Ineens werd alles anders: Lessen uit coronatijd, over de samenwerking van gemeente en ondersteuningsinitiatieven in de wijk

Door de coronatijd ervaren veel mensen hoe belangrijk alledaagse dingen zijn: een praatje met een collega, sporten of uit eten met vrienden. Voor kwetsbare inwoners zijn dit soort activiteiten nooit alledaags geweest. In de publicatie De Kracht van het gewone beschreef Platform31 vorig jaar negen relatief kleine initiatieven die inwoners in een kwetsbare positie ondersteunen om zich te ontwikkelen. Initiatieven die veelal draaien om onderling contact. Door de coronamaatregelen veranderde alles rond deze initiatieven: van het contact met de inwoners tot de relatie met de gemeente. Platform31 sprak de initiatiefnemers na de eerste lockdown en vroeg hen hoe ze zijn omgegaan met deze ongewone tijd. Hoe veranderde het contact met de gemeente, vaak opdrachtgever of financier? En welke lessen zijn er voor gemeenten?

De pandemie is voor iedereen ingrijpend: in de eerste plaats voor de deelnemers, maar ook voor de ondersteuners in de wijk en gemeenten, die verantwoordelijk zijn voor (jeugd)zorg en welzijn. Met de eerste ‘intelligente’ lockdown in maart vorig jaar werd plotseling alles anders: fysieke ontmoetingsplaatsen vielen weg en veel reguliere activiteiten konden niet meer doorgaan. Initiatiefnemers dreigden het contact met hun deelnemers kwijt te raken en maakten zich zorgen om hen. Veel initiatieven gingen deelnemers bellen om te horen hoe het met hun ging. Andere vonden andere manieren. Zo vertelde een initiatiefnemer: “We gingen de straat op met borden waarop stond: Hoe gaat het met u? Zo bleven we in contact met de wijk. Want de grote vraag was wat mensen bezighield tijdens de lockdown.” Al snel dachten ze na over wat ze toch nog konden aanbieden, bijvoorbeeld online gesprekken, whatsappgroepen, ideeën voor spelletjes en dagstructuur, online lessen of helpen met het rondbrengen van voedselpakketten, zodat men mensen toch nog sprak. En toen dat mogelijk werd door soepelere regels, soms een wandeling op afstand in de wijk met de meest kwetsbare mensen of bijeenkomsten of lessen buiten, met anderhalve meter afstand.

Door corona afgedwongen vertrouwen

Ook gemeenten wilden weten wat er met de kwetsbare mensen gebeurde. Betrokken ambtenaren lieten zich daarover informeren door de initiatiefnemers. “Wij waren hun ogen en oren in de wijk’, zoals een van hen het formuleerde. Er was soms wel iedere week contact, om te bespreken wat speelde en wat de initiatiefnemers dachten te gaan doen om te voorkomen dat kwetsbare mensen zouden wegzakken. Soms had een gemeente een specifieke vraag, bijvoorbeeld om iets te organiseren voor kwetsbare kinderen die thuis zaten.
Mondelinge afspraken tussen initiatief en gemeente waren meestal voldoende. Initiatiefnemers kregen ook ruimte door snelle garantie van de gemeenten dat de bestaande financieringsafspraken bleven staan.

Naar bestendiging van de nieuwe relatie

De belcontacten tussen gemeenten en initiatiefnemers waren in september 2020 in frequentie verminderd. De relaties tussen initiatiefnemers en gemeenten werden genormaliseerd, maar zouden volgens de initiatiefnemers ook opnieuw bepaald moeten worden. Als er een aanbeveling is voor gemeenten vanuit de initiatiefnemers, is dat: blijf ons het vertrouwen geven en de ruimte voor flexibiliteit. “Het uitvoeringswerk op sociaal gebied in wijken vraagt een heel flexibele houding. Van uitvoering tot management, tot subsidie. Omdat de dynamiek van de omgeving altijd heel hoog is. (…) “Ik vind écht dat daar in gemeenteland eens heel goed over nagedacht moet worden”, zo verwoordde een van hen het. Meerdere initiatiefnemers zouden graag zien dat gemeenten sturen met frequente gesprekken, waarbij de urgentie in de wijk centraal staat. “Heb vertrouwen dat de buurtwerkers weten hoe je dit uitvoert.” Dat vertrouwen en ruimte geven lastig kan zijn voor gemeenten – zeker in een tijd van hoge tekorten in het sociaal domein, dat snapt men. Maar de coronacrisis bewijst dat het kan.
Een tweede les, voor zowel de gemeenten als uitvoeringspartners, komt voort uit dat men zich bewuster is geworden van het belang om met partners in de wijk vanuit de opgave in de wijk te werken: we moeten “meer kijken naar wat je samen kun doen voor de bewoners en de eigen organisatie even loslaten.” Een ander: “Dat hoeft niet log of groot te worden. Liever niet zelfs.” Men vindt dat de gemeente daar dan ook bij moet zijn, en misschien regie in moet nemen.

Kracht van het gewone -initiatieven in het ‘voorveld van de WMO’

Veel gemeenten investeren in het zogenaamde ‘voorveld van de Wmo’. Hiermee bedoelen we plekken in de wijk waar iedereen welkom is in een kwetsbare positie, om te werken aan de eigen talenten. Eind 2019 sprak Platfom31 met verschillende initiatieven in dit voorveld: van sociale ondernemers, burgers en gemeente tot welzijnsorganisaties. We spraken bijvoorbeeld met een ontmoet- en ontwikkelplek waar mensen met elkaar broeken maakten, een beweegclub voor ouderen en een organisatie die mensen en organisaties aan elkaar verbond. De initiatieven hebben gemeen dat de ondersteuning die ze bieden, aansluit op de leefwereld van deelnemers en zich richt op hun talenten. Gemeenten financieren bijna al deze initiatieven (deels) omdat ze bijdragen aan de ontwikkeling van inwoners en er daardoor specialistischere en duurdere hulp voorkomen wordt.