Unieke plekken creëren door factoren te verbinden

Interview Caroline Bos, bouwmeester bij AM en co-founder van UNStudio

“Stedelijke transformatie is mogelijk met mensen die het willen én die de capaciteit en kunde hebben om échte verandering teweeg te brengen.” Vanuit deze visie werkt Caroline Bos, bouwmeester bij AM en co-founder van UNStudio, aan nieuwe woonconcepten. Cruciaal daarbij vindt zij de verbinding van verschillende factoren om unieke plekken te creëren. Tijdens het jaarcongres Stedelijke Transformatie gaat ze in discussie over de meerwaarde van transformatie voor de hele stad en de mensen die er werken en wonen. Daarop vooruitlopend stelden we haar een paar vragen.

Je hebt veel internationale ervaring. Welke plekken in wereldsteden vind je inspirerend voor gebiedsontwikkeling in Nederlandse steden?

“Gelukkig is Nederland nog steeds toonaangevend als het gaat om stedelijke transformatie. We krijgen nog altijd veel buitenlandse bezoekers die bijvoorbeeld onze woonwijken in voormalige havengebieden bestuderen. Maar andere landen hebben ons op sommige gebieden ingehaald. In Europa en daarbuiten. In Nederland zijn we doorgeslagen in verdichting. Op andere plekken vind je meer generositeit in de publieke ruimte. Melbourne heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld tot een van de meest leefbare steden, terwijl het twintig jaar geleden nog een totaal leeggelopen downtown had.”

We kunnen internationaal dus nog veel van elkaar leren?

“Ja, maar wel een kanttekening: ik geloof ook heel sterk in de relationele aanpak. Elke plek is uniek juist omdat je er een veelheid aan factoren met elkaar verbindt. Je hebt immers nooit precies dezelfde parameters. Ben van Berkel, co-founder van UNStudio, en ik hebben die aanpak ruim twintig jaar geleden neergezet als Deep Planning. Als je het goed doet, maak je echt unieke plekken. Het verlies aan karakter van Nederlandse steden en dorpen is het gevolg van eenzijdige in plaats van relationele ontwikkeling.”

Dat moet dus anders. Kun je voorbeelden noemen van dergelijk maatwerk?

“Het maakt een enorm verschil of een stad al vijftien eeuwen het centrum is waar allerlei handelsroutes samenkomen, met alle daarbij komende culturele invloeden. Of dat het een plek is waar 200 jaar geleden plotseling zware industrie werd gevestigd. In dat laatste geval zijn gebied en bevolking echt zwaar belast, met gevolgen op de lange termijn. Maar net als in de natuur is er een groot herstellend vermogen. Je moet wel je best doen om er wat in te zien. Eindhoven vind ik een mooi voorbeeld van kruisbestuiving tussen innovatie, ondernemerschap, stedelijkheid, creativiteit en menselijkheid.”

Welke partijen kunnen een verrassende bijdrage leveren aan concepten voor binnenstedelijke transformatie?

“Het er wat in zien en daar ook wat mee kunnen, is een zeldzaam talent. Ik denk aan Bert Hermens, de Eindhovense kunstenaar achter de Witte Dame, Joop Mulder van Oerol of Evert Verhagen, die de trekker was van het Westerpark in Amsterdam. Zo zijn er nog veel meer van dit soort lokale helden. Door deze voorbeelden blijf ik geloven in de Actor Netwerk Theorie van Bruno Latour. Stedelijke transformatie is mogelijk met de mensen die het willen én die de capaciteit en kunde hebben om échte verandering teweeg te brengen. Een belangrijk onderdeel daarbij is het continu blijven verwerven van medestanders, mede-gelovers eigenlijk.”

Zie jij een verschil in rolopvatting van projectontwikkelaars in Nederland en in het buitenland?

“Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen projectontwikkelaars en het is ook een behoorlijk dynamisch vakgebied. Er wordt veel samengewerkt en risico’s worden gedeeld. In Australië heb je meer grote, institutionele ontwikkelaars zoals pensioenfondsen die zelf ontwikkelen. De stabiliteit en soliditeit die dat geeft, heeft heel prettige kanten voor de samenwerking. Hoe die grote ontwikkelaars gaan reageren op nieuwkomers in de markt zoals Beulah, van oorsprong uit Kuala Lumpur, waarvoor wij met UNStudio werken, is nog de vraag. Voor projectontwikkelaars is het even belangrijk als voor ieder ander om flexibel te zijn.”

Investeren in duurzaamheid is niet weg te denken bij binnenstedelijke gebiedsontwikkeling. Hoe kun je die kansen verzilveren?

“Energietransitie, mobiliteit en circulariteit zijn heel belangrijke pijlers van een duurzame stedelijke transformatie. Het Bajeskwartier in Amsterdam is momenteel de locatie waar we met AM tot het uiterste gaan om 98 procent van de materialen te hergebruiken. Van de zes torens zijn er vijf gesloopt. Al het sloopmateriaal, inclusief zand, wordt ter plekke gescheiden en hergebruikt. Dat is echt bijzonder. De zesde toren krijgt een spectaculaire nieuwe gedaante als verticaal park. Het project is ook helemaal energieneutraal. Daarnaast is 30 procent van de woningen sociale huur. Betaalbaarheid is belangrijk voor een inclusieve stad. Goed en gezond wonen en werken is nu voor te veel mensen te duur. Ook duurzame transitie is dus weer relationeel. Het winnen aan de ene kant mag niet ten koste gaan van andere positieve waarden. Daar willen we als AM samen met gemeenten en provincies wat aan doen.”

Een congres is een plek om met anderen van gedachten te wisselen. Ook in digitale vorm gaan we daar kansen voor bieden. Wat verwacht jij van 11 februari?

“Zo’n multidisciplinaire bijeenkomst vind ik fantastisch! Ik kijk ernaar uit om ervaringen uit te wisselen en inspiratie op te doen, zelfs al is het voor mij nog online.”

11 februari: online jaarcongres Stedelijke Transformatie

Binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen zijn een unieke kans voor de stad. Stedelijke transformaties zorgen niet alleen voor veel nieuwe woningen, ze kunnen ook fungeren als vliegwiel voor de stad en gebieden die nu slecht functioneren laten floreren. Hoe zorgen we er samen voor dat we de kansen van binnenstedelijke gebiedstransformaties verzilveren? Het programma Stedelijke Transformatie geeft handvatten tijdens het vierde jaarcongres. Bent u erbij op 11 februari?

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch op de hoogte blijven van ontwikkelingen in het programma Stedelijke Transformatie? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief of volg ons op Twitter of op LinkedIn.