Hoe ziet de stad eruit na COVID-19?

Corona is de dood van de stad, beweren sommigen. Is dat wel zo? Is het nog verantwoord om allerlei functies te concentreren in steden? Moeten we wel verder verdichten? Of moeten we al onze mooie plannen voor de stad nu, in de nieuwe anderhalvemetersamenleving, in de prullenmand gooien? En wat betekent dit dan voor de woningbouwopgave? Om antwoord te geven op deze (en nog veel meer vragen) organiseerden Buck Consultants International en Platform31 afgelopen 20 mei een webinar over de stad na Covid-19.

Terugkijken: webinar De toekomst van de stad na COVID-19

“In de stad komen onze dromen samen – over bijvoorbeeld woningbouw, duurzaamheid en een sterke economie”, vertelt moderator René Buck, directeur van Buck Consultants International, bij aanvang van het webinar. “We waarderen de dichtheid, nabijheid, compactheid en knooppuntvorming. Nu worden we geconfronteerd met het coronavirus. Wat betekent dit voor de stad? Is de combinatie van mensen, dichte stedelijke bebouwing en sociale ongelijkheid een ‘vruchtbare’ voedingsbodem voor deze virusuitbraak? Moeten we dus wegwezen uit de stad? En is er dan nog wel een toekomst voor de stad na het coronavirus?”

Meer dan 700 mensen volgden het webinar om van 4 experts antwoord te krijgen op de vragen van Buck. Het eerste antwoord komt van Ernst Kuipers, CEO van Erasmus MC en voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg. “Het coronavirus betekent niet dat we moeten wegwezen uit de stad. Het is namelijk geen stadsziekte. We zien naar rato hetzelfde aantal gevallen op het platteland als in de stad. In Nederland was de regio Uden bijvoorbeeld een grote hotspot van de corona-uitbraak, en dus niet Amsterdam of Rotterdam. Vergelijk Nederland bovendien met andere dichtbevolkte gebieden, zoals New York of Los Angeles. Dan zie je dat Nederland eerder een dunbevolkte stad is dan een dichtbevolkt land.”

Ernst Kuipers: “Nederland is eerder een dunbevolkte stad dan een dichtbevolkt land.”
Ernst Kuipers: “Nederland is eerder een dunbevolkte stad dan een dichtbevolkt land.”

Omgaan met seizoenschommelingen

Juist de spreiding in Nederland zorgt dat we altijd zorg dichtbij kunnen bieden, vertelt Kuipers. “Precies daarom zitten we met het Erasmus MC ook midden in de stad.” COVID-19 zorgt ook niet dat de plannen om een campus op de Erasmus MC-locatie te ontwikkelen in de prullenbak belanden. Op de campus kunnen bedrijven zich vestigen voor een intensieve samenwerking met het Erasmus MC. Die nabijheid blijft belangrijk, aldus Kuipers. “Corona heeft duidelijk gemaakt dat we deze crisis alleen het hoofd kunnen bieden door intensieve samenwerking tussen verschillende deskundigen. Zo werken wij steeds intensiever samen met de TU Delft.”
De uitdaging van COVID-19 zit eerder in hoe je gebouwen inricht, dan hoe vol je de stad bouwt, vindt Kuipers. Ook waarschuwt hij dat er bij luchtwegvirussen vaak sprake is van seizoensinvloed. “De eerste aanwijzingen nu zijn dat er bij COVID-19 inderdaad een seizoensinvloed is. Dat betekent dat je in de zomer minder besmettingen ziet en kunt unlocken, maar dat het aantal besmettingen en daarmee de maatregelen in het najaar weer oplopen. Bovendien loopt de groepsimmuniteit waarschijnlijk langzaam op; dat ligt in 2022 misschien pas rond de 30 procent. Dit soort seizoenschommelingen kunnen dan ook jaren aanhouden. Houd dus rekening ermee dat dit virus nog lang onder ons blijft en met pieken en dalen kan optreden.”

Effecten na eerdere epidemieën

“Bij dit soort epidemieën zien we eigenlijk geen impact op de stedelijke ontwikkeling”, vertelt Maarten Hoorn van Platform31 en het programma Stedelijke Transformatie. Hij dook in verschillende onderzoeken en keek naar de effecten op de stad van eerdere en vergelijkbare virussen als SARS, MERS en ebola. “Wel zien we meer aandacht voor gezondheidszorg en een ander stedelijk gebruik. Bij het SARS-virus in 2003 was bijvoorbeeld in Taipei al na zo’n 3 maanden het aantal metroreizigers weer op het oude niveau, maar mét gebruik van mondkapjes.”

Er is geen verband tussen bevolkingsdichtheid en de verspreiding van het aantal coronabesmettingen per 10.000 inwoners: in blauwtinten het aantal inwoners, in oranjetinten het aantal besmettingen. Hoe donkerder, hoe hoger het aantal.
Er is geen verband tussen bevolkingsdichtheid en de verspreiding van het aantal coronabesmettingen per 10.000 inwoners: in blauwtinten het aantal inwoners, in oranjetinten het aantal besmettingen. Hoe donkerder, hoe hoger het aantal.

Het coronavirus werkt nu vooral als katalysator voor bepaalde ontwikkelingen, signaleert Hoorn. Zo wordt het gebruik van deelauto’s populairder en zie je dat diverse Europese steden versneld werken aan het creëren van een fietsvriendelijke, autoluwe binnenstad. “Kunnen we bijvoorbeeld ook versneld inzetten op het groen in de stad? Niet alleen voor de biodiversiteit en klimaatadaptatie, maar ook om thuiswerkende mensen te stimuleren meer te bewegen? Of moeten we trottoirs anders inrichten voor de anderhalvemetersamenleving nu of de opkomende rollatorsamenleving?”

