Nieuwe invoeringsdatum Omgevingswet moet oefentijd bieden én de gezonde spanning vasthouden, aldus G40

De aankondiging van het uitstel van de invoeringsdatum van de Omgevingswet was volgens de grote Nederlandse gemeenten (G40 en G4) een logische stap. Even logisch is de vervolgvraag: wat wordt de nieuwe datum? Met een eenduidig advies komt de G40-themagroep Omgevingswet niet. Wel volgt er uit de opinies van de gemeenten een duidelijk spanningsveld. Namelijk tussen het behouden van vaart en energie enerzijds en voldoende oefentijd en ‘coronamarge’ anderzijds. Binnen dit spanningsveld zullen de bestuurlijke partners – namens de gemeenten zit hierbij de VNG aan tafel – tot een afweging moeten komen: een datum die stress voorkomt, maar gezonde spanning weet vast te houden.

Twee perspectieven domineren de discussie omtrent de nieuwe invoeringsdatum, die onder de G40 werd gevoerd. Eén groep gemeenten zien het voordeel van een vlotte het invoering, bijvoorbeeld al in mei, juli, september of oktober 2021. Andere gemeenten pleiten met 1 januari 2022 voor uitstel van exact één jaar. Hieronder staan beide invalshoeken uitgelicht. Rick Keim en Wim Tijssen, ambtelijke voorzitters van de G40-themagroep, zien een naar behoren werkend (digitaal) stelsel daarbij als harde voorwaarde, die geldt ongeacht de gekozen datum. “Om goed ons werk te kunnen doen en ons dienstverleningsniveau minimaal te handhaven is een goed werkend stelsel een noodzaak. En om er mee te kunnen werken is een redelijke implementatie- en oefentermijn nodig.”

Behoud van vaart en energie

De vaart erin houden en het vasthouden van de energie en urgentie: dat is het belangrijkste argument van de gemeenten die pleiten voor vier tot negen maanden uitstel. Zij geven aan dat extra lucht welkom is om meer te kunnen oefenen, maar dat voor het overige de huidige planning kan worden aangehouden, bijvoorbeeld omdat ze op het moment van uitstel al goed op schema liepen. Randvoorwaarde hierbij is wel dat het digitale en wettelijke stelsel goed werkt. Een half jaar nadat het DSO operationeel werkt, de wet invoeren zorgt voor een realistische datum met een gezonde spanning. Bovendien kan er zo voldoende afstand worden gehouden tot gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022.

Tijd nodig voor een beproefd en volledig werkend stelsel

Aan de andere kant zijn er argumenten om de invoeringsdatum een jaar uit te stellen, tot 1 januari 2022. Een ‘tussenjaarse’ invoeringsdatum zal volgens hen veel extra lasten met zich meebrengen, waaronder financieel-administratieve complicaties en oplopende implementatiekosten. Door de invoeringsdatum te koppelen aan de jaarlijkse planning & control-cyclus kan dat worden voorkomen. Bovendien is niet gezegd dat met één jaar uitstel de vaart per se afneemt. Het goed werkend maken van het digitale en wettelijke stelsel zal nog flink wat tijd nodig hebben, is de inschatting. Hierna is voldoende implementatie en oefentijd zeker hard nodig. Zeker met in het achterhoofd de nog onbekende impact en duur van de huidige coronacrisis lijkt het hen verstandig om de datum één jaar vooruit te schuiven.

Postbus-51 campagne

De boodschap van het vorige bericht was duidelijk, het uitstel is logisch, maar de urgentie blijft. Gemeenten kunnen ongeacht de nieuwe inwerktredingsdatum al beginnen met de nieuwe manier van werken. Ten tweede blijft de gedachte ‘samen uit, samen thuis’ van toepassing. Het echte werk begint pas na de invoering van de Omgevingswet. Om die reden pleit de G40 ervoor dat het Rijk medeverantwoordelijk blijft voor de implementatie tot in ieder geval de datum dat gemeenten een omgevingsplan conform de Omgevingswet moeten hebben gerealiseerd (dat is 01-01-2029 of later indien deze datum ook wordt doorgeschoven). Daarbij hoort het pragmatisch oplossen van vraagstukken die zich voordoen in de praktijk. De G40-themagroep pleit, net zoals de Eerste Kamer, voor een voorlichtingscampagne. In de woorden van Keim en Tijssen: “In samenhang met de nieuwe invoeringsdatum is het zaak om een eigentijdse eventueel gedeeltelijk lokale ‘Postbus-51 campagne’ te lanceren met als focus de door de Omgevingswet beoogde veranderingen.”