Housing First, een eigen dak boven het hoofd als vertrekpunt voor herstel

Wat kunnen we leren van de buitenlandse ervaringen met ‘Housing First’? Onze voormalige stagiaire Emmely van Dijk onderzocht in Glasgow, Helsinki en Lissabon wat deze aanpak succesvol maakt. Het resultaat is haar masterthesis ‘Housing Everyone’ waarmee zij aan de Universiteit Utrecht afstudeerde. Emmely, nu werkzaam aan deze universiteit, vertelt hoe mensen – vaak met een meervoudige complexe problematiek – via Housing First direct een woning krijgen en behouden. Achter de aanpak zit het idee dat huisvesting een mensenrecht is en dat in een ‘normale’ omgeving het zelfstigma van de cliënt vermindert, wat het herstel bevordert.

Emmely vertelt hoe Housing First afwijkt van de woonladder waarbij een dakloze persoon pas via een aantal stappen (andere woonvormen) een eigen huis kan betrekken. “Het nadeel van het huidige trappenmodel is dat mensen vaak niet aan de eisen kunnen voldoen, bijvoorbeeld om nuchter te blijven. Daardoor moeten ze telkens een stap terug doen op de ladder. Veel mensen vallen na een vertrek uit de nachtopvang terug in dakloosheid. Hierdoor komt deze grote groep niet in aanmerking voor zelfstandig wonen.”

“Bij Housing First krijgt een dak- of thuisloos persoon zonder dergelijke voorwaarden meteen een sleutel voor een eigen huis. Net als andere huurders dienen de deelnemers echter wel het huurcontract na te leven. De deelnemers kampen vaak met psychische problemen, een verslaving of een combinatie daarvan. Zij krijgen tegelijkertijd herstelgerichte ondersteuning die op de persoon is afgestemd. Dit blijkt de slagingskans te vergroten.”

De rol van een Goede buurt in herstel

Circa twintig Nederlandse gemeenten werken nu met de Housing First aanpak. In Amsterdam is het al tien jaar een speerpunt van beleid en in 2018 werd aan de duizendste dakloze persoon een woning aangeboden. Een ‘goede’ omgeving is een vereiste voor herstel, zonder dit gaat het herstel minder goed, bijvoorbeeld in een chaotische nachtopvang. In Nederland is het spoedig regelen van deze omgeving vaak nog niet goed geregeld.” En dat is spijtig, want Housing First blijkt efficiënter qua kosten met veel minder kans op terugval dan bij de woonladder. De aanpak kent zelfs een opmerkelijk hoge slagingskans van 85 procent. “Desondanks hebben gemeenten de nodige bedenkingen. Er is een hoge gunfactor nodig, bijvoorbeeld om voorrang te kunnen geven op de lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Bij veel gemeenten leeft nog de gedachte dat je eerst moet bewijzen dat je het zelfstandig wonen aankan,dat blijkt nu met Housing First te kunnen.”

Verschillen met het buitenland

Elk land kent een eigen uitwerking van Housing First. Zo landen daklozen personen in Glasgow door de werkwijze van corporaties in sociale huurwoningen in goede wijken, krijgen daklozen personen in Lissabon een plek in een vrijesectorwoning in betere wijken en kiest men in Helsinki in een derde van de Housing First-gevallen voor een geclusterde woonvorm. “In Nederland ga je als dak- en thuisloze persoon naar een gemeente, krijg je vervolgens een indicatie die bepalend is voor hoeveel begeleiding je krijgt. In Helsinki en Glasgow wordt de zorg op een locatie in de wijk georganiseerd, een beetje zoals jij en ik naar de dokter gaan. In Lissabon krijg je als dakloze een plek in een programma, waar je op maat begeleiding krijgt.”

