Inwerkingtreding Omgevingswet: laat het DSO niet liggen

Verslag G40/G4-leerkring Omgevingswet, 6 oktober 2022

Dit is de tijd om je Digitaal Stelsel Omgevingswet te ontwikkelen als gemeente. Met het aangekondigde uitstel van de Omgevingswet is de laatste horde naar inwerkingtreding van de Omgevingswet in zicht. Die heeft alles te maken met de ontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Lees hier de laatste stand van zaken over landelijke- en gemeentelijke ontwikkelingen rondom dit digitale stelsel. Goed geïnformeerd zijn over waar je gemeente staat, wat er nog moet gebeuren en hoe je dit kunt bereiken betekent de beste voorbereiding op de laatste stappen die nodig zijn tot inwerkingtreding.

De Omgevingswet wordt weer uitgesteld. Dat kan u niet zijn ontgaan. Reden: het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) functioneert nog niet naar wens. Toch kwam in de leerkring Omgevingswet G40/G4 van 6 oktober al naar voren dat, ondanks gebreken in het stelsel, er ook al veel wel werkt. Veel mensen zijn hard bezig met op orde brengen van het DSO, zowel op landelijk als gemeentelijk niveau. Adrie van Bohemen gaf vanuit het programma Aan de slag met de Omgevingswet een toelichting op de stand van zaken, aangevuld door Jitske Brommet. Sophie Makhlouf vertelde de stand van zaken binnen de gemeente Rotterdam.

Landelijk niveau DSO

Het DSO-LV (Digitaal Stelsel Omgevingswet landelijk voorzieningen) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. Tot inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen gemeenten al veel ontwikkelen en inladen, zoals je omgevingsvisie. Omdat dit op termijn sowieso moet gebeuren, is het niet nodig om hiermee te wachten op een politiek besluit over invoering van de Omgevingswet. Technisch is in het DSO al veel mogelijk. Functioneel zijn er nog slagen te maken in het fatsoeneren en verbeteren van de leesbaarheid. Ook lokaal zijn nog slagen te maken in het ordenen van bijvoorbeeld verordeningen en beleid.

Voorbereiding door gemeenten

Het maken van een omgevingsplan is iets heel anders dan het maken van een bestemmingsplan. Het DSO biedt immers nieuwe functionaliteiten. Een initiatiefnemer kan straks met specifieke vragen zien wat mag en wat voor vergunningen of meldingen nodig zijn voor een initiatief. Denk hierbij ook aan onderwerpen als het kappen van bomen of reclame-uitingen. Daarvoor is het nodig om met toepasbare regels te werken: zo herkent de filter van het DSO waarover regels gaan. Begin oktober waren zo’n 250 gemeenten aangesloten op de productieomgeving van het DSO om toepasbare regels te kunnen maken. Als de bruidsschat op het DSO in de productieomgeving staat, dan kunnen gemeenten echt aan de slag met het maken van toepasbare regels en zo het DSO verder vullen.

Omdat het werken onder het DSO anders wordt dan nu het geval is, is het goed om als gemeente naar de bestaande werkwijzen te kijken. Zo zijn nieuwe afspraken met stedenbouwkundige bureaus nodig die nu de bestemmingsplannen maken, bijvoorbeeld over de manier waarop met software wordt omgegaan, het maken van toepasbare regels en het maken van de geo-ondergrond. Zo is het mogelijk om als gemeente de eerste stap te maken om een omgevingsplan aan te bieden aan de landelijke voorziening (LVBB).

Na het aanbieden aan de LVBB, is de volgende stap dat een omgevingsplan gepubliceerd wordt in het DSO-LV (landelijke voorziening). Als dat is gedaan kan een gemeente een aanvraag of een melding binnenkrijgen en in behandeling nemen, eventueel in samenwerking met de omgevingsdienst. En vervolgens is het mogelijk een melding terug te geven aan de aanvrager of melder. Deze stappen zijn nodig om het systeem goed te laten functioneren. Voor een uitgebreider overzicht wat nodig is, bestaat een checklist voor gemeenten met zaken die voor inwerkingtreding nodig zijn en zaken die direct hierna nodig zijn.

iwt-checklist-gemeenten

Wanneer TAM-IMRO?

Zo lang de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet niet zeker is, is het lastig om te bepalen of de huidige wetgeving geldt of de Omgevingswet van toepassing zal zijn op een specifiek initiatief. En dus nog lastig om te bepalen of nieuwe initiatieven met een bestemmingsplan of via het omgevingsplan mogelijk gemaakt kunnen worden. Vanwege deze onzekerheid verdient het sowieso de aanbeveling om zoveel mogelijk gebruik te maken van omgevingsvergunningen. Die zijn makkelijker om te zetten van de eisen onder de huidige wetgeving naar die onder de Omgevingswet.

