Het programma: een goed moment om het huidige ruimtelijke beleid onder de loep te nemen

Verslag van de G40/G4-leerkring, 9 april 2020

Met de aankondiging van het uitstel van de invoeringsdatum van de Omgevingswet, hebben overheden meer tijd gekregen om zich verder te verdiepen in de wet. Zoals op het instrument programma, waarover gemeenten nog de nodige vragen hebben. Wanneer zet ik een programma in? Hoe verhoudt een programma zich tot de andere kerninstrumenten? Sarah Ros (VNG) en Lonneke Vossen (gemeente Rotterdam) delen hun inzichten tijdens de online G40/G4-leerkring Omgevingswet op donderdag 9 april 2020.

Het programma: wie, wat, waar, wanneer, hoe?

Het kerninstrument programma is te vergelijken met de uitvoeringsparagrafen van de huidige structuurvisies en projecten ter uitvoering van overheidsdoelen. Er blijken echter grote verschillen te zijn in hoever gemeenten zijn gevorderd met het inventariseren en opstellen van programma’s. Sarah Ros (VNG) ging terug naar de kern van het instrument en legde uit wat het instrument betekent voor het beleid en waar gemeenten rekening mee moeten houden. Gemeenten doen er verstandig aan tijdig te beginnen met het inventariseren van de programma’s en het vaststellen van verplichte programma’s. Hieronder een overzicht wat het kerninstrument programma inhoudt.

Wie?

Programma’s worden vastgesteld door het college van B&W, het dagelijks bestuur van het waterschap, Gedeputeerde Staten of door de minister. Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe de participatie wordt vormgegeven. Wanneer instemming van de raad toch gewenst is, kan dit intern worden afgesproken.

Wat?

Uitvoering en concretisering van doelen en beleid vindt onder de Omgevingswet plaats in de vorm van programma’s. Gemeenten zijn al volop begonnen met het opstellen van een Omgevingsvisie. De uitvoering van beleid kan worden geborgd in een programma. Een programma hoeft niet altijd zijn grondslag te hebben in de Omgevingsvisie, maar beide instrumenten moeten elkaar ook niet tegenspreken. Een programma kan op verschillende manieren worden ingevuld, thematisch of gebiedsgericht.

Waar?

Binnen een gemeenten kunnen meerdere programma’s geldig zijn. Een programma kan regionaal, lokaal, sectoraal of gebiedsgericht worden opgesteld.

Wanneer?

Het programma komt op drie plekken in de beleidscyclus voor: bij de uitwerking van de doelen in de Omgevingsvisie, bij het inzetten van maatregelen (zoals het behalen van omgevingswaarden) en als toetsingskader voor activiteiten. Programma’s zijn bedoeld om maatregelen op te nemen of de uitvoering van projecten te monitoren.


De beleidscyclus (Aan de slag met de Omgevingswet)

Hoe?

Programma’s kunnen in vier varianten voorkomen. Ten eerste de onverplichte of facultatieve programma, deze programma’s mogen overheden opstellen om lokale doelen te behalen. Bij vrijwillige programma’s mag het bevoegd gezag ook kiezen voor een ander instrument om doelen te halen. Bijvoorbeeld communicatie-instrumenten of het verstrekken van subsidie.
Ten tweede zijn er verplichte programma’s voor gemeenten. Hieronder vallen de programma’s die voortkomen uit EU-richtlijnen zoals die voor luchtkwaliteit en geluid. Gemeenten zijn verplicht om aan vastgestelde omgevingswaarden te voldoen. Als dat niet lukt dan is een voorwaardelijk programma nodig. Ten slotte zijn er programma’s met de programmatische aanpak, zoals een Programma Aanpak Stikstof.

Van visie naar programma: de Rotterdamse aanpak

Gemeente Rotterdam is twee jaar geleden begonnen met de programma’s, dit was ruim voordat de Omgevingsvisie was vastgesteld. Lonneke Vossen (beleidsadviseur stadsontwikkeling Rotterdam) licht de Rotterdamse zoektocht naar de invulling van programma’s onder de Omgevingswet toe.
Allereerst is Rotterdam begonnen met een grootschalige inventarisatie van het beleid. Daaruit is een groot overzicht ontstaan waarin de 130 geldige beleidsdocumenten gesorteerd zijn op thematisch en gebiedsgericht beleid. Een eye-opener in dit zoekproces was dat het soms best lastig was om de beleidsbeslissingen terug te vinden in het beleidsstuk. “Bij sommige beleidsstukken kwam de kern pas op pagina 20 aan bod”, aldus Vossen. Met behulp van een beleidsapplicatie kan de kern uit het beleid gefilterd worden.

beleidsapp-rotterdam
De ondersteunende beleidsapp van de gemeente Rotterdam

Van huidige programma’s naar programma’s onder de Omgevingswet

De volgende stap is om te analyseren in welk Omgevingswetinstrument de huidige programma’s een plaats krijgen. Gemeente Rotterdam stelt kritische vragen waarover ook andere gemeenten zullen moeten nadenken, zoals: ‘waar eindigt de visie en waar begint het programma?’ en ‘wordt al het huidige beleid op programmaniveau (doelstellingen en maatregelen) straks een Omgevingswetprogramma?’.

Wanneer de Omgevingsvisie helder is opgesteld, kan de gemeente aan de slag gaan met het vaststellen van de programma’s. Vijf criteria geven vorm aan programma’s in Rotterdam. Zo moeten programma’s passen binnen de Omgevingsvisie, vertaald kunnen worden/ terug te vinden zijn in de omgevingsplannen, bijdragen aan de afstemming tussen sectoren en tussen gebied en sectoren en moeten ze opening bieden voor externe partijen om bij te dragen aan de doelen van het programma.

Binnen programma’s moet ook rekening worden gehouden met de gedachten van de Omgevingswet omtrent integraliteit en participatie. “Omgevingsprogramma’s leggen voor de fysieke omgeving de verbinding tussen (multi)sectorale programma’s en gebieden om zodoende de integraliteit en de samenhang te bevorderen”, stelt Vossen. Het is daarom van groot belang dat gemeenten tijdig nadenken over hoe het huidige beleid geborgd gaat worden in de instrumenten van de Omgevingswet

Presentaties