Nul daklozen

“In Finland is Housing First nationaal beleid. De nieuwe regering streeft naar nul daklozen, een streven wat praktisch bereikt is. Daar ligt de taak om voor alle doelgroepen voldoende zelfstandige permanente huisvesting te zorgen vanuit de nationale overheid. In Glasgow is ‘Rapid Re-Housing’ het beleid. Dak- en thuislozen krijgen vrijwel direct een huis aangeboden. In Nederland lijkt deze ’housing led’ vorm van Housing First nog niet mogelijk. Daklozen personen komen vaak eerst in de opvang terecht en komen na het verkrijgen van een indicatie op een wachtlijst te staan. Dan gaat er best veel tijd overheen voordat de dakloze persoon een eigen woning heeft.”

Risico nemen

“In twee van de buitenlandse casussen krijgen ex-daklozen personen normale huurcontracten, waardoor zorg accepteren niet afdwingbaar is. In Nederland is er bijna altijd sprake van driehoekscontracten, waarbij in het contract woning en zorg met elkaar verbonden zijn. Dit maakt dat het verblijf in de woning voorwaardelijk kan worden. Uitgangspunt moet zijn dat mensen fouten mogen maken. Feit is dat je mensen een kans moet geven om Housing First te laten slagen”, stelt Emmely.

“Het is van belang om de geplaatste ex-dakloze persoon zo lang mogelijk te huisvesten. Voor de vijftien procent waarbij de Housing First-aanpak niet werkt, moet je wat anders verzinnen. Uit een evaluatie in Amsterdam blijkt overigens dat het meevalt met de overlast in de wijken waar Housing First is toegepast. Om te voorkomen dat er snel een stigma op een dakloos persoon valt, is het belangrijk goed na te denken over hoe de ex-dakloze persoon het contact met de buurt legt. Dit kan onderdeel zijn van de begeleidingsvraag van de ex-dakloze persoon.

Vier factoren van belang

Emmely vroeg aan alle betrokkenen bij haar onderzoek of sociaal-maatschappelijke integratie (‘community-integration’) gaat lukken met Housing First. Vier factoren blijken daarbij van belang:

  1. Stabilisatie: dit is superbelangrijk, verwacht niet dat de integratie snel gaat.
  2. Normalisatie: laat alles zo normaal mogelijk verlopen, onder andere door ook het gebruik van informele faciliteiten in de wijk.
  3. Activatie: niets gaat vanzelf, een goed begeleidingsteam moet de persoon helpen de brug te slaan tussen de persoon en de wijk.
  4. ‘Empowerment’: leg de verantwoordelijkheid en keuzes bij de persoon zelf.

Emmely ziet dat de gemeenten in haar casussen daar verschillend invulling aan geven. “Zo gebruiken ze in Lissabon meer informele faciliteiten zoals een café. In Glasgow maken ze via een meer formele invulling gebruik van sportverenigingen en een ‘buurtmakelaar’ die precies weet welke activiteit past binnen een buurt. In Finland is het deel geclusterde Housing First woonvorm gemeengoed, waarbij de meer gezamenlijke activiteiten voor een verbinding zorgen.” Emmely beschrijft drie vormen van integratie:

  1. Fysiek: een taak voor de gemeente en woningcorporatie is of de faciliteiten aanwezig zijn in de wijk en of mensen er gebruik van kunnen maken.
  2. Sociaal: een taak voor de zorg is om de verbinding te maken met de faciliteiten in de wijk.
  3. Psychologisch: uiteindelijk kan alleen de persoon zelf zich verbonden gaan voelen met de wijk, de vormgeving van het Housing First programma kan wel zelfvertrouwen verhogen en dit zo faciliteren.

Emmely benadrukt dat alle drie de vormen van integratie belangrijk zijn. “Wees je ervan bewust om ze alle drie te faciliteren en denk er goed over na. Niets gaat vanzelf!”

Meer informatie

Emmely van Dijk werkt als Onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Zij maakt daar onderdeel uit van het team dat onder leiding van dr. Nienke Boesveldt het Prospectief onderzoek maatschappelijke opvang en beschermd wonen uitvoert. Daarnaast is zij betrokken bij het Executive programma Maatschappelijke opvang en beschermd wonen dat 11 oktober weer start.