Nog een wereld te winnen in samenwerking wetenschap en stedelijke praktijk

Wat is de meerwaarde voor steden om te participeren in een wetenschappelijke onderzoeksconsortium? In hoeverre kunnen zij de onderzoeksresultaten gebruiken in de stedelijke (beleids)praktijk? Wat kunnen zij leren van de andere (Europese) steden en de universiteiten uit het consortium? Wat vinden zij de voor- en nadelen van deelname en wat zien zij als de belangrijkste verbeterpunten? Deze vragen zijn gesteld aan de stedelijke consortiumpartners die geparticipeerd hebben in projecten uit de eerste en tweede pilotcall van JPI Urban Europe. Over het algemeen zijn de stedelijke partijen al te spreken over de wisselwerking tussen wetenschap en stedelijke praktijk, maar kan er volgens de ervaringsdeskundigen nog meer uitgehaald worden.

Doorwerking in praktijk

De online enquête is ingevuld door enkele stedelijke consortiumpartners; veelal werkzaam bij één van de Europese steden die deelnamen aan het onderzoek maar ook vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties. Over het algemeen zijn de meeste partners te spreken over de opbrengst van hun deelname aan het onderzoeksproject. Zo hebben de stedelijke partijen veel gehad aan de kennis die zij hebben opgedaan en hebben de resultaten ook hun doorwerking gehad in de stedelijke praktijk. Ter illustratie: in één van de projecten is door de onderzoekers een living lab opgezet. De betrokken gemeente heeft nu besloten om de living lab door te ontwikkelen en op te schalen en gebruikt hiervoor de kennis die zij tijdens het project heeft opgedaan.

Kennisuitwisseling

Het uitwisselen van kennis is één van de belangrijkste voordelen die stedelijke consortiumpartijen zien om deel te nemen aan een onderzoeksconsortium. Hierbij vinden ze het niet alleen waardevol om te leren van de wetenschappers maar ook van de andere steden. Ondanks de verschillen in lokale context kunnen de steden veel meer van elkaar leren dan zij vooraf hadden gedacht. Op deze manier werpt deelname aan een Europees onderzoeksprogramma zijn vruchten af.

Twee werelden, één onderzoek

Ondanks alle positieve geluiden kan er nog veel winst geboekt worden om meer uit de wisselwerking tussen wetenschap en stedelijke praktijk te halen. Het blijven immers twee verschillende werelden met verschillende culturen en dynamiek. Dit vraagt om intensieve afstemming en wederzijds begrip. Zo willen de stedelijke partijen vaak sneller resultaten zien dan dat de wetenschappers kunnen leveren. Hier moeten de partijen het met elkaar eens over kunnen worden en duidelijk communiceren wat wel en niet mogelijk is.

Duidelijke afspraken

Ook is het belangrijk dat de stedelijke partijen vanaf het begin bij het onderzoek betrokken zijn om op deze manier invloed uit te kunnen oefenen op de onderzoeksvragen en de opzet van het onderzoek. Dit vergroot de kans dat zij de onderzoeksresultaten na afronding van het project ook daadwerkelijk kunnen gebruiken. Het is ook aan te raden om goede afspraken te maken over de onderlinge rolverdeling om scheve gezichten te voorkomen. Als het duidelijk is wat de partijen van elkaar verwachten is het ook eenvoudiger om elkaar daarop aan te spreken.

Aanbevelingen

De ervaringen en inzichten van de stedelijke consortiumpartners van de onderzoeksprojecten kunnen gebruikt worden om meer te halen uit de wisselwerking tussen wetenschap en stedelijke praktijk in lopende en toekomstige onderzoeksprojecten. Zoals één van de respondenten het mooi omschreef: “There is a lot to win to make science more productive in real life, and feed science more with empirics of practical projects”. Aan deze uitdaging levert deze synthestudie graag een bijdrage door een aantal concrete aanbevelingen te formuleren waar onderzoeksconsortia rekening mee kunnen houden.

Naar het volledige rapport