Maak werk van energietransitie

De geesten lijken nu dan toch eindelijk rijp om op grote schaal werk te gaan maken van de verduurzaming van onze energievoorziening. Helaas is er een grote ‘maar’: want het tempo waarin de energietransitie zich lijkt te gaan voltrekken, stuit op de beperkte beschikbaarheid van menselijk kapitaal.

Want hebben de mensen die deze opgave technisch vorm en inhoud moeten gaan geven wel de juiste expertise in huis? Bij de vervanging van een cv-ketel door een duurzaam alternatief komt specifieke kennis kijken. Bovendien kampt de bouw- en installatiebranche met een schreeuwend tekort aan mensen. Wat die sectoren overigens stiekem best goed uitkomt. Als er bij een toenemende vraag een tekort aan personeel is, schrijft de markt immers voor dat je het uurtarief kunt opschroeven. Bedrijven hebben er momenteel dus geen belang bij om op grote schaal mensen aan te nemen.

Hier is een belangrijke kanttekening op zijn plaats. Want tegenover het mogelijke tekort aan vakmensen staat dat mensen die wél beschikbaar zijn, nu ónder hun niveau worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan timmerlieden die de hele dag bezig zijn met het plaatsen van ramen, deuren, kozijnen, deuren en plinten. Zij worden nauwelijks aangesproken op hun vakmanschap. Hetzelfde geldt voor installateurs die de hele dag stopcontacten aan het plaatsen zijn.

En dan is er nog een enorme voorraad van honderdduizenden potentiële arbeidskrachten die nu nog aan de kant staan. Dan heb ik het over de mensen die wel willen maar niet kúnnen werken: omdat ze te jong zijn, te laag zijn opgeleid, een ggz-verleden hebben of statushouder zijn. Mensen die door aannemers, min of meer daartoe gedwongen in het kader van de 5% SROI-regeling, wel eens worden ingezet op reguliere projecten maar daar amper serieus werk mogen verzetten. Na afronding van het project komen zij weer op straat te staan.

Als we inderdaad zoveel belang hechten aan de energietransitie, zal de arbeidsmarkt anders en vooral ook slimmer moeten worden ingericht. Elk zichzelf respecterend bedrijf heeft een autonome behoefte om te groeien. Mits er voldoende zekerheid is dat de mensen die nu worden aangenomen, ook aan het werk kunnen blijven als het economisch weer eens wat tegenzit. Door maximaal gebruik te maken van het momentum van de energietransitie en door serieus te kiezen voor opschaling en tempo maken, creëren we een bijzonder krachtige banenmotor. Die niet alleen in de bouw- en installatiebranche een positief effect zal hebben, maar ook ten goede kan komen aan al die mensen die graag aan de slag willen. Zij krijgen de kans weer met betaald werk deel te nemen aan de maatschappij, wat veelal een positief effect heeft op hun mentale gezondheid.

Hoe bereiken we dit? Door in de eerste plaats zekerheid te bieden over het werk, nu en in de toekomst. Nu wacht iedereen op iedereen, en blijft het voor een groot deel bij mooie woorden. Als we de verduurzaming van de woningvoorraad écht serieus nemen, laten we dan ook onomwonden vastleggen hoeveel woningen verduurzaamd gaan worden. Dan weet het bouwend bedrijfsleven voor de langere termijn waar het aan toe is en kunnen de ondernemers hun personeelsbeleid daarop afstemmen.

Ten tweede moeten de mensen op maat worden opgeleid voor het werk dat het beste bij ze past: voor het specialistische werk dat met de energietransitie is gemoeid, of voor het werk op de bouwplaats dat minder vergaande vakkennis vereist. De infrastructuur hiervoor is al aanwezig: onze ROC’s zijn heel goed in staat snel en naar het gewenste niveau op te leiden. Potentiële arbeidskrachten zijn ook in ruime mate voorhanden. Het enige wat lijkt te ontbreken, is geld.

Maar ook daar is een oplossing voor. Natuurlijk zal een deel van de vereiste investering uit de bouwsector moeten komen: zij heeft er uiteindelijk direct het meest profijt van. Een ander deel van de rekening moet door gemeenten worden betaald. Want als mensen die nu nog in een uitkeringssituatie zitten aan een betaalde baan worden geholpen, heeft dit een gunstig effect op de financiën van de gemeente.

De voornaamste bron waaruit dit kan worden gefinancierd, is de 5% procent SROI-regeling. Zet die regeling om in een financieringsfonds voor een gerichte opleiding van mensen voor het werk dat ze moeten gaan doen. Zo kunnen de bouwsector, en ook de andere sectoren, nuttig bijdragen aan het opleidingsniveau van mensen. Vervolgens bied je die mensen ook nog eens zicht op serieus werk. In totaal kopen alleen al rijk, provincies, gemeenten en waterschappen elk jaar 60 miljard euro in, zo blijkt uit het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen 2016-2020. Dat betekent dat er minstens 3 miljard euro beschikbaar is om op deze wijze ook in mensen te investeren!

Misschien zien anderen belemmeringen die ik niet zie. Dat hoor ik dan graag. Want het lijkt mij in alle opzichten een dubbelslag die wij op weg naar een duurzame samenleving maar wat graag zouden moeten willen maken.