Tips voor het herkennen en bespreken van laaggeletterdheid bij aanpak schulden

“Laaggeletterdheid is in Nederland is een groot, maatschappelijk probleem”, schreef de SER in het advies, Samen werken aan taal, dat 11 april is verschenen. Ook bij het ontstaan van armoede, schulden, gezondheidsproblemen, of een slechte woonsituatie kan laaggeletterdheid een rol spelen. De SER roept de overheid daarom op om in haar plannen meer rekening te houden met laaggeletterdheid en de problemen die hieruit kunnen voortvloeien. Gemeenten die Mobility Mentoring® Informed werken kregen vorig jaar van de Stichting Lezen & Schrijven tips over het signaleren en bespreekbaar maken van laaggeletterdheid bij klanten.

Naar schatting hebben 2,5 miljoen mensen moeite met taal en/of rekenen. Vaak hebben zij ook moeite met digitale vaardigheden. “Dat is een enorm probleem”, zegt SER voorzitter Mariette Hamer, “niet alleen voor de laaggeletterden zelf, maar ook voor werkgevers en overheid. Meer urgentie, middelen en samenwerking zijn nodig om deze grote, maatschappelijke uitdaging écht aan te pakken.” Volgens Stichting Lezen & Schrijven zijn laaggeletterden drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden, 23,8 procent tegenover 9,3 procent (Christoffels, Baay, Bijlsma, Levels, 2016). Vaak hebben zij moeite met het onthouden van afspraken, het bewaren van overzicht over inkomsten en uitgaven of het regelen van bankzaken via internet. Laaggeletterdheid komt onder mensen met financiële problemen vaker voor. Van de mensen die deelnamen aan het onderzoek bij Kredietbank Nederland en Syncasso valt 50,3 procent in de risicogroep voor laaggeletterdheid (Keizer, 2018).

Meer informatie over laaggeletterdheid vindt u in de factsheet Laaggeletterdheid in Nederland

Aanpak schulden

Professionals bij gemeenten of andere organisaties die helpen bij het aanpakken van schulden komen in hun dagelijkse praktijk dus vaak in aanraking met laaggeletterden. Dit geldt ook voor professionals die Mobility Mentoring® Informed werken. Zij proberen in hun dienstverlening niet alleen rekening te houden met de effecten van stress op het gedrag van mensen, maar kijken ook naar de achterliggende, sociale problemen en pakken deze in samenhang met elkaar aan. Deze professionals kijken dan ook naar andere belemmeringen in het leven van hun inwoners die een toekomst zonder geldzorgen in de weg staan. “Laaggeletterdheid kan één van de belemmeringen zijn”, zegt Anja Bijl, medewerker Thema’s en Innovatie bij Stichting Lezen & Schrijven. Tijdens een verdiepingssessie vorig jaar kregen de leden van het Mobility Mentoring® Netwerk van haar tips om hier rekening mee te houden.

Laaggeletterdheid herkennen

Ook gemeenten die niet Mobility Mentoring® Informed werken kunnen bij het begeleiden van klanten met schulden baat hebben bij de tips van Bijl. Zij geeft aan dat het herkennen van laaggeletterdheid tijdens het klantcontact een belangrijke, eerste stap is. Ter illustratie geeft Bijl een aantal voorbeelden: “Denk aan opmerkingen als ‘mijn handschrift is zo beroerd, wilt u het even voor me opschrijven?’ of ‘ik heb mijn leesbril thuis laten liggen,’ en ‘ik vul dit formulier thuis wel even in.’ Als uw klant het bijvoorbeeld lastig vindt om zelf vacatures te vinden, een sollicitatiebrief te schrijven of een cv te uploaden, kan er ook sprake zijn van laaggeletterdheid. Veel mensen schamen zich voor het feit dat ze moeite hebben met het begrijpen van geschreven informatie. Zij hebben daarom strategieën ontwikkeld om dit te verbergen.” Stichting Lezen & Schrijven heeft diverse hulpmiddelen om signalen van laaggeletterdheid tijdens klantcontact beter te kunnen herkennen. “U kunt met uw team een training Aanpak van Laaggeletterdheid volgen. Ook zijn er verschillende instrumenten die u kunt inzetten om laaggeletterdheid te herkennen: de Taalmeter, de Rekenmeter, de Taalverkenner en ‘vragen in context’. Die laatste ontwikkelt u samen met uw team. Het zijn vragen op maat die u bijvoorbeeld tijdens intakeprocedure stelt,” aldus Bijl.

Ga in gesprek

Niet alleen het herkennen vaan laaggeletterdheid is volgens Bijl belangrijk, maar ook het bespreken ervan. “Vermoedt u dat er sprake is van laaggeletterdheid? Dan is het van belang om er samen met uw inwoner over in gesprek te gaan. Als laaggeletterdheid uw inwoner belemmert bij het aanpakken van schulden of het behalen van andere doelen, motiveer hem of haar dan om de laaggeletterdheid aan te pakken. Tijdens de workshop Motiverende Gespreksvoering oefent u bijvoorbeeld met klantgesprekken over het verbeteren van basisvaardigheden. Is uw klant gemotiveerd om zijn of haar basisvaardigheden te verbeteren? Wijs hem of haar dan op het aanbod in de buurt (via het Taalhuis). Binnen uw organisatie kunt u rekening houden met laaggeletterden door uw communicatie aan te passen. Tips daarvoor vindt u in de factsheet Eenvoudige taal voor laaggeletterden. Ook kunt u ervaringsdeskundigen uitnodigen om mee te kijken bij de optimalisering van uw dienstverlening.”

Impact van aanpak laaggeletterdheid

Stichting Lezen & Schrijven helpt, via het samenwerkingsprogramma Taal voor het Leven, gemeenten en organisaties met het organiseren van (taal)scholing. Via lokale en landelijke partners krijgen laaggeletterden een (taal)cursus aangeboden, vaak bij hen in de buurt. Taal is niet het doel, maar het middel. De cursus sluit zoveel mogelijk aan bij de persoonlijke doelen van de deelnemers. Van de deelnemers die minimaal 15 weken lessen volgden heeft 19 procent een betaalde baan gevonden of een stap gemaakt bij de huidige werkgever; 59 procent van de deelnemers is assertiever geworden (De Greef & Segers, 2017). Ook voelen mensen zich gezonder (De Greef, Segers, & Nijhuis, 2015) en ervaren zij afname van sociaal isolement (De Greef & Segers, 2017).

Meer informatie vindt u op de website van de Stichting Lezen & Schrijven.

Mobility Mentoring®

De komende tijd werken wij met Stichting Lezen & Schrijven verder aan het aanpakken van laaggeletterdheid binnen het Mobility Mentoring® Informed werken. Wilt u ook verkennen of de Mobility Mentoring® aanpak interessant is voor uw organisatie? Word dan lid! Deelname aan het netwerk kan op basis van lidmaatschap. U start in niveau 1. Als uw organisatie een implementatieplan heeft dat voldoet aan onze voorwaarden, kunt u doorstromen naar niveau 2.

Lees hier meer over ons aanbod.