Unieke oplossingen voor een vitale Veluwe

De integrale aanpak van Vitale Vakantieparken

Elf gemeenten en de provincie Gelderland hebben in het programma Vitale Vakantieparken de handen ineengeslagen om de vakantieparken van de Veluwe te revitaliseren en een krachtige economische impuls te geven. Door volharding en lange adem boeken de samenwerkingspartners stap voor stap succes. Vier jaar na de start van het programma kijken Henk Lambooij, burgemeester van de gemeente Putten en voorzitter van de Stuurgroep Vitale Vakantieparken en Bea Schouten, gedeputeerde van de provincie Gelderland, terug en vooruit.

De Veluwe staat (weer) op nummer een van populairste vakantiebestemmingen in Nederland. Dat is niet verwonderlijk: met de uitgestrekte natuurgebieden, de vele recreatiemogelijkheden en de ruime keus aan accommodaties in de diverse vakantieparken, hotels en B&B’s heeft het gebied voor veel verschillende mensen wat te bieden. De ruim 500 vakantieparken op de Veluwe zijn echter geen rustig bezit: een deel heeft een kwaliteitsslag nodig om ook in de toekomst goed benut te kunnen worden. Een klein deel kampt met ernstige problemen zoals verloedering, aanwezigheid van criminaliteit en (over)bewoning. Deze kleine groep parken (zo’n acht tot tien procent van de parken op de Veluwe) bepaalt in sterke mate het beeld. Door de serieuze problemen op die parken worden in de media vaak álle parken op de Veluwe als problematisch neergezet. Dat gaat Henk Lambooij en Bea Schouten aan het hart. “Die focus op alleen maar kommer en kwel heb je bij ‘gewone’ gebiedsontwikkeling ook niet. En die doet geen recht aan het gebied en de mooie parken die er zijn. We hebben een prachtig gebied met een prima voorraad parken, die we graag steviger willen maken. En er is een kleine, kwetsbare onderkant, die we willen beïnvloeden,” zegt Schouten.

Gebiedsopgave

Toen het programma vier jaar geleden werd opgezet, was het eerste doel om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Dat is gelukt. De leden van het programma Vitale Vakantieparken en hun partners zijn zich allen zeer bewust van de urgentie van de gebiedsopgave. Schouten: “Er is geen discussie meer over het belang van een goede aanpak. Alle bestuurders kijken dezelfde kant op en zijn bereid hun nek uit te steken om de Veluwe verder te brengen. Omdat we het echt met elkaar doen en iedereen bereid is te investeren, kunnen we het groots aanpakken.” Lambooij vult aan: “Er bestaat een duidelijk gevoel van medeverantwoordelijkheid. Er is niemand die géén belang heeft bij een kwaliteitsslag van de Veluwe.”

Verplaatsen van problemen

De problematiek beslaat veel verschillende beleidsterreinen en overstijgt het gemeentelijke en zelfs het regionale niveau. Schouten: “Het is een landelijk vraagstuk. Zo is de Veluwe van grote waarde voor Nederland wat betreft natuur, economie en toerisme. Daarnaast trekken de vakantieparken ook randstedelijke problemen naar zich toe. Kwetsbare mensen en mensen die met urgentie een woonplek nodig hebben, komen naar de Veluwe.” Lambooij: “Er zijn instellingen in de Randstad die expliciet aan mensen aanraden om hier of in Brabant een onderkomen te zoeken. Daarmee verplaatsen problemen van elders zich naar hier. De oplossingen moeten wat mij betreft dan ook van daar komen.”

Regio-overstijgend

Het programma zoekt daarom samenwerking op landelijk niveau, zoals met Platform31 voor specifieke kennis, alsook met diverse onderdelen van de rijksoverheid voor een regio-overstijgende, integrale aanpak. Schouten: “We hebben het denkvermogen van de landelijke overheid nodig. Er is zeker al wat bewustzijn. Zo heeft bijvoorbeeld het Kamerlid Van Toorenburg (CDA) de Veluwe onder de aandacht gebracht in de Tweede Kamer. En we nodigen minister Grapperhaus uit voor werkbezoeken.” Lambooij: “Sommige zaken zouden echt landelijk geregeld moeten worden. Kijk, als je een klein cafeetje wilt beginnen, heb je verschillende vergunningen nodig. Maar een camping of vakantiepark starten staat je helemaal vrij. Er zijn geen solvabiliteits- of integriteitstoetsen. Voor dat soort zaken moet je een landelijke visie ontwikkelen.”

Kwaliteitsslag maken

De aanpak van de parken is getrapt. Een kleine top van de vakantieparken is up-to-date en doet het heel goed, die behoeft geen speciale maatregelen. Bij een grote middengroep, waarvan een deel dreigt ‘af te zakken’, moet een kwaliteitsslag gemaakt worden. Daarnaast zijn er enkele parken waar de problemen te ernstig zijn en waarvan een deel het niet zal redden. Daarvoor is teruggave aan de natuur of transformatie naar een andere bestemming de enige optie. Om de getrapte aanpak slagvaardig te kunnen uitvoeren, richten provincie en gemeenten nu een ontwikkelingsmaatschappij op. De middelen komen van de provincie en de gemeenten, die ook samen de aandelen houden. Schouten: “Het wordt een bv met daarbij een fonds. We hebben bewust voor een privaatrechtelijke rechtsvorm gekozen en niet voor bijvoorbeeld een gemeenschappelijke regeling, omdat deze bv zeer daadkrachtig kan optreden. De bv gaat adviseren en helpen bij kwaliteitsmaatregelen, maar ook opkopen als dat nodig is.” Daar waren de markpartijen ook blij mee, volgens Lambooij: “Het is veel makkelijker schakelen met één bv dan met twaalf overheden.”

Lange adem

De belangrijkste les is dat een dergelijke aanpak een kwestie van een lange adem is. In kaart brengen wat er moet gebeuren, de mensen op een lijn krijgen, experimenteren met oplossingen: het kost allemaal veel tijd. De continuïteit lijkt goed geborgd te zijn in het programma. Al zijn er af en toe wisselingen van de wacht, de urgentie en het belang blijven bij alle bestuurders en partners gevoeld. Naar verwachting ook bij de nieuwe colleges en gemeenteraden. Het programma blijft zich ook ontwikkelen. Lambooij: “Voor het vervolg zou ik graag inzetten op verdere versterking van de structuur die we hebben opgebouwd en op de bestendiging van de expertiseteams. Die teams zorgen ervoor dat gemeenten niet steeds opnieuw het wiel hoeven uitvinden. Idealiter hebben die teams beschikking over een mooie toolkit met instrumenten. Zo houden we de continuïteit erin. Dat betekent wel dat het bestuurlijk commitment onverminderd moet blijven bestaan. Maar dat zie ik, na vier jaar terug- en vooruitkijkend, heel positief in.”