Met Talentvakken meer plezier in het basisonderwijs

Interview met Ruud Barnhoorn, directielid van de Mgr. Huibersschool en De Talenten

Door Ruud Dorenbos en Jochem Heemskerk

Als het gaat om de toekomst van de arbeidsmarkt komen een aantal grote vragen naar voren. Wat is de invloed van bijvoorbeeld de energietransitie, de instroom van migranten en robotisering en automatisering? Aan welke vaardigheden moeten nieuwe werknemers voldoen? En wat is de rol van overheden, bedrijfsleven en het onderwijsveld? Wat kunnen zij doen om burgers voor te bereiden op de arbeidsmarkt van morgen? In een interviewreeks bevraagt Platform31 experts over hun visie op de toekomst van de arbeidsmarkt. Ruud Barnhoorn is directielid van de Mgr. Huibersschool en De Talenten, twee basisscholen in kwetsbare wijken in Haarlem. Ruud vertelt over onderwijsvernieuwing op de basisschool en welke rol zijn basisscholen nemen als eerste voorbereiding op de arbeidsmarkt.

Voor de Mgr. Huibersschool bestond een aantal jaar geleden het risico dat ze moesten sluiten. Omdat er asbest in het gebouw van de Mgr. Huibersschool bleek te zitten, werden de leerlingen verplaatst naar andere scholen. Een paar maanden later wilde het schoolbestuur de school sluiten. Een groep ouders en leerkrachten kwam daartegen in protest en de school ging – na verwijdering van de asbest – door met zesendertig leerlingen. Ruud vertelt: “De Talenten staat in een kleinere buurt en de vorige school moest door te weinig leerlingen haar poorten sluiten. Maar de woningcorporatie en de gemeente vonden het voor de leefbaarheid van de wijk belangrijk dat er weer een basisschool kwam. In 2008 kocht de woningcorporatie het leegstaande schoolgebouw om het vervolgens aan ons en een welzijnsinstelling te verhuren. Het gaat steeds beter met beide scholen, momenteel hebben zij ieder ongeveer negentig leerlingen. De ‘herstart’ heeft ook geleid tot nieuwe ideeën over het onderwijs.”

Van kennis naar talentvakken

“Ik zie dat het onderwijs in Nederland op een kantelpunt staat”, vertelt Ruud. “De afgelopen 10 tot 15 jaar lag er veel nadruk op het ontwikkelen van kennis. Scholen besteden daarom veel tijd aan taal en rekenen. Daar toetst ook de Inspectie van het Onderwijs op. Door de toetsresultaten van scholen op het gebied van rekenen en taal naast elkaar te leggen, wordt de kwaliteit van een school gemeten. Logisch dat de scholen hier veel focus op leggen. Ik denk dat dat niet helpend is geweest voor verschillende groepen kinderen. Want je zou toch maar slecht zijn in taal en rekenen. Wat doet dat met je eigenwaarde? Je raakt het plezier in school kwijt en haakt vanzelf af. Ik denk dat als je kinderen een gevoel van eigenwaarde en vertrouwen geeft, ze ook op andere vlakken vooruitgaan.”

Ongeveer zeventig procent van de leerlingen van de Mgr. Huibersschool en De Talenten gaan uiteindelijk naar het VMBO. “De jongens van onze school zijn niet allemaal goed in rekenen en taal maar misschien wel in voetbal”, gaat Ruud verder. “De grootste kunstenaars waren mogelijk niet geschikt voor de schoolbanken. Ik vind daarom dat je onderwijstijd moet compenseren in andere vakken waarin aandacht is voor sport, muziek en creativiteit. Op een basisschool moet je grofweg ongeveer 7520 uur in acht jaar maken. Wij maken er ongeveer 8000 en besteden die extra tijd aan talentvakken. Op de scholen kiezen de kinderen zelf welke talentvakken ze willen volgen. Dat ligt vaak dicht bij de dingen waar ze goed in zijn. Natuurlijk houden we ook veel aandacht voor taal en rekenen. We weten dat je het als analfabeet niet redt. Maar door de kinderen meer vertrouwen en plezier te geven met talentvakken, blijven ze aangehaakt.”

Samenwerking met bedrijfsleven

“Vroeger was de rol van de leerkracht cruciaal. Kinderen leren nu veel meer in andere omgevingen. Kijk naar digitalisering. De grootste impuls ligt daar toch elders. Ik zie voldoende kinderen die daar verder in zijn dan de leerkrachten én ze leren daar ook nog eens sneller in. Dat vraagt een andere rol van de leerkracht. De leerkracht is dan meer een coach. Maar ook een kind kan – bijvoorbeeld bij digitalisering – de leerkracht iets leren. Daarmee werken kinderen aan vaardigheden als samenwerking, verantwoordelijkheid, flexibiliteit, eigenaarschap en leiderschap. De vaardigheden die het bedrijfsleven zo belangrijk vindt.”
Op de twee basisscholen waar Ruud directielid is, wordt dan ook regelmatig op een andere manier les gegeven dan de leraar die voorleest uit een boek. Ruud: “We verleiden de bibliotheek en musea naar onze school te komen en bezoeken deze ook graag. We hebben ook gesprekken met het MKB in Haarlem om langs te komen. Voor innovatie en vernieuwing moet je toch vaak bij het bedrijfsleven zijn, daar moeten wij contact mee hebben. Maar de scholen hebben ook een sterke buurtfunctie. We gaan bijvoorbeeld regelmatig naar een seniorencomplex hier in de buurt of de ouderen komen naar ons toe.” Zo leren de kinderen niet alleen maar uit boeken maar ook door op pad te gaan en door ontmoeting met anderen

Aansluiting VMBO en arbeidsmarkt

De meeste kinderen van De Talenten en de Mgr. Huibersschool stromen naar het VMBO. Daar ligt nog wel een uitdaging, aldus Ruud: “Er zit een wezenlijk verschil in of kinderen naar de theoretische of de praktische leerweg van het VMBO gaan. De praktische kinderen heb je keihard nodig op de arbeidsmarkt. Het gaat om de houtbewerker of de technicus. Dat trekt een bepaald soort kind aan. Maar het is een goede vraag hoe we de theoretische VMBO’ers gaan bedienen. In die groep gaat een deel van de beroepen verdwijnen. Je ziet daar ook wel uitval ontstaan. Als leerkrachten moeten we vaker overleg hebben met het voortgezet onderwijs waarom kinderen daar uitvallen. Dan kunnen wij daar iets mee. Maar ik ben positief over de arbeidsmarkt omdat ik ook zie dat de problemen op het theoretische VMBO en uitval steeds meer urgentie krijgen en er genoeg denkkracht is in het land om ook dit probleem bespreekbaar te maken en oplossingen te vinden. We moeten de kinderen op het VMBO alleen meer gaan waarderen, er is zoveel potentie.”

Verkennend onderzoek

Platform31 werkt aan een verkennend onderzoek naar de uitdagingen die spelen rond ‘Jongeren buiten beeld’, d.w.z. jongeren zonder werk, starkwalificatie en uitkering. Een aantal praktijkvoorbeelden van gemeenten staat daarin centraal.