“Met het nieuwe inburgeren beginnen we aan een ontdekkingstocht”

Ton Schroor is sinds 2010 wethouder in Groningen en had vanuit verschillende onderdelen van zijn portefeuille te maken met de inburgering van asielzoekers. In de huidige periode houdt Ton Schroor zich bezig met onderwijs, zorg & welzijn en financiën en publieke dienstverlening. Volgens hem moeten de talenten en competenties van de vergunninghouders meer centraal komen te staan in het inburgeringstraject. In dit interview vertelt hij over wat Groningen afgelopen jaar heeft gedaan om dit voor elkaar te krijgen. “Het gaat erom dat we samen met onze partners om deze mensen heen gaan staan”, aldus Schroor.

Wat is er in Groningen gebeurd sinds het nieuwe inburgeringsbeleid van 2013?

Na de introductie van de Wet Inburgering van 2013 zijn we het zicht op de vergunninghouders kwijt geraakt. Dat dit voor niemand goed is, zagen we ook in de jaren ’90. Ook toen keken we onvoldoende naar de capaciteiten en talenten van deze nieuwe inwoners. Het gevolg? Mensen stromen veel te vaak onnodig de bijstand in en een verloren generatie nieuwkomers ligt dan op de loer. Onze nieuwe aanpak is om samen met de inburgeraar in kaart te brengen wat hun werk- en opleidingsverleden is en waar hun capaciteiten liggen. Dat doen we door bij alle vergunninghouders een assessment af te nemen. Op basis van de uitkomsten van het assessment maken we samen met de vergunninghouder en de coaches een trajectplan. Het trajectplan geeft aan welke route hij of zij gaat volgen, richting scholing, richting werk en/of andere activiteiten. Ook Humanitas is als uitvoerder van de maatschappelijke begeleiding betrokken bij het maken en bewaken van het trajectplan. Dit alles gebeurt in nauwe samenwerking tussen alle betrokken partijen: gemeente, onderwijsinstellingen, maatschappelijke instellingen en natuurlijk de vergunninghouder zelf, aan wie we de verantwoordelijkheid geven.

Wat gebeurt er nu in de praktijk?

Mensen krijgen met veel verschillende partijen en instanties te maken. En ook al wil je als nieuwkomer heel graag: dat maakt het gewoon heel moeilijk om in een nieuwe omgeving aan de slag te gaan. En dat moet anders. We zien bijvoorbeeld dat veel mensen door de vele systemen in Nederland in financiële problemen kunnen komen. Dan moet je met name denken aan de jonge vergunninghouders en in het bijzonder de groep alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV). Deze jongeren zijn nog maar kort in een nieuw land met een nieuwe cultuur, nieuwe taal en onbekende regels. Ook brengt onze westerse samenleving veel nieuwe mogelijkheden en verleidingen met zich mee. Daardoor is het extra moeilijk om vanaf je 18de helemaal op eigen benen te staan. In Nederland wordt dit wel van je verwacht. Dat betekent dat wij als gemeenten moeten bijspringen in het organiseren van huisvesting en ondersteuning, veelal in de vorm van begeleiding of zorg. Het Rijk heeft in 2016 hier geen goede samenwerkingsafspraken met Nidos en gemeenten over gemaakt. De financiering ontbreekt. Bovendien zien we dat we niet alleen te maken hebben met jongeren die in onze stad in een Nidos-woning terecht komen, maar ook jongeren die vanuit de regio na hun 18de verjaardag naar de stad verhuizen. Dat maakt het minder voorspelbaar hoeveel jongeren naar onze gemeente komen. Een andere oorzaak is het systeem waarin inburgeraars een lening moeten afsluiten bij DUO. Doordat je bij het niet halen van je inburgeringsexamen een lening moet terugbetalen brengen we vergunninghouders direct in de schulden. Wij zouden ze hierin moeten kunnen ontzorgen. Dit sluit aan bij het doel van het kabinet om mensen een begeleide toegang tot de verzorgingsstaat te geven.

Wat betekent regie op de inburgering voor u?

Omdat vergunninghouders niet vanaf de eerste dag alles zelf kunnen, moeten wij als gemeenten om hen heen kunnen gaan staan. Daarmee bedoel ik niet dat je over hen beslist, maar dat je samen met de inburgeraar gaat bepalen wat er gaat gebeuren. Regie op inburgering betekent dus dat je als gemeente mede sturing geeft aan welk type inburgering iemand gaat volgen. Dat betekent in onze ogen dus ook dat de gemeente weer over de financiële middelen gaat beschikken. Zonder geld geen regie. Regie op inburgering betekent ook dat je als gemeente alternatieve trajecten moet kunnen aanbieden voor mensen waarvan op voorhand duidelijk is dat zij na hun traject niet zullen slagen voor het inburgeringsexamen. Denk aan het leren van de Nederlandse taal in de context van een werkervaringsplaats.

Wie kan dit oplossen? Ben u als gemeente voldoende toegerust?

Ik geloof erg in parallelle trajecten waar inburgering en taallessen en het opdoen van werkervaring en scholing hand in hand gaan. Alleen door verschillende activiteiten te combineren, benut je het potentieel van vergunninghouders. In de praktijk zien we dat je voor elke inburgeraar een andere uitdaging hebt, waarvoor wij als gemeente een passende aanpak moeten kunnen bieden en de nodige budgetvrijheid moeten hebben. Met het nieuwe regeerakkoord komen gemeenten meer in de lead en dat is een goede eerste stap. Nu moeten we kijken hoe we het verder gaan invullen. De komende periode is voor ons een ontdekkingstocht naar de ruimte in het regeerakkoord en naar goede voorbeelden in de praktijk. Om dit mogelijk te maken, hebben we duurzaam commitment nodig van het Rijk, net als tijdens de verhoogde instroom in 2015. Dat betekent ook dat we de financiële ruimte moeten krijgen om die parallelle aanpak uit te voeren.

In het Interbestuurlijk Programma van 2018 spreken Rijksoverheid en gemeenten de gezamenlijke ambitie uit om als ‘Nederland en migrant voorbereid’ te zijn. We willen meer samenwerken zodat we kunnen zorgen voor goede opvang en integratie. Voor een goede uitvoering is het belangrijk dat het Rijk duidelijke kaders stelt en dat wij als gemeente de vrije hand krijgen om dit in te vullen. Met deze ruimte kunnen we nieuwe werkwijzen ontwikkelen en leren van de goede voorbeelden. Wat we nu zien is dat elke nieuwe inwoner verschillend is en dat we maatwerk willen leveren. Voor een goede aanpak hebben we dus informatie nodig over onze nieuwe inwoners. Nu nemen we assessments af wanneer ze bij ons aankomen, terwijl er in het COA al veel informatie is verzameld. Het Rijk zou meer moeten sturen op het intensivering van de samenwerking tussen COA en gemeenten, zodat wij eerder kunnen beginnen met de voorbereiding van de toekomst van vergunninghouders. Alleen dan kunnen we pas echt beginnen vanaf dag één en kunnen we deze mensen ook echt deel uit gaan maken van onze samenleving.

G40 themagroep Vergunninghouders

Platform31 ondersteunt de G40 themagroep Vergunninghouders en houdt een online kennisdossier bij. Recente publicaties gaan over: