Uitstel van Omgevingswet begrijpelijk, urgentie blijft

De invoering van de Omgevingswet wordt opnieuw uitgesteld, maakte Stientje van Veldhoven (minister voor Milieu en Wonen) vorige week bekend. Een besluit waar veel Platform31-partners begrip voor hebben, zo blijkt uit een snelle rondvraag. Ze noemen het uitstel begrijpelijk, vanwege een gebrek aan tijd om software te ontwikkelen, aan te schaffen, te testen en aan te sluiten op het landelijke digitale stelsel (DSO). Uitstel maakt een zorgvuldige invoering van de wet mogelijk, benadrukken bijvoorbeeld de G40 en G4-steden. Wat nu? Houd tempo op weg naar de nieuwe deadline, of beter gezegd: startlijn.

De datum van 1 januari 2021 leek een doel op zich te worden, zo klonk al enige tijd kritiek onder gemeenten en deskundigen. Met het gevaar dat overheid en samenleving zich na de jaarwisseling zouden wanen in een mist vol onvolledigheden en onzekerheden. Het uitstel betekent niet dat er tijd is om achterover te leunen, wel dat overheden meer tijd hebben om zich voor te bereiden op een zorgvuldige invoering.

Houd tempo en ga testen

Het geluid dat inwerkingtreding per 1 januari 2021 niet realistisch is, klonk de afgelopen maanden steeds luider in gemeenten. Ook vanuit de G40 en G4 lag de nadruk op de haalbaarheid van de plansoftware. Dat betekent niet dat gemeenten geen vertrouwen hebben in de wet. Integendeel: onder meer vanuit de VNG klinkt het pleidooi om het daadwerkelijke uitstel zo kort mogelijk te laten zijn. Voorzitters van de ambtelijke themagroep Omgevingswet van het G40-stedennetwerk Wim Tijssen en Rick Keim geven aan dat gemeenten door willen. “Met het zicht op de maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving is een te lang uitstel niet wenselijk”, aldus Keim. Eileen van Stam van de G4 stemt hier mee in en voegt toe: “Wat je ziet is al naar gelang de lokale setting en aandachtspunten er hoogstens wat accentverschillen liggen tussen de gemeenten, vooral op het terrein van anders werken en financiën”.

Ook Annette Zebel (Rho Adviseurs) roept gemeenten op om onverminderd door te gaan met de in gang gezette implementatie. “De inhoud van de wet is al voor 99 procent vastgesteld door het parlement en dit verandert niet door het uitstelbericht”, aldus Zebel. De extra tijd die overheden nu krijgen, kan worden benut om te (blijven) oefenen met de nieuwe instrumenten en de gewijzigde werkprocessen die daarbij horen. En natuurlijk om plan- en regelsoftware op een gedegen manier te laten ontwikkelen door marktpartijen en te oefenen met het DSO. Zo kan een al te harde, mistige overgang worden voorkomen, wat de dienstverlening vanaf de inwerkingtreding ten goede komt.

Doorgaan én nog eens om je heen kijken

Nu het uitstel is aangekondigd, hebben gemeenten ook tijd voor bezinning. Waar staan we, wat staat ons nog te doen? Idealiter houd je daarbij de verbeterdoelen van de Omgevingswet in het oog. Zoals hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans regelmatig benadrukt, staat de Omgevingswet niet op zichzelf, maar drijft die op vele maatschappelijke veranderingen die zich ook met uitstel van, of zelfs helemaal zonder de wet, voltrekken. Daarnaast is de wet een vehikel om met de samenleving aan grote maatschappelijke opgaven in de fysieke leefomgeving te werken, zoals verduurzaming en de woningbouwopgave.

In de woorden van René Klerks en Lisanne Leenaerts, namens de waterschappen betrokken bij het programma Aan de slag met de Omgevingswet: “Uitstel van de inwerkingtreding biedt ons de kans om ons weer eens te bezinnen waar het eigenlijk allemaal om te doen was. Een transparante overheid, snelle besluitvorming, ruimte voor initiatieven: kortom het ‘anders werken’. Welke van onze acties dragen daar nu daadwerkelijk en effectief aan bij?”

Als één overheid naar de finish, die tegelijk de startlijn is

Een van de essenties van de Omgevingswet is integraal werken. Die integraliteit moet niet alleen binnen, maar ook tussen overheidslagen worden gesmeed, met een belangrijke rol voor de rijksoverheid. De G40 en G4 geven aan sturing en betrokkenheid vanuit de ministeries te verwachten om het proces op tempo te houden. ‘Samen uit, samen thuis’, aldus Tijssen en Keim, voorzitters van de ambtelijke themagroep Omgevingswet van het G40-stedennetwerk. Alle overheden moeten zich volgens hen als één overheid blijven inzetten voor de stelselwijziging.

De minister maakt binnenkort de nieuwe implementatiedatum bekend, nadat ze hierover heeft overlegd met haar bestuurlijke partners. Uitstel van meer dan één jaar is niet wenselijk, zo stelt onder meer Sarah Ros van de VNG, omdat dit kan leiden tot vertraging in de gemeentelijke besluitvorming. De geraadpleegde betrokkenen verwachten dat de nieuwe inwerkingtredingsdatum tussen 1 juni 2021 en 1 januari 2022 komt te liggen. Dat biedt softwareleveranciers én decentrale overheden de nodige tijd om de noodzakelijke voorbereidingen zorgvuldig te treffen en tegelijk zicht te houden op de belangrijke periode daarna. Vanaf de invoeringsdatum is immers de aftrap van de transitiefase, waarin verder wordt gewerkt aan instrumenten als de omgevingsvisie en het omgevingsplan en de veranderopgave in de ruimtelijke ordening: daar waar het allemaal om te doen is.

Platform31 sprak naar aanleiding van het uitstel van de invoering van de Omgevingswet met vertegenwoordigers van de VNG, de G4 en G40, de waterschappen en adviesbureau Rho Adviseurs.