Passie voor de Tilburgse binnenstad

Interview met Stefan van Aarle, eigenaar StadsKracht

Door Erwin Riedstra, Platform31

Als eigenaar van het bedrijf StadsKracht adviseert en begeleidt Stefan van Aarle (1986) overheden, marktpartijen en intermediairs op de thema’s retail en gebiedsmanagement. Erwin Riedstra (Platform31) ging met hem in gesprek op zijn werkplek in het centrum van Tilburg, waar hij enkele jaren als kwartiermaker binnenstad werkte en vanaf 2018 werkt als binnenstadsregisseur, waar hij zich in teamverband inzet voor een aantrekkelijke binnenstad. Op deze plek komen de stakeholders die de binnenstad ‘maken of kraken’ met grote regelmaat samen: winkeliers, horecaondernemers, dienstverlening, vastgoedeigenaren, gemeente en bewoners. Samen denken ze na over de vraag hoe ze de binnenstad van Tilburg aantrekkelijker kunnen maken. Een binnenstad die de laatste tijd stevig in de schijnwerpers staat. Van Aarle vertelt over zijn succes in binnensteden: “Kennis van zaken en een heldere communicatie zijn de toverwoorden in dit vak. Kunnen geven en nemen. Inleven en meedenken. Dat gecombineerd met passie voor het vak maakt dat dingen lukken.”

“Tijdens mijn studie Vrijetijdswetenschappen aan de Universiteit van Tilburg heb ik me gespecialiseerd in stedelijke ontwikkeling en centrummanagement. Na mijn studie kwam ik in de consultancy terecht, waar ik doorgegroeide tot senior adviseur Retail en Centrummanagement bij BRO. Ik kreeg enorm veel vrijheid binnen dit bedrijf en leerde om mijn hoofd boven het maaiveld uit te steken. Dat was ook nodig, want het was in bedrijfseconomisch opzicht geen makkelijke tijd. Het dwingt je ‘out of the box’ te denken.”

“In mijn tijd als adviseur doorkruiste ik heel Nederland en België om (binnen)steden, gemeenten, ondernemersverenigingen en centrummanagementorganisaties te begeleiden. Ik ondersteunde hen vooral bij beleidszaken, bijvoorbeeld bij het opstellen van detailhandelsbeleid of het ontwikkelen van visies op binnensteden.

In de loop der jaren specialiseerde ik me in binnenstadsmanagement of centrummanagement. Uiteindelijk komt het altijd neer op werken aan een duidelijke visie, aan de organisatie en uitvoering van de plannen en de financiering ervan”, concludeert Van Aarle. Hij vervolgt: “In Tilburg hebben we bijvoorbeeld een ondernemersfonds opgezet. Daarmee genereer je een ‘serieus potje geld’ voor de binnenstad, wat een voorwaarde is om succesvol te kunnen zijn. In Tilburg betalen alle ondernemers en vastgoedeigenaren mee. Voor ondernemers gaat het om een bedrag dat varieert van 300 tot 900 euro. Voor vastgoedeigenaren is dat 200 tot 500 euro.”

Ondernemer met liefde voor de stad

“Ik ben opgegroeid in een ondernemersgezin. Het ondernemerschap zit in mijn DNA. Van kinds af aan heb ik altijd enorme interesse gehad in steden. Ik liep anders door steden dan mijn vrienden en keek met een andere bril op. Ik lette op zaken als hoe schoon en veilig de stad was en keek naar aanbod en vraag in een stad en naar het type mensen dat er rondliep. Ik vermoed dat dit ook te maken heeft met het ondernemersgezin waarin ik ben opgegroeid. Mijn vader is vele jaren actief geweest voor het grotere geheel. Binnen ondernemersverenigingen en andersoortige samenwerkingsverbanden maar ook in de politiek. Ik hoorde dagelijks verhalen over de detailhandel die verder gingen dan alleen de eigen winkel”, vertelt Van Aarle.

Van Aarle: “Transparantie en eerlijkheid zijn belangrijke persoonlijke waarden voor mij. Ik werk met geld van individuele ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeenschapsgeld. Hoewel ik niet bepaal waar het geld aan besteed wordt, adviseer ik het bestuur daar wel over. Er ligt toch voortdurend een vergrootglas op je werkzaamheden”, vertelt van Aarle. “Het kunnen inschatten van de verwachtingen van iedere stakeholder is van groot belang in mijn vak. Die voelsprieten wanneer je moet handelen en wanneer ook even niet. De emoties kunnen nog wel eens hoog oplopen bij sommige partijen.” Van Aarle ziet daarom voor zichzelf een rol weggelegd om de emotie uit het debat te halen. “Dat is vaak de kunst. Om door die starheid heen te breken en de discussie te verbreden en andere gezichtspunten naar voren te laten komen. Dat gebeurt vaak met een lach en een traan. En met humor en relativeringsvermogen. Zo ben je voortdurend aan het manoeuvreren tussen partijen met een eigen mening en onderlinge conflicten. Maar hard tegen hard gaat het eigenlijk nooit. En weet je waarom niet? Omdat uiteindelijk iedere stakeholder hetzelfde belang heeft, en dat is die binnenstad naar een hoger niveau tillen en aantrekkelijker maken.”