In sommige gevallen is het echter niet mogelijk om met een vergunning te werken (bijvoorbeeld als een functie wegbestemd moet worden). Daarvoor zijn Tijdelijke Alternatieve Maatregelen – Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (TAM-IMRO) gemaakt. Dit zijn dus tijdelijke maatregelen: annoteren is bijvoorbeeld niet mogelijk. Hierdoor is het niet verstandig om de hele opbouw van het omgevingsplan met TAM-IMRO te doen: veel functionaliteiten in het DSO werken namelijk op annoteren. Gebruik dit dus alleen voor urgente gebiedsontwikkelingen. Het voordeel van TAM-IMRO is dat het relatief eenvoudig in ruimtelijkeplannen.nl en in het DSO is in te lezen.

Overigens is het al wel mogelijk om verder te gaan met de integratie van beleid. Als je klaar bent voor Standaard officiële publicaties en Toepassingenprofiel Omgevingsdocumenten (STOP-TPOD; de standaarden van het DSO), dan is het mogelijk om aan de slag te gaan met het publiceren van dit beleid in het DSO. Hiervoor zijn de standaarden van het DSO te gebruiken.

Wat kan een gemeente nu dus doen?

Over het algemeen kan elke gemeente al aan de slag met verschillende zaken. Om gebiedsontwikkeling op peil te houden kunnen gemeenten de volgende acties ondernemen:

  • Maak een overzicht van de planvoorraad tot en met in elk geval juli 2023
  • Stel zoveel mogelijk plannen vast, en maak gebruik van overgangsrecht (waaronder oud recht en IMRO)
  • Doe alles wat met een omgevingsvergunning (BOPA) kan ook met een vergunning (ga niet onnodig postzegelplannen maken)
  • Wed op twee paarden voor plannen die tijdkritisch zijn: meld deze aan voor Chw en maak gebruik van TAM-IMRO (dan hoef je technisch niet te converteren)
  • Voor niet-tijdkritische plannen: begin in STOP-TPOD en schuif planning naar achteren nu de Omgevingswet is uitgesteld.

Niet lullen, maar poetsen

Sophie Makhlouf van de gemeente Rotterdam lichtte de stand van zaken bij haar gemeente toe. Onder het mom van ‘niet lullen, maar poetsen’, heeft de gemeente verschillende tests uitgevoerd: 6 voor de DSO-keten, 1 over de planketen, 2 voor de VTH-keten en 2 indringende ketentesten. Makhlouf gaf als voorbeeld een indringende ketentest rondom het lokaal spoor in Rotterdam (trambanen en metrosporen). Door deze test zag de gemeente goed hoe de wijze van annoteren en naamgeving later terugkomt in het hele VTH-systeem. Ook kwam ze erachter dat de Metropoolregio Den Haag Rotterdam nog niet als behandeldienst was aangemerkt. Makhlouf geeft aan dat de gemeente veel heeft geleerd van deze ketentest. Testen geeft inzicht en de mogelijkheden om verbeterstappen door te voeren.

Al met al werkt er al redelijk veel. Verbeterpunten zijn er ook. In de plan-keten is het nog niet mogelijk om parallel te kunnen werken aan verschillende wijzigingen van het omgevingsplan. Ook is het nog niet mogelijk om in het bestuurlijke proces over een concept te communiceren. Denk bijvoorbeeld een conceptversie die voor de gemeenteraad is bedoeld. In de keten van de toepasbare regels ziet Makhlouf voor Rotterdam ook nog een aantal uitdagingen. Zo is het nog nodig om de toepasbare regels op meerdere bestuurslagen af te stemmen. Gebeurt dit niet, dan kan je als initiatiefnemer dezelfde vragen van verschillende bestuurslagen krijgen. Ook moet er nog een duidelijke helpdesk ingericht worden. Als voor nog niet alle activiteiten annotaties zijn gemaakt, krijgt een initiatiefnemer een algemene tekst te zien om contact op te nemen met de gemeente. Die contactgegevens wil de gemeente nog specifieker aangeven. Ook wil de gemeente de regels die in de bruidsschat zijn opgenomen vertalen naar B1-niveau. Nu zijn deze nog regelmatig erg juridisch.

Tot slot gaat Makhlouf in op de VTH-keten. Daarvan werken een aantal onderdelen nog niet helemaal. Als een initiatiefnemer een wijziging doorvoert bij het aanvragen van een initiatief, kan een gemeente nog niet automatisch zijn wat de initiatiefnemer heeft gewijzigd. Ook is het niet mogelijk om in het beheerportaal te zien wat is ingediend. Mocht er dus een initiatief niet zijn binnengekomen die wel is ingediend, dan kan een gemeente dat niet zien. Dit creëert een afhankelijkheid van de landelijke voorziening.

Oefen

De belangrijkste tip uit deze leerkring: ga zoveel mogelijk oefenen. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) ontvangt graag ervaringen die gemeenten hebben bij het gebruik van het DSO. Het is daarnaast nuttig om zoveel mogelijk in overleg te blijven met ketenpartners en aan te sluiten bij gebruiker overleggen van leveranciers.

Presentaties

Terugkijken:

Meer informatie