbieders (zoals GGZ-organisaties) jeugdzorgorganisaties en ouderenzorg zitting hebben.

In het praktijklab lag de focus op de ervaringen met nieuwe woonconcepten voor jongeren. Femke Zuidgeest vertelt over het wooninitiatief Start Me Up dat recent is gestart om de doorstroming te stimuleren. “Dit wooninitiatief ligt bij een campus in Alkmaar met 38 woonstudio’s bedoeld voor jongeren tot uiterlijk 28 jaar met een (relatief) lichte zorgvraag. Het zijn jongeren die nog niet zelfstandig kunnen wonen maar gemotiveerd zijn om met ambulante begeleiding te werken naar zelfstandigheid. De woningen zijn bedoeld als tussenstap tussen beschermd/intramuraal wonen en weer thuis of zelfstandig wonen.”

Het is de verwachting dat er meer woonprojecten zullen starten en onderdeel gaan uitmaken van het Wmo- en jeugdaanbod in de regio Alkmaar. De gemeente en betrokken partijen benutten daarom het praktijklab om te komen tot een aantal basisuitgangspunten of werkafspraken voor de samenwerking die zij in toekomstige projecten wensen toe te passen.

Met elkaar aan de slag in het praktijklab

Het praktijklab bestond uit twee sessies. In de eerste sessie zijn de condities benoemd die nodig zijn voor de samenwerking tussen gemeente, zorgaanbieder en corporatie in het belang van de jongeren die doorstromen. Vervolgens zijn deze in de tweede sessie aangescherpt en verdiept in termen van ‘wie doet wat’ voor enkele specifieke thema’s waarin de wederzijdse afhankelijkheid tussen partijen sterk voelbaar is. Op deze manier leerden de deelnemers herkennen wat de andere partij nodig heeft om vanuit de eigen organisatie te kunnen samenwerken.

Condities voor kansrijke samenwerking aan doorstroming

“In de eerste sessie werd eerst vanuit de bewoner zelf gekeken naar wat die nodig heeft, vertelt Femke Zuidgeest. “Zo heeft de ene jongere meer behoefte aan een rustige woonomgeving, terwijl het voor de andere juist prettig is om in een gebouw met studenten en jongeren te wonen.” Daarna hebben de partijen ook gedeeld wat voor de éigen organisaties, taken en rollen van belang is. Anders gezegd: wat hebben de betrokken partners over en weer van elkaar nodig om commitment te geven aan de samenwerking? Door dit expliciet te maken herkenden de andere partijen wat de mogelijkheden en beperkingen van de deelnemers in de samenwerking zijn. “Het was prettig om in stappen te ontdekken wat de andere partij belangrijk vindt. Zo merkte ik dat de corporatie wel tegemoet wilde komen, maar ook beperkingen had met de regelgeving rond huurcontracten”, vertelt Femke Zuidgeest.

Vervolgens zijn enkele generieke condities en benaderingswijzen vanuit de samenwerking benoemd. Bijvoorbeeld het zoeken van de juiste balans als het gaat om verdraagzaamheid en ruimte voor de jongere aan de ene kant, en aan de andere kant kaders stellen en de jongere wijzen op zijn verantwoordelijkheid als ‘goede buur en goede huurder’. Er ligt nu een werkafspraak waarbij met iedere jongere wordt besproken wat het betekent om ‘goede buur en goede huurder’ te zijn en hoe hij/zij daar een positieve bijdrage aan kan leveren. De spelregels en voorwaarden maken onderdeel uit van het huurcontract van de corporatie. Blijvende doorstroom van de jongeren is voor alle partijen van belang bestaan, ook voor de jongeren zelf. Inspanning om te zoeken naar een passende woning bij de levensfase van de doelgroep zodat een volgende stap mogelijk wordt naar een eigen woning is daarbij van belang. De benodigde samenwerking is hiervoor concreet gemaakt, bijvoorbeeld door voor verschillende doelgroepen vooraf inzichtelijk te maken welke (generieke) behoeften zij hebben bij de selectie van een woning. Partijen kunnen niet op voorhand garanderen dat in die behoeften altijd volledig kan worden voorzien, maar spannen zich daar wel voor in.

Afspraken per partij rond de samenwerking

De condities gaven inzicht in wat partijen van elkaar nodig hebben, wat de mogelijkheden zijn maar vooral ook waar de onmogelijkheden liggen. Vervolgens is voor een aantal onderwerpen, waarin de wederzijdse afhankelijkheid van partijen sterk voelbaar is, nader geëxpliciteerd wie welke rol heeft. Deze afspraken per partij zijn met elkaar gedeeld en dienen als basis voor de samenwerking in de toekomst om nieuwe woonvormen te realiseren.