Is de gemeentelijke tegemoetkoming in de zorgkosten goed geregeld?

Gemeenten zijn sinds de decentralisaties van 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van burgers bij hun zelfredzaamheid en participatie. In die context is de Wet tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) en de Compensatie eigen risico (Cer) afgeschaft. De Wtcg en de Cer werden oorspronkelijk ingezet om mensen met een chronisch ziekte of handicap een gerichte compensatie te bieden voor de hoge zorgkosten waar zij mee te maken kunnen hebben. In de praktijk bleken deze maatregelen om verschillende redenen hun doel vaak niet te bereiken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan mensen met een niet verbruikt eigen risico die wel een compensatie kregen, maar ook mensen met hoge zorgkosten die geen compensatie ontvingen. De gedachte achter deze decentralisatie was dan ook dat gemeenten beter in staat zouden zijn om gerichter en meer individueel maatwerk te kunnen leveren.

Collectieve zorgpolis

Op dit moment kunnen gemeenten zelf bepalen hoe zij hun inwoners financieel maatwerk bieden. Dit doen ze op verschillende manieren, maar de meest gebruikte vorm is het aanbieden van een collectieve zorgpolis. Vanaf 2023 wordt de collectiviteitskorting op basisverzekeringen echter afgeschaft, maar het blijft voor gemeenten en zorgverzekeraars mogelijk om zorginhoudelijke afspraken te maken. Gemeenten behouden hierbij de mogelijkheid om een premiebijdrage te verstrekken en zorgverzekeraars kunnen nog een collectiviteitskorting op de aanvullende verzekering geven.

Evaluatieonderzoek

Nu, ruim vijf jaar na de decentralisaties, is er onder de noemer Goed Geregeld een evaluatieonderzoek uitgevoerd om de werkwijzen en budgetbesteding door de Nederlandse gemeenten te inventariseren. In het voorjaar van 2021 onderzochten IVO-Platform31, Het Verwey-Jonker instituut en de Rebel group, in opdracht van het ministerie van VWS, de maatregelen die gemeenten hebben genomen om inwoners beter te ondersteunen met maatwerk voor hoge zorgkosten. Het eindrapport is deze zomer door minister van Ark aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het totale rijksbudget hiervoor bedroeg tot de overheveling 745 miljoen euro. Gemeenten kregen daarvan 268 miljoen euro (ruim een derde) – ongeoormerkt – ter beschikking. De Nederlandse gemeenten kregen met de overheveling van het budget niet alleen middelen om beter maatwerk te leveren, maar ook de verantwoordelijkheid om inwoners met hoge zorgkosten enige compensatie te bieden.

De precieze uitwerking verschilt per gemeente, maar het onderzoek laat zien dat alle gemeenten de hiervoor beschikbare budgetten inzetten voor inwoners met hoge zorgkosten, ongeacht of deze inwoners een chronische ziekte of handicap hebben. De nieuwe maatwerkregelingen kennen wel allemaal een inkomensgrens om hierop aanspraak te maken. Hierdoor is er sprake van gerichtere inzet van de beschikbare budgetten.

Nieuwe regelingen

Het merendeel van de gemeenten heeft twee of drie regelingen om mensen met een chronische ziekte of handicap te ondersteunen. Naast de Gemeentepolis gaat het dan om individuele bijzondere bijstand, een individuele financiële tegemoetkoming en initiatieven om het kennisniveau van burgers te verhogen. Ook op rijksniveau is een aantal maatregelen genomen die deze groep moet ondersteunen, waaronder het maximeren van de bijbetalingen voor geneesmiddelen, het bevriezen van het eigen risico tot en met 2021 en het abonnementstarief, een vast tarief voor de eigen bijdrage, voor de Wmo.

Slechter af

De gemeenten hanteren veelal verschillende criteria voor de regelingen, waardoor ook de tegemoetkomingen en de andere regelingen sterk verschillen. Het merendeel van de gemeenten vindt dat zij de betrokken inwoners goed kunnen bereiken, met name de mensen die zij al kennen vanuit de bijstand, de Wmo of andere gemeentelijke regelingen. Een kleiner aantal gemeenten vindt dat zij hun inwoners minder goed of zelfs slecht kunnen bereiken en ondersteunen.

In tegenstelling tot de gemeenten vindt het merendeel van de bevraagde landelijke cliëntorganisaties dat gemeenten deze doelgroep slecht bereiken en ondersteunen. Helaas hebben weinig cliëntorganisaties gereageerd op de uitgezette enquête, waardoor deze uitspraken enigszins genuanceerd moeten worden. De cliëntorganisaties die de enquête hebben geretourneerd geven aan dat mensen met een chronische ziekte of handicap met deze ‘nieuwe’ regelingen slechter af zijn dan voorheen met de rijksregeling het geval was.

Het bereik

In het onderzoek zijn wij met zes gemeenten dieper op de materie ingegaan. Daaruit blijkt dat gemeenten zelf moeilijk zicht krijgen op de specifieke doelgroep van inwoners met een chronische ziekte of handicap in combinatie met een laag inkomen wanneer deze inwoners tot dan toe geen binding hadden met de gemeente of gemeentelijke voorzieningen. Als reden wordt hiervoor met name de privacywetgeving genoemd en het gegeven dat het voor veel mensen nog steeds een grote stap is om financiële hulp te vragen.

De moeilijkst bereikbare groepen zijn de jongvolwassenen en ouderen zonder bijstandsuitkering. Dit zijn mensen die de gemeente in principe niet of minder goed kent via andere regelingen zoals de bijstand of Wmo. Het hoogste bereik komt door proactief handelen vanuit de gemeente in de groep die al bekend is bij de gemeente. Wie er allemaal niet bereikt worden, is bij de meeste gemeenten onbekend.

Administratieve last

Uit de gesprekken die zijn gevoerd voor de casestudies blijkt dat het organiseren van maatwerk voor een individuele burger de procedures niet eenvoudiger maakt. Dit wordt bijvoorbeeld zichtbaar bij een aanvraag voor financiële ondersteuning vanuit de bijzondere bijstand, waarbij naast de inkomenstoets (die gehanteerd wordt bij deelname aan de Gemeentepolis), onder meer ook een vermogenstoets plaatsvindt. Deze toets kan per gemeente verschillen. Voor inwoners met een laag inkomen én de belasting van hoge zorgkosten is dit een extra drempel om te slechten.

Tot slot

De gemeentelijke regelingen, waaronder de Gemeentepolis, hebben gezorgd voor een verschuiving van de tegemoetkoming en de compensatie van alle Nederlanders met hoge zorgkosten naar regelingen voor mensen met hoge zorgkosten én een laag inkomen. Hiermee is met de Gemeentepolis nog geen individueel maatwerk in optima forma bereikt, maar is de regeling wel specifieker voor één doelgroep geworden.

Met de andere hierboven genoemde regelingen, zoals de bijzondere bijstand, wordt wel steeds naar de individuele omstandigheden gekeken. Gemeenten die naast de Gemeentepolis ook andere regelingen hebben, geven zichzelf in het onderzoek een hoger cijfer voor maatwerk dan de gemeenten die alleen de Gemeentepolis aanbieden. In de Kamerbrief van 5 juli van minister van Ark worden geen nieuwe maatregelen aangekondigd. Wel is benoemd dat naast het onderzoek en een webinar over het tegengaan van ongewenste zorgmijding zij hoopt dat gemeenten tot inspiratie komen om maatregelen te nemen die bijdragen aan het financieel maatwerk.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in tijdschrift Sociaal Bestek.