Het verschil tussen time-outvoorzieningen en interventiewoningen

Woonvormen voor korte verblijven, maar met een ander doel

Binnen het ‘beschermd wonen’ is zorg en ondersteuning altijd bij de hand. Wanneer iemand vanuit die situatie weer zelfstandig in de wijk gaat wonen, is dat zeker niet altijd het geval. Het kan voorkomen dat die persoon, op momenten dat het minder goed gaat, toch weer extra ondersteuning nodig heeft. En om een crisis te voorkomen, kan het dan goed zijn om even uit de eigen woonsituatie weg te gaan, naar een plek waar je even op adem kunt komen. Er bestaan verschillende voorzieningen waar mensen kort kunnen verblijven. De twee belangrijkste zijn de time-outvoorzieningen en interventiewoningen. De insteek van deze woonvormen verschilt van elkaar. Net als de praktische toepassing ervan. We zien echter dat er nog weleens verwarring is over wat deze woonvormen inhouden. In dit artikel lichten we time-outvoorzieningen en interventiewoningen – en de variatie daarin – toe.

Time-outvoorziening

Een time-outvoorziening is een kortdurende acute opvangvoorziening voor mensen in psychische nood. De voorziening is bedoeld voor mensen die vanwege hun problematiek even niet thuis kunnen wonen. Het doel van een time-voorziening is het voorkomen van verdere escalatie (en daarmee een crisisopname). We kunnen onderscheid maken tussen twee soorten time-outvoorzieningen.

Acute opvangvoorziening

Een eerste variant is een voorziening waar mensen heel kort (één tot enkele dagen) verblijven omdat zij verward gedrag vertonen, maar niet in aanmerking komen voor een crisisopname. In dit geval dient een time-outvoorziening als een acute opvangvoorziening waar mensen tot rust kunnen komen en waar, indien nodig, maatregelen genomen worden om te bekijken welke vervolgstappen nodig zijn. Mensen komen hier vaak via de politie, GGZ, sociaal wijkteam of corporatie terecht. Binnen zulke time-outvoorzieningen wordt over het algemeen professionele begeleiding geboden.

Voorbeeld: Adempauzeplekken in (regio en stad) Utrecht
De adempauzeplekken in regio Utrecht zijn bedoeld voor mensen die niet in hun huidige (thuis)omgeving kunnen blijven en waarbij een crisisopname (in bijvoorbeeld psychiatrie of verslavingszorg) niet aan de orde is. De time-out draagt bij aan het stabiliseren van de thuis(situatie). Het is een vereiste is dat deze persoon gebonden is aan de regio Midden Nederland. Van de adempauzeplek mag je maximaal vier nachten gebruikmaken.

Voorbeeld: Pilot time-outbedden in regio Zuid-Limburg
Binnen deze pilot in de regio Zuid-Limburg is er voor mensen die verward gedrag vertonen een kortdurende (maximaal 72 uur) acute opvangvoorziening in de vorm van time-outbedden. In deze time-outvoorziening kunnen mensen tot rust komen en worden, indien nodig, maatregelen genomen om te bekijken welke vervolgstappen nodig zijn. In totaal zijn vier bedden op een tweetal locaties gevestigd.

Respijthuizen, herstelhotels of herstelvoorzieningen

Een tweede soort zijn de time-out voorzieningen waar mensen zichzelf kunnen melden, omdat zij (of hun omgeving) merken dat thuis blijven wonen even geen optie is. Deze voorzieningen worden ook wel respijthuizen, herstelhotels of herstelvoorzieningen genoemd. Mensen verblijven hier vaak een à twee weken tot enkele maanden en werken hier aan hun herstel. Begeleiding wordt vaak geboden door ervaringsdeskundigen. In sommige gevallen wordt de voorziening via zelfbeheer georganiseerd. Ook bezoekers kunnen bijdragen aan het runnen van de voorzieningen door mee te helpen met huishoudelijke taken (bijvoorbeeld koken of afwassen).

