Laat zien wat jouw programma oplevert

Gesprek met Marjolein Wassenberg (gemeente Vaals) en Lotte Prevo (Maastricht Universiteit)

De gemeente Vaals timmert aan de weg met een integrale aanpak van gezondheid, en is steeds op zoek naar innovatieve werkwijzen. Marjolein Wassenberg (beleidsadviseur Maatschappij, gemeente Vaals) en Lotte Prevo (onderzoeker Maastricht Universiteit) vertellen over activiteiten, en hoe die worden gevolgd, doorontwikkeld en verknoopt met regulier beleid.

Beweegmakelaar

In 2012 startte de gemeente met een pilot beweegmakelaar. De beweegmakelaar ondersteunt kwetsbare inwoners met gezondheidsproblemen om met hen te kijken hoe ze fysiek meer actief konden worden. Daarbij waren de eigen motivatie en de eigen (on)mogelijkheden leidend. De beweegmakelaar merkte snel dat de mensen vaak ook met andere problemen op sociaal en maatschappelijk gebied worstelden en zag kansen om mensen op een breder vlak te helpen actief te worden. Inmiddels werkt de beweegmakelaar) al zeven jaar met de brede opdracht om zelfstandigheid en participatie te vergroten dan wel te behouden, en met succes.

Kansen voor alle kinderen

Naast de beweegmakelaar aanpak startte zo’n drieënhalf jaar geleden ook de armoedeaanpak Kansen voor alle kinderen, dank zij een subsidie bij het Fonds Nuts Ohra (FNO). Kansen voor alle kinderen richt zich op gezinnen die met weinig inkomen moeten rondkomen. Professionals werken samen met die gezinnen aan oplossingen om hun situatie te verbeteren en zelfredzaamheid te vergroten. De deelnemers kozen voor focus op vier terreinen om uiteindelijk ook hun gezondheid te verbeteren: Elkaar ontmoeten; Elkaar helpen; Mobiel zijn; Je veilig voelen. Dit FNO traject, waarvoor de gemeente samen met de GGD en Maastricht Universiteit en Academische Werkplaats Publieke Gezondheid aan de lat staat, is op 30 juni 2019 afgelopen.

Borgen en doorontwikkelen

De ambitie van Marjolein is een duurzame verbetering van de situatie van kwetsbare mensen en gezinnen: “Daarom ben ik ook steeds bezig geweest om beide aanpakken door te ontwikkelen en structureel met relevant regulier beleid te verknopen. Uit de aanpak Kansen voor Kinderen is onder andere een ruilwinkel voortgekomen: een plek voor samenwerken, leren en ontmoeten. Daar kunnen mensen spullen en diensten ruilen. Maar mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt kunnen er een participatie- of werkervaringsplek vinden. De Ruilwinkel heeft nu al 1100 leden en er zijn meer dan dertig vrijwilligers actief in de winkel. De functie als ontmoetingsplek wordt steeds sterker.
Dit jaar is een tweede beweegmakelaar aangesteld, onder andere in het kader van de Wmo. Daarnaast zijn we bezig om extra capaciteit voor beweegmakelaars te creëren in het kader van het nieuwe toegangsmodel. Dan hebben we straks een team van makelaars, waarbij de hele toegang voor ondersteuning gaat kantelen. Dat wil zeggen dat inwoners die ondersteuning nodig hebben zich eerst melden bij makelaars en niet meer bij de consulenten van de gemeente. De makelaars lossen zoveel mogelijk op samen met de inwoners, zelf, in het eigen netwerk, voorliggend. Mogelijk blijft er dan een deelbehoefte aan ondersteuning over waar nog een consulent met een indicatie aan te pas komt. We gaan ook middelen – uit het Onderwijs Achterstanden Budget die we krijgen als gemeente en dat nu wordt verhoogd – inzetten voor kinderen uit lage SES gezinnen die onvoldoende of geen mogelijkheden hebben voor zogenoemd schaduwonderwijs, aansluitend bij opbrengsten uit de aanpak Kansen voor alle Kinderen. Bijvoorbeeld voor huiswerkbegeleiding, een weekendschool, zomerschool, examentraining.”

