Ook ‘snelle jongens’ huisvesten maatschappelijke doelgroepen

Interview met met Joost van Gestel, Camelot Europe

“Onze grote verhuurvoorraad in leegstandbeheer zorgt ervoor dat we puur commerciële projecten kunnen combineren met sociale projecten. We zijn zo groot dat we slagkracht hebben om nieuwe dingen uit te kunnen proberen, zoals gemixt wonen en huisvesting voor minder draagkrachtige groepen. Projecten waar de doelgroepen anders zijn dan de traditionele gezinnen met kinderen. We zien een groot gat in de markt op dit vlak.”

Aan het woord is Joost van Gestel medeoprichter en CEO van Camelot, de grootste commerciële leegstandbeheerder van Nederland. Camelot huisvest 13.700 personen. Ondanks haar commerciële profiel is Camelot beheerder, ontwikkelaar en zelfs eigenaar van steeds meer projecten met een maatschappelijke invulling. Een gesprek over de maatschappelijke kant van Camelot.

Kantoren tijdelijk transformeren

Voorbeeld 1: in 2016 heeft woningcorporatie Woonpartners Helmond Camelot gevraagd om twee kantoren van de corporatie tijdelijk te transformeren en beheren. De bewonersgroep in deze complexen bestaan uit studenten en andere éénpersoonshuishoudens aangevuld
met personen met een dringende woningvraag, bijvoorbeeld door huiselijk geweld of scheiding. “Wij zien dat woningcorporaties traditioneel gericht zijn op gezinnen met kinderen. Daar hebben ze dan ook hun woningvoorraad op ingericht. Woonstichting Helmond neemt ons in de arm omdat wij die andere doelgroepen beter kunnen bedienen. We doen dit gewoon binnen criteria van de gemeente en de inkomenseisen van de Woningwet”, aldus Van Gestel.

Mobiele units

Voorbeeld 2: in oktober 2017 heeft Camelot in samenwerking met de gemeente Amsterdam 350 mobiele units van Jan Snel neergezet bij Station Sloterdijk in Amsterdam voor studenten, starters en statushouders (zie foto’s). Een ‘magic mix’-project dus. Bewoners moeten solliciteren op een woning. De huur is gereduceerd in ruil voor een bijdrage aan de landing van de statushouders in de Nederlandse samenleving. Dit kan gaan over praktische zaken, samen dingen doen, maar ook werken aan taalvaardigheid of het bijbrengen van Nederlandse normen & waarden. Bewoners worden vier uur per maand ingeroosterd. “Dit kan ervoor zorgen dat de integratie van statushouders soepeler verloopt en zal ook misstanden voorkomen. Als we dit meer doen dan kunnen we de kosten drukken van maatschappelijke ondersteuning van deze nieuwe inwoners. Wij zijn hierover met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers in gesprek. Er staat nog teveel druk op de ketel om dit met hen samen te doen. Daarom pakken we het voorlopig zelf op met support van Amsterdam. De gemeente helpt mee door de grond goedkoop aan te bieden.”

Toegevoegde waarde maatschappelijk terrein

Bescherming van vastgoed door middel van leegstandsbeheer blijft core business van Camelot. Van Gestel benadrukt met deze voorbeelden dat zij ook een toegevoegde waarde kunnen hebben op maatschappelijk terrein. Camelot huisvest naast studenten en starters dus ook spoedzoekers en statushouders. Van Gestel heeft ook voorbeelden van projecten waar mensen worden gehuisvest die resocialiseren, net afgekickt zijn of uitstromen uit beschermd wonen, zoals voormalige bejaarden centra van woonzorg. “Veel commerciële eigenaren schrikken vaak terug van kwetsbare doelgroepen”, aldus Van Gestel. “Er kan conservatief gedacht worden in vastgoedland. Men is bang dat de vastgoedwaarde daalt of alleen maar lasten heeft van bepaalde groepen. Ik zie dat minder. Wij zijn ervan overtuigd dat als de verhouding goed is, deze panden prima leefbaar blijven. Het is jammer dat nog maar een klein percentage van eigenaren actief vraagt om een maatschappelijke invulling van hun leegstaand vastgoed.” Het commerciële profiel van Camelot lijkt nog veel sociale partners af te schrikken. “We worden gezien als snelle jongens in het vastgoed die alleen de ‘makkelijke’ doelgroepen huisvest. Ik hoop dat we dat beeld met de genoemde voorbeelden bijstellen en kunnen laten zien dat er raakvlakken zijn met sociale huisvesters. Ik ben ervan overtuigd dat we elkaar kunnen versterken in plaats van dat we naast elkaar leven.”