Voorbeeld: Frits in Baarle-Nassau
Bij Frits kunnen mensen met een ontwrichtende ervaring even tot rust komen en aan hun herstel werken om zo gesterkt weer terug te keren in de maatschappij. Het centrum ligt in de bossen bij Breda en is bedoeld voor volwassenen met een psychische kwetsbaarheid maar zonder verslavings- en dakloosheidproblematiek. Het gaat om mensen die even extra kwetsbaar zijn doordat zij bijvoorbeeld te maken hebben met relatieproblemen, financiële problemen of problemen op het werk. Frits heeft 12 logeerplekken en biedt een dagprogramma voor maximaal 30 personen aan. Logees mogen maximaal twee weken blijven en keren daarna terug naar hun eigen woning. Het is mogelijk om meerdere keren bij Frits te logeren. Logeervoorziening Frits is als pilot gestart met een subsidie van ZonMw en gemeenten Tilburg en Breda; structurele financiering is nog niet gevonden.

Voorbeeld: Een alternatieve manier
Enik Recovery College in Utrecht is een zelfregiecentrum voor ontwikkeling en scholing rondom herstel. Het college wordt volledig door ervaringsdeskundigen en mensen met ervaring gerund. Naast dagactiviteiten biedt het centrum retreats aan: een 5-daagse fulltime training met maaltijden en overnachting. Aan een retreat nemen gemiddeld 10 deelnemers (peers) deel. Met elkaar zoeken zij uit waar ze staan in het leven en waar ze naartoe willen. Dit helpt hen om dagelijkse (negatieve) patronen te doorbreken. Deelname wordt vergoed door de gemeente Utrecht. Omdat de aanpak van het Recovery College succesvol is gebleken, heeft de gemeente Utrecht het Recovery College onlangs voor negen jaar gecontracteerd om met hun ervaringsdeskundigen hulp en begeleiding te bieden aan mensen met psychische aandoeningen.

Voldoende time-outvoorzieningen?

Voor beide van bovenstaande soorten time-outvoorzieningen geldt dat deze geheel gemeubileerd zijn zodat mensen er direct terecht kunnen. Na verblijf in de voorziening, gaan zij terug naar hun woonplek. Niet overal in Nederland zijn voldoende time-outvoorzieningen beschikbaar. Met onder meer hun verantwoordelijkheid voor beschermd wonen staan gemeenten aan de lat voor het realiseren van voldoende time-outvoorzieningen en werken daarbij onder meer samen met corporaties (voor vastgoed, dit is met name aan de orde bij de tweede variant) en zorgpartijen (voor geleverde zorg).

Interventiewoning

Bij de interventiewoningen – in sommige gemeenten wordt een andere benaming gebruikt, bijvoorbeeld doorstroomwoningen of pauzewoningen – staat de psychische kwetsbaarheid niet centraal, maar gaat het om mensen die vanwege ‘lichtere’ problematiek met spoed op zoek zijn naar een andere woonplek. Hierbij is bijvoorbeeld scheidingsproblematiek of huiselijk geweld aan de orde. Een deel van deze groep heeft eigenlijk vooral behoefte aan een dak boven het hoofd en een plek om tot rust te komen. De interventiewoningen worden ingezet als alternatief voor de maatschappelijke opvang om te voorkomen dat problemen groter worden. Bijvoorbeeld bij een gezin met jonge kinderen dat op straat is komen te staan. Door de druk op de woningmarkt, neemt de vraag naar interventiewoningen toe.

De verblijfsduur bij interventiewoningen is langer dan bij time-out voorzieningen. In de praktijk blijkt dat bewoners er gemiddeld een jaar mogen blijven wonen. Het doel van een interventiewoning is het stabiliseren van de situatie van de bewoner en ervoor zorgen dat de bewoner na verloop van tijd weer zelfstandig kan wonen. Interventiewoningen worden vaak gerealiseerd in individuele woningen, rug-aan-rugwoningen, losse kamers en verblijven op vakantie- en recreatieparken. Dit laatste woontype dient overigens ook een ander doel, namelijk revitalisering van dergelijke vakantieparken. Bewoners betalen huur aan de eigenaar van de voorziening, zoals een particulier verhuurder, corporatie of zorgorganisatie, en krijgen in sommige gevallen begeleiding vanuit maatschappelijk werk.

Uitstroom en dan?

Om interventiewoningen in de praktijk goed te kunnen gebruiken, zijn er afspraken nodig over welke doelgroepen van deze woningen gebruik mogen maken en of deze gemeubileerd moeten worden aangeboden. Omdat de mensen die in de woningen worden geplaatst géén eigen woonplek hebben, is terugkeer naar een eigen woning niet mogelijk. Het is van belang dat er – zeker in gespannen woningmarkten – gekeken wordt naar hoe de uitstroom vanuit deze woonvorm georganiseerd kan worden en wat daarbij de verantwoordelijkheid is van de verschillende betrokkenen, inclusief de huurder zelf.

