Het roer om in de Drechtsteden: Van 'one size fits all' naar flexibele netwerksamenwerking

Interview met de Dordtse gemeentesecretaris Martien van der Kraan

De Drechtse gemeenteraden zetten voortaan in op een flexibele netwerksamenwerking op thema. De oude one size fits all-samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden leverde namelijk vooral mooie woorden op, maar weinig daden. “Dat gaat nu veranderen”, belooft de Dordtse gemeentesecretaris Martien van der Kraan.

Sinds 2006 werken Dordrecht, Papendrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Alblasserdam en sinds 2018 Hardinxveld-Giessendam op een groot aantal beleidsterreinen intensief samen via de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Maar zo’n 12,5 jaar na oprichting is duidelijk dat het Drechtse samenwerkingsverband, onder leiding van het Drechtstedenbestuur en de Drechtraad, in de praktijk onvoldoende slagkracht heeft voor realisatie van de ruimtelijk-economische ambities. “De signalen kwamen uit verschillende hoeken”, vertelt Van der Kraan, die inmiddels 7,5 jaar gemeentesecretaris bij de gemeente Dordrecht is. “Als er werd gevraagd wat we eigenlijk bereikten met De Drechtsteden, hadden we daarop geen helder antwoord. Dat geeft natuurlijk te denken. Daarom lieten we Berenschot ons samenwerkingsverband onderzoeken. Uit hun rapport blijkt dat in het sociaal domein en de bedrijfsvoering veel goed gaat, maar dat we als regio op ruimtelijk-economisch gebied wel ambitieuze plannen ontwikkelden, maar stokten op de uitvoering; de gemeenten zelf kwamen niet of onvoldoende in actie. Het verlengde of soms deels verlegde bestuur in de Drechtsteden zorgde voor een verkeerd eigenaarschap, want die extra bestuurstafel gaf elke gemeente legitimiteit om niet te handelen. Om te zeggen ‘het past even niet’ en zich te verschuilen achter het systeem.”

Van stroperig naar flexibel

De commissie Deetman bood begin 2019 verschillende mogelijkheden om de slagkracht van het Drechtse samenwerkingsverband te vergroten. De eerste optie was verdere integratie en overdracht van taken, bevoegdheden en investeringsmiddelen naar de regio, maar daarvoor ontbrak draagvlak bij de gemeenten. De tweede optie beviel beter. De ruimtelijk-economische taken worden daarbij losgeweekt uit de structuur van de Gemeenschappelijke Regeling. De gemeenten blijven wel samenwerken, maar voortaan in gelegenheidscoalities, onder leiding van de betrokken wethouders van de deelnemende gemeenten.
“We werken samen op de thema’s wonen, economie, bereikbaarheid, duurzaamheid en energie. Per thema hebben de wethouders van de zeven gemeenten samen een agenda opgesteld met de te bereiken ambities”, legt Van der Kraan uit. “Dit najaar geeft elke gemeenteraad antwoord op de hoe-vraag: hoe snel wil je het regelen? Hoeveel geld wil je hieraan besteden? Die verantwoordelijkheden liggen nu bij de gemeente zelf en dat maakt een groot verschil. Vroeger deed de Drechtraad hierover uitspraken en gingen we uit van het evenredig verdeelmechanisme; we wilden in alle opgaven een gelijke positie voor iedereen. Dat zorgde voor lange processen om te bepalen welke gemeente bijvoorbeeld wat gingen bouwen en voor welke segmenten. We volgen nu the art of travelling light en maken de samenwerkingsstructuur minder zwaar. Je hoeft niet alles met iedereen te doen; je kunt ook selectief of tijdelijk samenwerken of alleen zaken oppakken, zoals Dordrecht en Zwijndrecht doen in de Spoorzone. Zo gaan we stroperige overleggen uit de weg en nemen we onze verantwoordelijkheden.”

Verantwoordelijkheid als centrumgemeente

Binnen de meer flexibele samenwerkingsregeling wil Dordrecht haar rol beter oppakken. “Als centrumstad ben je vaak koploper. Wanneer het hier niet goed gaat, komen de problemen vanzelf naar de regio. In de oude opzet moesten we altijd op de laatste wachten; alle gemeenten moesten mee. Maar als anderen de urgentie niet voelen en je blijft wachten, benadeel je jezelf als centrumstad. Daarom moet je verschillen duiden, zakelijk zijn en elkaar durven aanspreken bij niet handelen. Je moet daarbij begrip hebben voor andere gemeenten. We willen volgens onze gemeenschappelijke agenda bijvoorbeeld ruim 30.000 extra banen en 25.000 extra woningen voor 2030 realiseren. Hoe gaan we dat samen regelen? Wanneer jij zeven keer zoveel personeel hebt als bijvoorbeeld Alblasserdam, kun je ook bedenken dat zij misschien wel jouw ambtelijke capaciteit bij deze opgave nodig hebben. Dan moet je niet bekrompen doen, maar bedenken hoe je kunt faciliteren zodat je samen verder komt. Zo stellen wij bijvoorbeeld onze experts op economie, bereikbaarheid en lobby regionaal beschikbaar.”

Een spiegel voor de bubbel

Nieuwe en verder reikende connecties zijn onderdeel van de nieuwe aanpak van de Drechtsteden, vertelt Van der Kraan. “We willen juist voorbij de gebruikelijke oplossingen en samenwerkingen kijken en goed nadenken over wat we nu eigenlijk echt willen bereiken, wie we daarbij nodig hebben en op welke schaalniveaus we dan het verst komen. Dat betekent dat we ook voorbij onze bestuurlijke grenzen moeten kijken, want die sluiten niet altijd meer aan op onze daily urban systems. We gaan daarvoor meer private stakeholders erbij betrekken, vanuit het onderwijs en het bedrijfsleven: waar moeten we naartoe? En hoe pakken we dat aan? We kijken nu bijvoorbeeld met Rotterdam hoe we kunnen aansluiten en bijdragen op onderwijsvlak en kunnen inspelen op de behoeften van ons bedrijfsleven. Ook verkennen we strategische positioneringsopties met partners in Zuidelijk Zuid-Holland. Je hebt die partners nodig om samen kracht te maken, maar ook om kritisch naar je eigen vraagstukken te blijven kijken. Zo houd je je bubbel de nodige spiegel voor. Doordat we nu scherper blijven op wat we als gemeente willen bereiken, op wat onze taak is en welke waarde wij willen toevoegen, kunnen we nu fundamenteler toetsen of onze samenwerkingsverbanden helpen bij realisatie van onze maatschappelijke opgaven. Dat is ook mijn tip aan andere gemeenten: laat je niet verleiden door mooie modellen, waarbij de structuur leidend is. Blijf liever scherp op je hoofdtaak: brengt dit model jouw gemeente waar je wilt zijn? De inhoud staat voorop.”