Volgen van activiteiten en resultaten

De gemeente kon veel onderzoekscapaciteit inzetten om de activiteiten goed te volgen en resultaten te bepalen dankzij de FNO subsidie. Lotte volgt als onderzoeker bijvoorbeeld hoe de Ruilwinkel werkt en wat de ruilwinkel oplevert voor bezoekers, leden en vrijwilligers. Ze verzamelt onder meer informatie over het aantal bezoekers en basisinformatie over leden: onder andere hun leeftijd, waar ze wonen, en hoeveel punten ze op hun rekening hebben. Uit de administratie kan ook gehaald wat mensen ruilen. Op basis van dit soort gegevens is te bepalen of ook de doelgroep van het FNO-project wordt bereikt: gezinnen in armoede.
Lotte: “We doen elke drie maanden observaties in de winkel. En iedere zes maanden voer ik gesprekken met vrijwilligers. Die gesprekken gaan over wat ze doen in de winkel, wat het werk hen brengt, wat lastig is, hoe het met hun gezondheid is en dingen die hen bezighouden. Dan sta ik ook stil bij de eerdere zelfevaluatie van de vrijwilligers in termen van bijvoorbeeld kwaliteit van leven, dagelijks functioneren, meedoen enzovoort. Daarnaast werkte ik aan de evaluatie van de resultaten van de pilot beweegmakelaar, specifiek met cliënten die een bijstandsuitkering hebben. Ik heb interviews gehouden met de professionals die werken met deze doelgroep en de beweegmakelaar aanpak kennen, met de beweegmakelaar zelf, de betrokken ambtenaar van de gemeente en 10 cliënten. Op basis daarvan heb ik werkbare factoren van de aanpak in kaart gebracht. Verder heb ik het bestand van de beweegmakelaar met daarin de groei en ontwikkelingen van de cliënten geanalyseerd. Zo weten we nu dat van de groep van 27 mensen uit de pilot, alle mensen uit het ‘granieten bestand’ van de Sociale Dienst, 25 beter zijn gaan scoren in termen van meedoen, zingeving en sociaal netwerk. Van twee personen ontbreken de scores. Binnen een jaar kwamen vier mensen aan het werk en uit de bijstand. Dat betekent dat de gemeente 45.000 euro bijstand bespaart.”
Marjolein: “Lotte heeft daarnaast ook nog een analyse van gemaakt van twee netwerken: het zorg/welzijnsnetwerk en van het armoedenetwerk. Het eerste bleek al stevig en het tweede zwak. Daarom gaan we ook aan de slag met het versterken van het armoedenetwerk.”

Data en beleid

Marjolein: “Het heeft veel meerwaarde als je onderzoek, beleid en praktijk bij elkaar kunt brengen in een project. Laten zien wat een programma of pilot oplevert, wordt namelijk steeds belangrijker in het sociaal domein. Logisch, want de budgetten staan onder grote druk, zeker richting de toekomst en met het oog op verdere vergrijzing. Bestuur en Raad willen weten: welke resultaten krijg ik terug voor de investeringen, of bij een andere aanpak in het sociaal domein? Leveren we de ondersteuning die nodig is, hebben we tevreden klanten en tegen welke kosten? Het onderzoek van Lotte voor Kansen voor alle kinderen levert vooral input voor armoedebeleid, gezondheid, participatie, en onderwijs. Dankzij haar onderzoek heb ik veel data om op terug te vallen en om onderbouwde voorstellen te doen voor structurele inbedding in ons beleid.

Wat er precies toe doet, welke data je nodig hebt op een bepaald moment, is overigens niet altijd op voorhand precies te bepalen. Het politiek of bestuurlijk vaarwater kan veranderen in de tijd. Dat heeft consequenties voor de gegevens die belangrijk zijn. Je moet ook je momentum kiezen om naar buiten te treden. Ik heb in de beginperiode in redelijke afstand tot bestuur kunnen pionieren, omdat ik met het budget dat ik had wel mijn ding kon doen. Maar op een gegeven moment kwam ik voor de vraag of ik wat had opgezet verder wilde ontwikkelen. Het antwoord was ja en dan moet je wel een verhaal te vertellen hebben. Overigens zijn goede en positieve data daarvoor alleen niet voldoende. Er moet ook de wil zijn om te innoveren bij het management of bestuur. Is die er niet, dan zullen positieve evaluaties dat niet zomaar veranderen.

Informatie breder delen

Marjolein: “Ik let er nu trouwens ook steeds meer op dat we relevante data delen in ons netwerk van professionals en vrijwilligers. We gaan nu, bij de afronding van Kansen voor Kinderen, een bijeenkomst organiseren over armoede. Daarin vertellen we ook wat er tot nu toe is bereikt. Zo gebruiken we de data ook weer om breder steun maar vooral input te verwerven voor de volgende stap, die dan ook past bij waar behoefte aan is.

In juni is een raadsvoorstel voor de verlenging van de ruilwinkel naar de raadscommissie gestuurd. Aan het einde van het jaar moet ik laten zien dat de extra investering in de uren beweegmakelaar extra resultaten/besparingen opleveren.