Gezondheid, ook een taak van de corporatie?

Wonen Limburg staat als corporatie proactief in het leven en kijkt daarbij verder dan de stenen. Zo vindt de corporatie ook de gezondheid van haar huurders belangrijk. Hun eigen rol zien ze daarin terugkomen op drie manieren: de gezondheid verbeteren in de fysieke woning, het signaleren van zorgbehoeften en verbinden met het netwerk én tot slot het bouwen aan sociale cohesie. Bestuurder Wim Hazeu vertelt.

Een woningbouwcorporatie, wat is dat eigenlijk? Volgens bestuurder Wim Hazeu mag je het woord ‘bouw’ tussen haakjes zetten. ‘‘Het vastgoed is één middel om onze huurders te helpen. We willen mensen een thuis bieden, en daar is meer voor nodig dan stenen alleen. Als ons dat niet lukt dan hebben we daar als mens en maatschappij last van.’’ Het bieden van een thuis is in de huidige tijd steeds complexer. Door wetgeving en veranderingen in de zorg zien corporaties een forse verandering in de doelgroepen die ze huisvesten. Hazeu: ‘‘Zeker de corporatiewijken zijn daardoor veel minder draagkrachtig geworden. In sommige buurten zien we nog maar weinig sterke schouders en komen daardoor zaken als mantelzorg en burenhulp onvoldoende van de grond.’’

Hazeu zag in tien jaar tijd de rol van de corporaties veranderen. ‘‘We leveren geen zorg, maar we zijn wel een hele belangrijke partij als het gaat om signaleren en verbinden.’’ De corporatie gebruikt hiervoor de kapstok van Positieve Gezondheid, een visie die veel gebruikt wordt door zorgpartijen en overheden binnen de provincie Limburg. Gezondheidsproblematiek is volgens Hazeu onderdeel van de brede sociale problematiek in kwetsbare wijken. De brede visie van Positieve Gezondheid helpt de corporatie om het onderwerp kwetsbaarheid meerdere dimensies te geven en het leert medewerkers aan welke knoppen ze kunnen draaien en waar ze op moeten letten in contact met huurders. ‘‘We komen vaak huurders tegen die zorg mijden en de deur stevig dichthouden. Nu zijn wij geen dokter, we schrijven geen recept voor. Maar we signaleren dat er iets aan de hand is en leggen de verbinding tussen mensen en organisaties die daar het verschil kunnen maken.’’

De stenen

Op welke manieren pakt Wonen Limburg concreet die gezondheidsproblematiek aan? Er is winst te behalen in de woningen zelf, stelt Hazeu. ‘‘Zeker in woningen waar de ventilatie slecht is en sprake is van schimmelproblematiek. Met het verbeteren van die woningen maak je een enorm gezondheidsverschil.’’ Hazeu ziet dit niet als de grootste uitdaging, het is sinds jaar en dag de expertise van de corporatiesector. Wel wordt het steeds belangrijker om bewoners te leren hoe ze met hun gerenoveerde woning omgaan. Slimme ventilatiesystemen hebben een gebruiksaanwijzing. ‘‘Hierin is het de uitdaging om het voor bewoners simpel te houden en duidelijk te communiceren. In Heerlen deden we dat onlangs bij een renovatie met informatiekanalen in zes talen. Je wilt er alles aan doen om te voorkomen dat een woning verkeerd, en daardoor ongezond, gebruikt wordt.’’

Woningbouwrenovaties vormen vaak ook het momentum om met extra energie in een wijk, straat of complex aan de slag te gaan. De corporatie komt bij huurders achter de voordeur en signaleert waar het niet goed gaat, wat weer een aanleiding is om het netwerk in te schakelen. Bij nieuwbouw experimenteert Wonen Limburg met het betrekken van toekomstige huurders. ‘‘We zijn bezig met het realiseren van hofjeswoningen. Daarvoor vragen we huurders hoe die er uit moeten zien én we denken goed na over wie we bij elkaar in een hofje laten wonen. De bedoeling is dat mensen daar veel contact met elkaar krijgen.’’

Community building

Huurders in kwetsbare posities raken soms in een isolement en zijn de verbinding met hun omgeving kwijt. Hierin ziet Hazeu ook een belangrijke taak voor de corporatie: community building, zonder daarin de kar te trekken. Hazeu: ‘‘Wij denken te weten wat goed is, maar dat sluit vaak niet aan bij wat bewoners zelf belangrijk vinden. Het is de kunst om als vakmensen geen plan te hebben, maar uit oprechte interesse en nieuwsgierigheid te onderzoeken wat de behoeften zijn en vanuit daar iets te organiseren.’’

Soms uit zich dat in het ondersteunen van bewonersinitiatieven of het stimuleren van zelfbeheer onder bewoners. Breder haakt de corporatie ook aan bij integrale gebiedsontwikkelingen waarin ze samen met zorg en welzijn inventariseren hoe het met mensen gaat. ‘‘Het gesprek gaat bijvoorbeeld over wat mensen belangrijk vinden in het dagelijks leven en wat ze zelf kunnen betekenen voor de wijk. We kijken dan gezamenlijk hoe we die bewoners kunnen ondersteunen en initiatieven kunnen stimuleren.’’

Samenwerkend netwerk

Tot slot ziet Hazeu een belangrijke rol weggelegd voor de corporatie in het signaleren van problematiek en verbinden met andere organisaties. Hij ziet hierbinnen veel verbetermogelijkheden: ‘‘Ik denk dat we in Nederland veel te geïnstitutionaliseerd werken. Ik schik me soms te pletter als ik zie hoeveel organisaties er ‘s ochtends allemaal een flat binnengaan, het is zo versnipperd!’’ stelt Hazeu. Hij ziet geregeld dat professionals niet het mandaat hebben om echt te doen wat nodig is. ‘‘Ik denk dat we dat anders moeten organiseren op een manier waarop professionals in de wijk echt collega’s van elkaar zijn en samen een organisatie overstijgend doel hebben.’’ Hazeu denkt aan één buurtorganisatie waarin professionals vanuit verschillende organisaties gedetacheerd worden en de ruimte en het mandaat krijgen om oplossingen te creëren, zonder de kaders van de eigen organisatie. ‘‘Wonen, zorg en veiligheid werken samen in de wijk en voor de wijk.’’ Om daartoe nieuwe stappen te zetten zoekt Wonen Limburg in de samenwerking met gemeenten de breedte in de wijk op. Daarvoor is het een must dat de prestatieafspraken wonen niet alleen met de wethouder van wonen, maar samen met de wethouder die gaat over het sociaal domein tot stand komen. “En het zou mooi zijn als de grotere zorgpartijen in de nabije toekomst ook aan die tafel aanschuiven. Dan kunnen we in gezamenlijkheid echt meters gaan maken.”