Stedelijke regio’s als motor van economische groei

Interview met Otto Raspe (Planbureau voor de Leefomgeving)

Dr. Otto Raspe is senior onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving. Met het rapport Stedelijke regio’s als motoren van economische groei pleit hij met zijn medeauteurs voor de versterking van de regionale economische structuur door ontkokering van en afstemming tussen regionaal en nationaal beleid. Woon- en leefomgeving, infrastructuur (bereikbaarheid) en human capital zijn daarin belangrijke factoren.

Otto Raspe: “Uit ons onderzoek blijkt: geografie doet ertoe. Economieën ontwikkelen zich dwars door administratieve indelingen heen. Ze volgen hun eigen geografische logica. ‘Een regio’ is de ideale eenheid voor economische ontwikkeling; gemeentes zijn te klein en provincies te groot. Als de betrokken overheden samen regionaal optrekken, binnen nieuwe governance-structuren, is een goed en effectief beleid mogelijk.

Wij zien in casestudy’s dat een multilevel structuur het allerbeste werkt, omdat je dan meer nationale beleidslijnen krijgt, afgestemd op de regio. Maar in Nederland zijn de lijnen tussen die beleidsorganen relatief zwak ontwikkeld. Het Rijk denkt te macro en stroomlijnt haar generieke beleid te weinig naar regionale opgaven. Met regiodeals en What Works centers kun je lijnen leggen tussen verschillende bestuurslagen. Voor de regiodeals is ongeveer 950 miljoen beschikbaar. Het gevaar ligt op de loer dat dit geld in goed gevulde envelopjes wordt uitgedeeld aan regio’s die het beste lobbyen. Maar als het Rijk wat minder op afstand staat, en echt betrokken is bij de regio’s, krijgen die deals meer gezamenlijkheid. Op die manier krijgt het Rijk ook niet steeds out of the blue claims voor onsamenhangende, versnipperde strategieën. Via What Works centers maken regio- en sectorspecialisten de connectie tussen regionale en nationale kennis.

In die centra bepaal je wat goede plannen zijn en evalueer je die plannen. Je onderzoekt wat beter kan en hoe je die kennis kunt toepassen. Let wel: dat gaat niet om het uitwisselen van blauwdrukken. Iedere regio vraagt om een unieke aanpak.”

Lees dit interview verder in ‘De economische agenda voor stad en regio’ (vanaf pagina 29):