Dikke huid

“Je moet een dikke huid hebben in dit vak”, vindt Van Aarle. “Je komt bijna wekelijks in de lokale pers; een stuk in de krant of een interview op de lokale tv. Daar komt vaak via social media weer veel reactie op. Positief en negatief. Daar moet je wel tegen kunnen. Ik kan me daar niet voor afsluiten want ook social media heb ik nodig voor mijn werk. Sommige ondernemers verwachten ook van mij dat ik namens hen berichten plaats. Ook dat is stakeholdermanagement. Ik ben voortdurend bezig met ‘postingbeleid’. Zo houdt het werk inderdaad nooit op. Soms zou ik willen dat ik het werk wat beter kon loslaten. Op vakantie bijvoorbeeld. Ik ben er áltijd mee bezig, mijn telefoon staat nooit uit. Als je ‘s avonds of in het weekend een vraag hebt, dan ben ik er voor je. Dat betekent overigens niet dat ik voortdurend op straat te vinden ben. Dat is onmogelijk. Als je te veel op straat bent kom je niet aan de grotere uitdagingen toe. Je lost de problemen niet alléén op met het drinken van kopjes koffie. Bij openingsfeestjes van winkeliers probeer ik wel altijd even mijn gezicht te laten zien. En ik doe mijn boodschappen in de binnenstad." Met een knipoog voegt Van Aarle toe: “Je denkt toch niet dat ik bij bol.com ga bestellen?”

Van Aarle over het vak van binnenstadsmanager

“Ik heb het altijd storend gevonden als een oud-ondernemer of een oud-wethouder vrij gemakkelijk in zo’n functie terecht kwam, want binnenstadsmanagement is een complex vak. Kennis van politiek, vastgoed, consumentenvoorkeuren en retail is uitermate belangrijk.” stelt van Aarle. Hij vervolgt: “Ik ben bewoner van een binnenstad, ik ben ondernemer, ik heb mezelf verdiept in vastgoed, een kennisveld dat van nature bij mij ontbreekt. Wil je een binnenstad helpen ontwikkelen dan moet je met vastgoedeigenaren inhoudelijk kunnen spreken over rendementen, risico’s en huurprijzen. Alleen dan krijg je inzicht in vragen over leegstand en waarom locaties verschillend gewaardeerd worden. Dan weet je ook aan welke knoppen je moet draaien om leegstaande panden weer gevuld te krijgen. En begrip van de werking van het politieke en ambtelijke apparaat is essentieel.” Van Aarle schat in dat hij de helft van zijn tijd besteed aan contacten met het ambtelijk en bestuurlijk apparaat van Tilburg.

Houdbaarheidsdatum

“Een binnenstadsmanager is als een voetbaltrainer. Er zit een bepaalde houdbaarheidsdatum aan het vak. Een jaar of drie, vier. Dat komt omdat het werk van binnenstadsmanager op termijn steeds operationeler wordt. Daar zijn andere kwaliteiten voor nodig. Mijn kracht ligt aan de voorkant van het proces: waar de samenwerking niet vlot loopt, omdat er geen financieringsstructuur is, waar geen visie op de binnenstad is. Daarnaast: nieuwe personen zorgen voor frisse blikken. Je helpt een stad niet door tien jaar op dezelfde positie te zitten.”

Teamwork

De rol van Van Aarle in Tilburg is vanaf 2018 ook anders. Hij was kwartiermaker en wordt nu regisseur, waarbij hij handelt namens alle stakeholders (niet alleen meer ondernemers) en een team gaat aansturen. “Die luxe heb je in een grote stad als Tilburg omdat er middelen beschikbaar voor worden gesteld. Het is heel prettig want uiteindelijk is binnenstadsmanagement teamwork. Er bestaat geen persoon die alle benodigde vaardigheden in zich heeft.”

Landelijk netwerk

“Ik heb veel contacten met andere binnenstadsmanagers, zowel in Brabant als daarbuiten. Door mijn functie als bestuurslid van het landelijk Platform Binnenstadsmanagement kom ik veel collega’s tegen. Heel handig, want we kunnen veel van elkaar leren. En verder tref ik collega’s bij het bezoeken van congressen. Ik volg die steden wel ja. Ik probeer ook echt op die congressen te komen om te onderzoeken wat wel en niet werkt. Je netwerk is in die zin niet alleen in de stad, maar ook landelijk van belang.”

Vertrouw in de aanpak van binnenstadspartners

“Verzakelijking van de financiering van het binnenstadsmanagement zou een goede zaak zijn.” vindt Van Aarle. “Neem Zweden als voorbeeld; daar pakt men het centrummanagement veel zakelijker aan. Dat vind ik interessant en ook gezond, omdat je niet zo afhankelijk bent van subsidies. Wij hebben hier in Nederland nog veel stichtingsvormen en subsidies. Hier wordt elk binnenstadsproject – hoe klein ook – langs de subsidiemeetlat gelegd. Vele ambtenaren zijn voortdurend bezig met het toetsen en monitoren van de projecten. Die bureaucratie is niet altijd prettig, want die gaat ten koste van de snelheid waarmee we hier keuzes kunnen maken. Met name grote overheden zijn nog vaak naar binnen gekeerde, logge apparaten. Volgens mij is het terugdringen van de bureaucratie één van de grootste uitdagingen voor de overheid. Ondernemerschap is niet waarop men wordt getoetst. Maar wel het juist kunnen uitsluiten van risico’s. Het kost daarom tijd elkaars belang in te zien en elkaar te vertrouwen. Heb als gemeentelijke overheid ook het lef om een bestuursrol te vervullen binnen een organisatie voor centrummanagement. En werk vanuit die rol mee aan een programma met meetbare indicatoren waar je op stuurt. Durf als overheid juist in de uitvoering los te laten en vertrouwen te hebben in de aanpak van de binnenstadspartners.”