Succesfactoren van energiecoöperaties

Interview met dr. Beau Warbroek, Universiteit Twente

In de verduurzamingsopgave spelen bewoners een cruciale rol. Steeds meer burgers onderschrijven deze rol door zich te verenigen in energiecoöperaties. Een coöperatie opzetten en tot bloei laten komen is niet eenvoudig; sommige initiatieven zijn een stuk succesvoller dan anderen. Hoe vallen de grote verschillen in het succes van energiecoöperaties te verklaren en hoe kunnen overheden en marktpartners hen zo goed mogelijk ondersteunen? Platform31 ging hierover in gesprek met dr. Beau Warbroek (Universiteit Twente), die de succesfactoren van Friese energiecoöperaties onderzocht.

Beau Warbroek schreef tussen 2014 en 2019 zijn proefschrift over de succesfactoren van energiecoöperaties in Friesland. Het onderzoek richt zich op twee hoofdvragen: wat zijn de factoren die bijdragen aan het verklaren van de variatie in succes van energiecoöperaties in Friesland? En: hoe ondersteunen of verhinderen governance-actoren (zoals het Rijk, provincies en gemeenten) het succes en de verdere ontwikkeling van energiecoöperaties?

Hoe ben je tot deze onderzoeksvragen gekomen en waarom heb je voor Friesland als onderzoeksveld gekozen?

“Doordat de belangstelling voor energiecoöperaties rond 2012 sterk toenam, waren overheden benieuwd aan welke knoppen zij kunnen draaien zodat de coöperaties zich verder ontwikkelen. Gemeenten konden niet alle initiatieven meteen ondersteunen, maar moesten eerst afwegen welke initiatieven zij verder konden helpen en welke initiatieven nog een (zelfstandige) groei moesten doormaken. De provincie Friesland gaf gehoor aan deze vraag en maakte financiering voor een onderzoek mogelijk. De onderzoeksvragen waren geformuleerd vanuit de Universiteit Twente, voordat ik in het project stapte. Achteraf is Friesland een uitstekend onderzoeksgebied gebleken: per miljoen inwoners zijn daar de meeste energiecoöperaties te vinden en er is een stevige ondersteuningsstructuur vanuit externe partners.

Je onderzoek richt zich op succesfactoren van energiecoöperaties. Wat versta je onder succes?

Het is een zoektocht geweest om de initiatieven met elkaar te kunnen vergelijken op basis van succes. Energiecoöperaties bestaan in vele soorten en maten, met grote verschillen in ambitieniveau. Het ambitieniveau is echter geen absolute maatstaf, omdat het lastig is om verschillende ambities met elkaar te vergelijken. Daarom heb ik gekozen voor de volgende vier succesindicatoren:

  • gerealiseerde maatregelen voor individuele huishoudens;
  • gerealiseerde gezamenlijke projecten;
  • het aantal klanten van de energiecoöperatie;
  • het aantal klanten ten opzichte van het totaal aantal inwoners van het verzorgingsgebied van de energiecoöperatie.

Dit zijn gegevens die vergelijkbaar zijn. Ik heb me er lang mee bezig gehouden, want coöperaties met minder ambitie, en daardoor minder projecten, worden op deze manier snel gecategoriseerd als niet of minder succesvol. Uiteindelijk is dit de meest transparante en heldere manier geweest om succes te definiëren.

Welke factoren dragen bij aan het succes van energiecoöperaties?

Zowel uit het theoretisch raamwerk als uit het veldwerk bleek dat succesfactoren zich clusteren rond drie thema’s. Ten eerste zijn dat factoren binnen de invloedssfeer van de energiecoöperatie zelf. Dit zijn organisatorische factoren, zoals de aanwezigheid van (meerdere) kartrekkers, de beschikbaarheid van tijd bij initiatiefnemers, voldoende menselijk kapitaal, financiële middelen, et cetera.

Ten tweede spelen factoren die liggen in de interactie tussen energiecoöperaties en de lokale omgeving een belangrijke rol. Hierbij kun je denken aan een hecht netwerk in de wijk waardoor vrijwilligers, klanten, dakeigenaren en investeerders zich aansluiten bij het initiatief. Of bijvoorbeeld goede connecties met lokale instituties zoals het wijkpanel en de dorpsraad, wat vooral bij de opstart van energiecoöperaties van belang bleek. Ook is het voor energiecoöperaties raadzaam om aan te sluiten bij lokale waarden en referentiekaders, voor een goede inbedding in de buurt. Met andere woorden: het is van belang dingen te doen zoals men gewend is ze te doen binnen de gemeenschap.

Ten slotte hangt het succes van energiecoöperaties ook af van factoren uit de beleidscontext van de energiecoöperaties. Zo is de relatie tussen de (lokale en regionale) overheid en de energiecoöperatie doorslaggevend, met name als de beleidscontext niet faciliterend is voor de initiatieven. Deze ondersteuning is voor een deel afhankelijk van de capaciteit van gemeenten; kleinere gemeenten zijn vaak minder goed in staat burgerinitiatieven te ondersteunen vanwege de beperkte capaciteit en middelen. Een ander belangrijk inzicht is dat lokale overheden meestal vertrouwen toekennen aan de usual suspects, wat de interactie tussen energiecoöperaties en overheden negatief kan beïnvloeden. Daarom is transparantie in de besluitvorming van gemeenten om een initiatief wel of niet te ondersteunen van groot belang.

Voorbeeld van een initiatief waarin alle succesfactoren terug te zien zijn

“Bij een energiecoöperatie in Ameland zag je dat alle knoppen goed stonden: er was genoeg menselijk kapitaal, er was een kartrekker en een interne organisatie waarin veel bewoners met specialistische kennis zaten, zoals technici, juristen en financiële experts. Ook met de inbedding in de gemeenschap zat het goed: Ameland kent als eiland hechte netwerken en het initiatief is goed op deze verschillende kanalen aangesloten. Ten slotte is het handelen van de gemeente een gouden greep gebleken. Het gerealiseerde zonnepark van 23.000 zonnepanelen is voor een derde door het initiatief gefinancierd, een derde door Eneco en een derde door de gemeente. Dan zie je dat de gemeente op gelijke voet optreedt met het initiatief. Ook hebben ze geholpen met het zoeken naar een locatie: deze was eerst niet geschikt doordat het eigendom was van verschillende boeren, waarop de gemeente hen heeft uitgekocht om ruimte te maken. In dit voorbeeld zie je de genoemde succesfactoren rond alle drie de thema’s terugkomen, wat zich uitbetaalde in een groot aantal gerealiseerde maatregelen en een aanzienlijk klantenbestand.”

In je tweede onderzoeksvraag, ‘hoe ondersteunen of verhinderen governance-actoren het succes en de verdere ontwikkeling van energiecoöperaties?’ zoom je vooral in op de beleidscontext, waarom?

De reden dat ik hier in het bijzonder naar heb gekeken, is dat de eerste twee factoren niet makkelijk zijn te beïnvloeden als overheid. Organisatorische succesfactoren binnen de invloedssfeer van de energiecoöperatie en succesfactoren die liggen in de interactie tussen coöperatie en de lokale omgeving verander je niet zomaar.

Overheden zoeken naar manieren om energiecoöperaties effectief te ondersteunen. Uit mijn onderzoek blijkt dat er veel variëteit en fragmentatie is in de manieren waarop overheden reageren op de toename van energiecoöperaties. Een concreet voorbeeld van ondersteuning is het verlagen van de OZB-belasting voor een zonnepark naar een symbolisch bedrag, of het geven van een opstartsubsidie om de notariskosten te dekken. Het spectrum varieert van richtinggevende instrumenten (het aanwijzen van stukken grond waar duurzame energie gerealiseerd kan worden) tot meer faciliterende ondersteuning (subsidies, ondersteunen met kennis en expertise).

Door wie en hoe kunnen energiecoöperaties zo goed mogelijk ondersteund worden?

Ik kan mij drie scenario’s voorstellen waarin energiecoöperaties ondersteuning kunnen krijgen. In het eerste scenario komt ondersteuning voornamelijk vanuit de overheid. Ik denk echter niet dat we van gemeenten kunnen verwachten dat zij energiecoöperaties zelfstandig kunnen ondersteunen. De opgave is te groot, het gaat hun pet te boven. Zeker met zicht op alle opgaven die er liggen, zoals de warmtetransitie. Dit geldt vooral voor kleinere gemeenten. Energiecoöperaties hebben ondersteuning van buiten nodig, bijvoorbeeld van het Rijk, de provincie en het bedrijfsleven. Ik zie ook goede voorbeelden, waarbij gemeenten dichtbij de energiecoöperaties staan en veel financiële en ambtelijke capaciteit hebben waardoor ze goed in staat zijn om de energiecoöperaties te ondersteunen. Maar door deze verschillen tussen gemeenten, ontstaat fragmentatie in hoeverre ondersteuning wordt gegeven aan energiecoöperaties door het land heen. Daarom pleit ik om ondersteuning in ieder geval regionaal op te pakken zodat ieder initiatief behoorlijke ondersteuning kan krijgen. Kortom: er is een breder ondersteuningsbeleid nodig vanuit overheden en externe partners waardoor energiecoöperaties met potentieel worden bijgestaan.

Een ander scenario is dat het zwaartepunt van de ondersteuning bij de markt komt te liggen. Of dat het meest wenselijk is, laat ik in het midden, maar het lijkt erop dat gemeenten op dit moment te veel op hun bord hebben. In een marktgeoriënteerd scenario kopen energiecoöperaties zelf kennis en ondersteuning in. Hierdoor wordt ondersteuning geminimaliseerd en is te verwachten dat energiecoöperaties minder hard groeien. Maar de groei die er wel is, is stabieler doordat zij dit op eigen kracht realiseren.

Een realistisch scenario, wat ik ook heb zien voltrekken in Friesland, is een ondersteuningsstructuur met een aantal intermediaire partijen. Met intermediaire partijen bedoel ik organisaties die tussen de markt en overheid in staan en zich daardoor makkelijk kunnen bewegen in het speelveld. Denk hieraan aan Natuur en Milieufederaties, maar ook semioverheidsinstanties zoals in Friesland Doarpswurk, een organisatie die de leefbaarheid van het Friese platteland ondersteunt. Intermediaire partijen leggen verbindingen tussen partijen, bouwen kennis op en verspreiden dit en zorgen voor enige coördinatie van de coöperatieve beweging.

Ik denk dat de meest effectieve ondersteuning ligt bij dit soort organisaties. De activiteiten en dus hulpvragen van energiecoöperaties zijn namelijk sector-overstijgend. Intermediaire partijen kunnen ondersteuning geven waar energiecoöperaties behoefte aan hebben. Niet alleen kennis en kunde over hoe om te gaan met gemeenten, maar ook het doorrekenen van businesscases en hoe je jezelf moet organiseren als energiecoöperatie. Effectieve ondersteuning snijdt dan ook al deze aspecten aan.

Meer informatie