Thuis in Zuidoost

Een integrale werkwijze in ’s-Hertogenbosch gericht op doen wat nodig is

In de regio ’s-Hertogenbosch loopt het project Thuis in Zuidoost: een werkwijze die aansluit bij de behoefte van mensen met complexe problematiek door te doen wat nodig is. Met frequent en integraal overleg, proberen wijkprofessionals hulp te realiseren die precies past. De hoofdvraag daarbij is: hoe kun je deze mensen ondersteunen wanneer ze tussen wal en schip vallen? Barbara Brakkee, projectleider van Thuis in Zuidoost, licht toe.

Thuis in Zuidoost (afgekort als TIZO) is in 2018 als pilot in stadsdeel Zuidoost in ’s-Hertogenbosch gestart, een stadsdeel met ongeveer 25.000 inwoners. “In dit gebied komt bij ongeveer 10 procent van de inwoners veel problematiek voor. Thuis in Zuidoost richt zich op deze inwoners. Bij de start is Thuis in Zuidoost begonnen met 17 wijkprofessionals in het netwerk en dit is inmiddels uitgebreid naar zo’n 39 wijkprofessionals, waaronder corporatiemedewerkers, de wijkagent en medewerkers van zorg- en welzijnsinstellingen. Brakkee vult aan: “Professionals krijgen twee loopuren en twee overleguren per week. De ene week vindt casuïstiekoverleg plaats, de andere week een themasessie waarin professionals iets over hun eigen werkzaamheden vertellen. Voor extra kennisuitwisseling worden hierbij ook externen uitgenodigd, dat werkt erg goed.”

Context van Thuis in Zuidoost

In de regio ‘s-Hertogenbosch wordt gewerkt met de vijf vuistregels dit zijn praktische afspraken tussen gemeente, zorg- en welzijnsorganisaties en een klankbordgroep bestaande uit ervaringsdeskundigen en familieleden. Deze vuistregels maken het mogelijk dat mensen met psychische kwetsbaarheden zich thuis voelen in de wijk. Bij deze regels gaat het om schijnbaar eenvoudige dingen, maar die voor mensen die het (net) niet zelf kunnen redden vaak moeilijk(er) te regelen zijn. Voorbeelden zijn goed wonen en een veilig thuis, goede financiën en goede ondersteuning die echt bij iemand past. Met de start van de pilot Thuis in Zuidoost zijn de visie en de vijf vuistregels daadwerkelijk in de praktijk toegepast.

Regulier

Centraal in de aanpak van Thuis in Zuidoost staat: als zorg of ondersteuning regulier geboden kan worden, dan gebeurt het regulier. Brakkee: “Hiermee bedoelen we dat de betrokken professional de ondersteuning van iemand met (complexe) problematiek via reguliere processen oppakt, als dit haalbaar is. We werken bijvoorbeeld met een intakeformat waarmee betrokken professional(s) de wens en hulpvraag van de persoon in beeld brengen. In dit format kun je ook beschrijven in hoeverre de gestelde vraag legitiem is – en dus regulier op te pakken. In sommige gevallen lukt deze reguliere route niet en dan doen we wat nodig is. Dit is dan echt maatwerk”, aldus Brakkee. “Achteraf proberen we daar dan weer van te leren: wat kan bijvoorbeeld anders geregeld worden in het reguliere proces zodat we het wél regulier hadden kunnen oppakken? We stellen dan aanbevelingen op die we in een periodiek overleg met bestuurders bespreken, met als doel dat organisaties intern aanpassingen doorvoeren.”

Werkbudget

Om daadwerkelijk te kunnen doen wat nodig is, werkt Thuis in Zuidoost met een werkbudget. Brakkee licht toe: “Dit is simpel gezegd ‘snel geld’ dat ingezet kan worden om complexere problemen te voorkomen wanneer andere budgetten niet beschikbaar worden gesteld. Mandaat voor dit geld ligt bij de professionals: zij besluiten over de besteding van het bedrag. Via monitoring maken we inzichtelijk wat er met het geld gebeurt en hoeveel geld bespaard blijft. Laatst hebben we bijvoorbeeld met het werkbudget iemands huurschuld afbetaald waardoor deze persoon weer een huis kan krijgen en van daaruit weer een eigen leven op kan bouwen.” Ook de Bossche Bond, een fonds voor professionals in ‘s-Hertogenbosch, werkt met een soortgelijk werkbudget. Deze bond richt zich niet op complexere vragen, maar er is wel afgesproken dat zij alleen enkelvoudige vragen financieren die niet gemonitord hoeven te worden. Door deze aanpassing in de werkwijze kunnen zij nog meer mensen beter helpen. Alle professionals die in ‘s-Hertogenbosch bezig zijn met een (kwetsbare) casus, kunnen een aanvraag indienen bij de Bossche Bond.

Monitoring en evaluatie

Belangrijk binnen Thuis in Zuidoost is het monitoren en evalueren van de ingezette ondersteuning. Monitoring vindt zowel per casus als op wijkniveau plaats en komt overeen met de monitoringsaanpak in de proeftuin Ruwaard – Oss. Op casusniveau wordt het maatschappelijk rendement gemeten. Dit rendement is opgebouwd uit enerzijds ervaren welbevinden – een korte toelichting door de wijkbewoner vóór en na de TIZO-oplossing – en anderzijds de gemaakte maatschappelijke kosten. Voor de maatschappelijke kosten wordt gebruik gemaakt van een maatschappelijke prijslijst, gebaseerd op een soortgelijke lijst van de HAN, en aangepast op basis van geactualiseerde tarieven van bijvoorbeeld beschermd wonen, begeleiding, huur en maatschappelijke opvang. Met hulp van deze lijst kunnen ingezette kosten makkelijk inzichtelijk gemaakt worden, zoals onderstaande afbeelding laat zien.

maatschappelijke-kosten

Momenteel vindt overigens een tussenevaluatie plaats van de pilot zelf: hoeveel mensen zijn geïncludeerd, wat heeft het opgeleverd en hoeveel heeft het gekost? Brakkee: “De evaluatie is leerrijk. Wat we bijvoorbeeld zien is dat bij heel veel casussen gebrek aan woonruimte het grootste probleem is. Maar wij zijn geen vastgoedhandelaren. Daar zijn andere oplossingen voor nodig.”

Uitbreiding van Thuis in Zuidoost

Gezien de positieve resultaten van de pilot is besloten om de aanpak stedelijk te implementeren als werkwijze. “We zijn geen instituut op zich”, verduidelijkt Brakkee. “Voor de uitbreiding van Thuis in Zuidoost kiezen wij voor de welbekende olievlekmethode: klein beginnen en van daaruit steeds verder uitbreiden. Dit moet ook wel, we kunnen niet in alle wijken tegelijkertijd een netwerk opbouwen. Dat vraagt tijd. Voor de selectie van wijken voor de uitbreiding van Thuis in Zuidoost, hebben we wijkfoto’s en een wijkmonitor gemaakt. Op basis van de uitkomsten daarvan hebben we specifiek gekozen voor twee wijken in het westen en noorden van ’s-Hertogenbosch. In de ene wijk is bijvoorbeeld meer sprake van problematiek, maar loopt de samenwerking vloeiend. In de andere wijk is minder problematiek, maar zit de samenwerking nog in de opstartfase. Onze bedoeling is om de wijknetwerken op te plussen: wie zitten er al aan tafel en wie ontbreekt? We gaan in ieder geval opplussen met de tweede lijn. Ik kom al wel een aantal praktische dingen tegen. In één wijk zitten bijvoorbeeld vier buurtteams; haak je die allemaal aan? Je wilt zorg en ondersteuning lokaal zo goed mogelijk organiseren, maar sommige aanbieders zijn stadsbreed georganiseerd. Je moet dus heel goed kijken naar slimme inzet met elkaar. De bereidwilligheid is in ieder geval enorm, daar ben ik blij om!”