‘Travel light’ en vermijd het h-woord: do’s en don’ts van regionale samenwerking

Verslag van de G40-leerkring, 13 december 2018

Onder de Omgevingswet is regionale samenwerking een must. Of het nou gaat om het inrichten van een werkend Digitaal Stelsel Omgevingswet, het verlenen van vergunningen binnen 8 weken of het succesvol aanpakken een regionale opgave als de energietransitie: buurgemeenten en ketenpartners komen alleen samen tot resultaat. Wat zijn hierbij do’s en don’ts? Welke rol pak je als grote gemeente? En welke lessen volgen uit de samenwerking in RES-verband?

‘Rekening houden met, en zo nodig afstemmen’ (Art. 2.2 OW)

Dat de G40-themagroep Omgevingswet een sessie wijdt aan regionale samenwerking, mag gelet op de wetsteksten geen verrassing zijn. Annemieke van Brunschot (VNG) start de laatste bijeenkomst van 2018 bij de juridische bron: artikel 2.2 van de Omgevingswet. Daar staat dat bestuursorganen op z’n minst rekening moeten houden met elkaars taken en bevoegdheden en deze desgewenst gezamenlijk kunnen uitoefenen (omgevingsplan, omgevingsvisie). Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben andere bestuursorganen een adviesrol, al dan niet met instemming. Bij zowel de omgevingsvisie, het omgevingsplan, het programma als het projectbesluit moet daarnaast worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken.
Of je het nou participatie, samenwerken of afstemmen noemt, is volgens Van Brunschot vooral een semantische kwestie. ‘Regionale samenwerking in het fysieke domein wordt concreet als gemeenten, provincie, waterschap, Omgevingsdienst, Veiligheidsregio’s, GGD-GHOR-regio’s en regionale Rijksuitvoeringsdiensten elkaar moeten vinden in werkende processen. Bijvoorbeeld om gemeente-overstijgende opgaves of initiatieven op te pakken, een nieuwe manier van zaakgericht werken op te zetten of bij het binnen 8 in plaats van 26 weken gehoor geven aan een vergunningaanvraag.’

Uit een real-time peiling die Van Brunschot afneemt, blijkt dat de aanwezige professionals bij regionale samenwerking het eerst denken aan het kerninstrument omgevingsvisie. De consensus luidt tegelijkertijd dat samenwerking verder gaat dan, of juist begint bij, gezamenlijke visievorming. Het ruimtelijk beleid wordt voor burgers juist concreet via het omgevingsplan, het programma en het Omgevingsloket. Juist bij de vertaling van een visie naar deze instrumenten is ‘rekening houden met’ en ‘afstemmen’ van wezenlijk belang.

Welke rol pak je als grote gemeente?

Grote gemeenten, zoals G40-steden, lopen regionaal nogal eens voor als het gaat om kennis en capaciteit op het fysieke domein. Ruimtelijke uitdagingen zijn er veelal groter en talrijker. Als Van Brunschot met de G40 het gesprek over hun rol aangaat, vallen de onderlinge verschillen op. Logisch, want aan ‘grote gemeenten’ schrijft de wet geen taakopvatting toe. De meeste G40-steden her- en erkennen een regionale trekkersrol. Een aanjaag- of ontwikkelfunctie wordt minder gevoeld en kan bovendien verkeerd worden opgevat, zo waarschuwt één gemeente, bijvoorbeeld wanneer er een herindeling in de lucht hangt.
Kunnen grote gemeenten ook leren van kleine gemeenten, of is de praktijk toch vooral omgekeerd? De potentie wordt gezien en de intentie om deze te ‘oogsten’ is er. Wat enkele gemeenten alleen frustreert is dat de oogst in nog te veel bijeenkomsten uitblijft: een wederzijds vruchtbare samenwerking organiseren is niet eenvoudig. Hoe ver regiogemeenten met de implementatie van de Omgevingswet zijn verschilt daarbij enorm en kan ook sterk persoonsafhankelijk zijn. In enkele gemeenten is het de provincie die de samenwerking faciliteert – bijvoorbeeld door omgevingstafels te organiseren – en de ervaringen daarmee zijn positief.

Inspiratie uit het Hart van Holland

In Hart van Holland werken tien gemeenten samen aan de regionale agenda omgevingsvisie Hart van Holland 2040. Een goed voorbeeld van hoe – met het instrumentarium van de Omgevingswet in de hand – wordt samengewerkt aan regionale opgaves als de energietransitie, schoon en voldoende drinkwater, het tegengaan van bodemdaling en verstedelijking. Fred Goedbloed (gemeente Leiden) deelt de ervaringen uit het traject tot nog toe. De vier lessen waaraan hij zijn verhaal ophangt, komen terug in de tabel hieronder. Een verhaal dat hij gewend is te vertellen, helemaal sinds Hart van Holland in 2018 werd genomineerd voor de Aandeslag Trofee en in september van dat jaar als winnaar uit de bus kwam.

gespreksdriehoek

De opbrengst van de bijeenkomst is een rijke lijst met do’s en don’ts van regionale samenwerking. Ze volgen uit het open gesprek dat Annemieke van Brunschot begeleidde, de presentatie van Fred Goedbloed en groepsgesprekken waarin G40-collega’s ervaringen en kennis deelden. In onderstaande tabel staan ze op een rij, verdeeld over de drie elementen die aan de basis staan van een succesvolle regionale samenwerking: inhoud, proces en relatie.

(klik op de titel om de tabel uit te klappen)

Samen naar een Regionale Energiestrategie (RES)

Eén van de actueelste opgaves die het gemeentelijke schaalniveau overstijgt, is de energietransitie. Nathalie Verheij en Nienke Boneschansker (BZK) lichten toe hoe regio’s in heel Nederland as we write werken aan een Regionale Energiestrategie, waarvan er medio 2019 – een half jaar na formele ondertekening van het Klimaatakkoord – een concept moet liggen. Opgeteld moeten alle RES’en ervoor zorgen dat Nederland aan de klimaatafspraken uit Parijs gaat voldoen.
Het opstellen van een RES raakt aan het fysieke domein (en dus aan de Omgevingswet) en dwingt centrumgemeenten om hun rol te bepalen. G40-collega’s die met ruimtelijke ordening én het ‘RES-proces’ bezig zijn, gingen in gesprek over wat in deze samenwerking van belang is. Zo snel mogelijk een kwartiermaker aanwijzen en hameren op de gezamenlijkheid van de opgave, bijvoorbeeld. Ook het in kaart brengen van knellende regelgeving en het uitvoeren van gebiedsoverstijgende onderzoeken werden genoemd. En tot slot werd er – hoe kan het ook anders tijdens een bijeenkomst van de themagroep Omgevingswet – voor gepleit om al in het startdocument een zo concreet mogelijke koppeling met het instrumentarium van de Omgevingswet te maken.

Presentaties