Adaptiviteit is volgens Hoorn, zeker bij dit soort epidemieën, essentieel voor steden. “Je moet je kunnen aanpassen op wat komen gaat en weten wat je wél en nog niet weet – de known unknowns. Verstedelijking is een vraagstuk van de lange termijn en we weten niet hoe lang de huidige anderhalvemetersamenleving aanhoudt en wat dit betekent op de lange termijn. We zien nu wel andere gebruikspatronen in de stad, maar hoe lang houden die aan? Het is belangrijk om samen, mét input van experts, het onderscheid te maken in wat de korte- en de langetermijneffecten zijn.”

Doorbouwen, doorbouwen en nog eens doorbouwen

Wat volgens Hoorn waarschijnlijk effect gaat hebben op de stad, is de economische crisis als gevolg van corona. Het is voor steden daarom belangrijk te verkennen wat de coronacrisis doet voor de financiering van ontwikkelingen, waarschuwt hij. Dat betekent niet dat we moeten stoppen met bouwen. En dat betoogt ook Annius Hoornstra, voorzitter Vereniging van (gemeentelijke) Grondbedrijven en directeur Stedelijke Ontwikkeling bij de gemeente Zaanstad. “De grote les van de vorige economische crisis is dat je moet doorbouwen. We moeten alles op alles zetten om de plannen die nu in de pijplijn zitten, die vergunningsgereed zijn of al een vergunning hebben, doorgaan. Dat is het allereerste wat we moeten organiseren.”

Het coronavirus brengt met een nieuwe economische crisis een mogelijke vertraging voor ontwikkelingen. “Dat is logisch”, zegt Hoornstra, “maar probeer die vertraging zoveel mogelijk te dempen. De opgaven zijn ondanks de nieuwe crisis immers onveranderd. We moeten juist de toekomstbril opzetten en doorzetten. Daarbij moeten we ons niet laten afleiden door een kortetermijnblik of discussies of we buiten de stad moeten bouwen of niet. Wel zien we dat thema’s als klimaatstress, de huisvesting van kwetsbare groepen en mobiliteit alleen maar in belang toenemen, want we zien nu ook hoe kwetsbaar we zijn als we dingen niet goed organiseren.”

Hoornstra pleit bovendien voor een bredere definitie van stedelijke ontwikkeling. “Gemeenten gaan een financieel zware periode tegemoet, met minder inkomsten en meer uitgaven. Voor de bereikbaarheid en openbare ruimte is de gemeente aan zet, maar dit soort ontwikkelingen zijn niet alleen van belang voor de gemeente. 10.000 extra woningen op een stationslocatie leidt tot hogere grondwaardes. Wie profiteert daarvan? De speculant of de gemeente? Als meer mensen daardoor het openbaar vervoer verkiezen of te voet of met de fiets naar werk gaan, dan is er een minder grote belasting van de weginfrastructuur en zijn er minder verkeersslachtoffers. Daarvan profiteren Rijkswaterstaat, maar ook verzekeraars. Het gaat mij niet om waar je de rekening neerlegt, maar dat iedereen meebetaalt aan de investering in stedelijk bouwen.”

De strijd om de ruimte

Ook Paul Bleumink, managing partner bij Buck Consultants International, pleit voor anticyclisch investeren. Ondanks de huidige social distancing blijven steden volgens hem immers gewilde plekken voor mensen, bedrijven, onderwijs en (culturele) voorzieningen. “We zien dat de stad, ondanks de coronacrisis, zeker de komende tien jaar de motor van economische groei en innovatie blijft. Wel komen er extra functies op de stad af”, zegt Bleumink. Door die extra functies neemt de druk op de ruimte in de stad toe. “Dit betekent ook dat de urgentie groot is om nu met goede plannen te komen voor straks, want je moet direct na de crisis kunnen investeren”, aldus Bleumink. Bij Buck wordt daarom gewerkt met een analysekader en zeven ‘guiding principles’ om te bepalen wat dit betekent voor de plannen op het gebied van wonen, werken, vrije tijd, maatschappelijke voorzieningen en mobiliteit.
Bleumink raadt gemeenten bovendien aan om te kijken naar het voorbeeld van innovatiedistricten. “Zij zijn een katalysator voor stedelijke ontwikkeling en vormen inspirerende omgevingen vol innovaties.” Hij verwijst naar het voorbeeld van de gebiedstransformatie van Strijp-S in Eindhoven, waar het voormalige industriële Philipsterrein werd getransformeerd tot een bruisende wijk met winkels, horeca, werken en wonen voor verschillende groepen. “Dit soort innovatiedistricten leidt ook tot veel maatschappelijk rendement en groei. Maak dus niet alleen nu goede plannen voor woningbouw, maar ook voor economische bedrijvigheid en gebiedsontwikkeling. Want dat is, zeker nu, van extra groot belang.”

Meer weten?

Bekijk ook de presentatie De Toekomst van Nederland (pdf, 2 MB) en lees het artikel Gebiedsontwikkelaars, val niet terug in reflexen van vorige crisis van spreker Annius Hoornstra. Het webinar kun je volledig terugkijken op YouTube.

Over het programma Stedelijke Transformatie

Platform31 voert het programma Stedelijke Transformatie uit. Hierin werken overheidspartijen, marktpartijen en kennisinstellingen samen om de transformatieprojecten versneld tot uitvoering te brengen, gemeenschappelijke problemen te doorgronden en op te lossen en de opgedane kennis te verankeren. Meer informatie: www.stedelijketransformatie.nl.

Blijf op de hoogte

Wilt u automatisch op de hoogte blijven van ontwikkelingen in het programma Stedelijke Transformatie? Meld u dan aan voor onze nieuwsbrief of volg ons op Twitter of op LinkedIn.