Hoe laat je huiseigenaren vroegtijdig nadenken over levensloopbestendig wonen?

Interview met Ramon Daniels, Mirjam Ubachs en Jeanne Heijkers, Zuyd Hogeschool

“Hoe kunnen we particuliere eigenaren in de leeftijdscategorie tussen 40 tot en met 70 jaar stimuleren om hun woning levensloopbestendig te maken?” In Horst aan de Maas vormden twee mkb-ondernemingen, Zuyd Hogeschool en de gemeente Horst aan de Maas een consortium voor een verkenning rond deze vraag. Zij deden dit met een subsidie van RAAK.

Ouderen moeten en willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Maar daar is wel een en ander voor nodig, onder meer het aanpassen en levensloopbestendig maken van woningen. Huurders kunnen dat overlaten aan de verhuurder, vaak een corporatie. Maar veel mensen huren niet maar hebben een eigen huis. Hoe zorg je dat die tijdig maatregelen nemen?

Horst aan de Maas: 80 procent particulier bezit

In het Noord-Limburgse Horst aan de Maas, met bijna 42.500 inwoners, is 80 procent van de woningen particulier bezit. Slechts een fractie daarvan is levensloopbestendig. Veel eigenaren zullen dus waarschijnlijk hun huis zelf moeten aanpassen, als ze niet verhuizen naar een geschikte woning. Liefst tijdig, om onnodige probleemsituaties te voorkomen. Twee mkb-ondernemingen, Zuyd Hogeschool en de gemeente Horst aan de Maas sloegen de handen ineen om erachter de komen hoe deze bewoners gestimuleerd kunnen worden om hun huis levensloopbestendig te maken. Ook andere ondernemers, waaronder de Rabobank Venlo-Venray en Hogeschool Arnhem Nijmegen werden betrokken. De verkenning werd tussen 2017 en 2019 uitgevoerd.

Eigenaren raadplegen

Ramon Daniels (lector), Mirjam Ubachs en Jeanne Heijkers (docent-onderzoekers) van Zuyd Hogeschool waren verantwoordelijk voor het onderzoek: “Het was een uitdagend project, omdat we ons juist richtten op burgers die nog geen fysieke gebreken vertonen. Hoe maak je dit onderwerp interessant voor hen en aantrekkelijk zodat ze actie gaan ondernemen? We zijn al heel snel begonnen met interviews met woningbezitters en enquêtes via een panel. Daarmee hebben we tweemaal meer dan 550 mensen bereikt. In de eerste enquête gaf meer dan de helft van de mensen onder de 65 aan dat ze wel eens over het levensloopbestendig maken van de woning dachten. Maar daar blijft het dan ook meestal bij. Men voelt zich nog jong en schuift het op de lange termijn en/of geeft aan dat de financiering een probleem is.”

“Nu gaan mensen pas nadenken over aanpassingen aan hun woning als het eigenlijk al te laat is. Gebruik de momenten dat mensen hun woning gaan opknappen, of gaan verhuizen. En laat zien dat aanpassingen voor langer thuis wonen ook mooi kunnen zijn.”

Weten wat er toe doet

Heijkers: “Mensen willen wel informatie, maar liefst vrijblijvend. Als het gaat om bewustwording gaat is een belangrijke les die we leerden: heb het met mensen over comfort, veiligheid, zelfstandig kunnen blijven wonen. Niet over levensloopbestendig wonen. Dat appelleert aan ‘ziek, zwak’ en daar willen mensen liever niet aan denken. Persoonlijke verhalen en goede voorbeelden helpen. Weet ook dat men vaak denkt dat het huis in waarde zal dalen als het levensloopbestendig wordt gemaakt, terwijl makelaars in ons onderzoek aangaven dat het juist eerder waardeverhogend werkt. Werk dus aan een goed imago! Zo weten we nu ook dat je moet laten zien dat aanpassingen ook mooi kunnen zijn. Dit soort inzichten hebben we verwerkt in de website die we gezamenlijk gemaakt hebben.” In de tweede enquête onder 641 inwoners van Horst aan de Maas was 72 procent het eens met de stelling ‘Ik zou mijn huis altijd levensloopbestendig maken op het moment dat ik ga bouwen of verbouwen’. Met de stelling ‘Ik zou mijn huis altijd levensloopbestendig maken zodra ik het ga verduurzamen (energiezuinig maken)’ was 64 procent het eens.”

Samen optrekken voor bewustwording en makkelijk maken

Je woning levensloopbestendig maken moet vanzelfsprekend worden. Daniels: “Daaraan kunnen zowel de huisarts, als de fysio- en ergotherapeut, de wijkverpleegkundige en ondernemers zoals de installateur, makelaar en de hypotheekverstrekker bijdragen. Alleen dan zal het lukken. Het aanpassen van de woning met het oog op de toekomst moeten we gaan koppelen aan natuurlijke momenten: de verbouwing als de kinderen het huis uit gaan, de opknapbeurt, de verduurzaming van het huis met het oog de energietransitie bijvoorbeeld. En we moeten zorgen dat mensen de aanpassingen makkelijk kunnen realiseren. Met lokale ondernemers hebben we een gezamenlijke integrale dienst ontwikkeld om de woningeigenaren te ondersteunen bij het levensloopbestendig maken van hun woningen. Een onafhankelijk advies kan een eerste stap zijn naar aanpassingen van het huis. We hebben een Leidraad eerste adviesgesprek gemaakt en gemotiveerde mkb-ers getraind. Want ze moeten niet alleen weten wat voor de inwoner belangrijk is, maar ook meer weten van elkaars expertise. Zo weten de bouwers bijvoorbeeld relatief weinig van de problemen van ouderen, en van de aanpassingen die je zou kunnen maken; de ergotherapeut weet minder van bouwkundige mogelijkheden. Samenwerking biedt meerwaarde.”

En verder hebben we voorzetten gemaakt voor de samenwerking tussen betrokken partijen (proces en organisatie). Het is begin is er. Nu is het een kwestie van doorbouwen. Lokaal wordt nu gewerkt aan een goed businessmodel voor ondernemers die in levensloopbestendig wonen willen investeren. Er zijn als ze samen gaan optreden ook afspraken nodig over rollen, verantwoordelijkheden en kwaliteit. Nationaal heeft ons project ook tot gevolg gehad dat Techniek Nederland en branchevereniging Ergotherapie de intentie hebben om samen op te trekken voor wonen en zorg. Dat is een goede ontwikkeling.”

Meer informatie