Voorbeeld: Interventiewoningen Gooi en Vechtstreek
In regio Gooi en Vechtstreek is regelmatig behoefte aan interventiewoningen om inwoners met acute problematiek tijdelijk te huisvesten. Hierbij worden interventiewoningen gecombineerd met de noodzaak om zogenaamde Skaeve Huse te ontwikkelen. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen die na detentie geen huisvesting hebben, inwoners die ernstige overlast veroorzaken, slachtoffers van huiselijk geweld, eerwraak of mensenhandel of daders van huiselijk geweld. Het beschikbaar maken van tijdelijke huisvesting maakt het mogelijk het momentum te benutten waarbij de betrokkene openstaat om te gaan werken aan bepaalde problemen in zijn of haar leven. Ook kun je op deze manier leed voor de betrokkene en de samenleving voorkomen wanneer er sprake is van een dreiging. Belangrijk bij deze vorm van wonen is de tijdelijkheid van de huisvesting, de diversiteit en de onmiddellijke beschikbaarheid. De regio Gooi en Vechtstreek gaat de interventiewoningen realiseren in de volgende type woningen:

  • Vrije sectorwoning met 4 kamers: hier kunnen cliënten worden geplaatst die geen overlast geven en groepsgeschikt zijn, bijvoorbeeld ex-gedetineerden;
  • Losse kamerwoning: voor cliënten die in principe geen overlast geven en niet groepsgeschikt zijn;
  • Solitaire individuele woning: sobere woonvoorziening, los van een wijk (evt. met beveiliging), voor overlast gevende cliënten die potentieel gevaarlijk zijn.

Beoogd wordt dat in het eerste halfjaar van 2020 de interventiewoningen beschikbaar zijn.

Voorbeeld: Het Corporatiehotel in Utrecht
Het Corporatiehotel biedt tijdelijke woonruimte aan mensen die in een onacceptabele woonsituatie verkeren en dakloos dreigen te raken. Vaak is onder deze mensen sprake van scheidingsproblematiek, werkloosheid of financiële problemen en hebben zij geen netwerk om op terug te vallen. Bewoners mogen een jaar blijven met de mogelijkheid tot verlenging van een half jaar. Zij zijn verplicht om direct op zoek te gaan naar passende vervolghuisvesting. Vanuit het team Corporatiehotel is een beheerder op frequente basis aanwezig.

Al met al

Er bestaan verschillende voorzieningen waar mensen kort kunnen verblijven. Deze voorzieningen komen onder verschillende namen voor, zoals we hierboven beschreven. In de praktijk blijkt dat namen en vormen vaak door elkaar heen worden gebruikt; een interventiewoning in de ene gemeente is bijvoorbeeld een time-outvoorziening in de andere gemeente. In alle gevallen is het belangrijk om als gemeente, corporatie en zorgorganisatie helder te hebben wat met de voorzieningen wordt beoogd en hoe je dat praktisch ingericht. In sommige voorzieningen verblijven mensen die een eigen woonplek hebben, waardoor het mogelijk is om afspraken over de terugkeer naar hun eigen woning te maken. Bij interventiewoningen is dit niet het geval en ligt er een opgave om voldoende woningen beschikbaar te krijgen en te houden, wanneer uitstroom uit de interventiewoningen stokt.

Meer lezen?

Momenteel loopt vanuit Platform31 het experiment Weer Thuis gericht op het verbeteren van het aanbod wonen met zorg voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. In het kader van dit experiment verschijnt in het eerste kwartaal van 2020 een publicatie over woonbehoeften van en woonvormen voor deze doelgroep.

In de publicatie ‘Souterrain van het wonen’ wordt de onzichtbare onderkant van het wonen in Nederland verkend. In deze publicatie gaan we in op de groeiende groepen mensen die niet in staat zijn om via de reguliere weg toegang te vinden tot de woningmarkt, bijvoorbeeld bankslapers, ex-gedetineerden en ‘zelfredzame’ daklozen. Welke ongewenste en illegale woonoplossingen vinden zij? En hoe kunnen gemeenten en andere partijen bijdragen aan het verkleinen van het souterrain van het wonen?