Gemeenten, werp alvast een blik in de toekomst: de financiële effecten van de Omgevingswet

Verslag van de G40/G4-leerkring, 25 juni 2020

De invoering van de Omgevingswet heeft structurele gevolgen voor de financiële situatie van gemeenten. Bovendien betekent het uitstel van de invoering tot 2022 dat de transitiekosten hoger worden. Dit vraagt om financiële en beleidsmatige keuzes. Om gemeenten hierbij te ondersteunen heeft de VNG een model ontwikkeld dat als denkkader en werkwijze dient. Tijdens de G40/G4 leerkring Omgevingswet van 25 juni 2020 besteedden we aandacht aan de structurele langetermijneffecten van de invoering van de Omgevingswet. Gemeente Almere geeft een kijkje in de financiële gevolgen die zij in beeld hebben gebracht.

Financiële gevolgen op de korte termijn van de Omgevingswet

Het uitstel van de Omgevingswet betekent dat gemeenten een jaar langer hebben om zich voor te bereiden om het nieuwe stelsel. Maar het betekent ook een jaar langer transitiekosten en implementatieondersteuning. Annemieke van Brunschot (Programmamanager Omgevingswet bij de VNG) legt uit dat een jaar later inwerkingtreden ook betekent dat een jaar later pas de vruchten geplukt worden. Dit heeft gevolgen voor de begroting van gemeenten.

Aan de Slag met de Omgevingswet werkt aan een overzicht van de effecten van uitstel van de wet, waaronder de termijnen voor overgangsrecht, evaluatietermijnen, de relatie met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), de voortzetting van huidige voorzieningen en de financiële gevolgen. Daarnaast wordt er gewerkt aan een zogenaamd Integraal Financieel Beeld dat de financiële gevolgen van de Omgevingswet samenvat. Bij het maken van dit beeld worden ook de resultaten van het financieel dialoogmodel en structureel effectenmodel betrokken. Dit vormt de basis om, na de invoering van de Omgevingswet, te kunnen monitoren wat de structurele effecten zijn.

Complexe langetermijneffecten voor gemeenten

Naast de invoeringskosten van de Omgevingswet, brengt de wetswijziging ook structurele effecten met zich mee. Deze langetermijneffecten plaatsen gemeenten voor beleidsmatige keuzes, en de effecten daarvan op formatie en leges. Paul Huigens (coördinator financiën en structurele effecten bij VNG) presenteert een ontwikkelde aanpak met een denkkader en werkwijze die dienen als een hulpmiddel bij het maken van passende keuzes.

De workshop bestaat uit drie sessie met de onderdelen: begrijpen, beredeneren en berekenen. Aan de hand van input van de betreffende gemeente, wordt in de eerste sessie stilgestaan bij de ambities van de gemeente. Welke keuzes zijn al gemaakt? Vervolgens wordt in de tweede sessie aandacht besteed aan het verbinden van oorzaak- en gevolgrelaties. Door dit te visualiseren worden als snel de complexiteiten duidelijk. Met behulp van fiches wordt waardering gegeven aan zowel positieve effecten (bijvoorbeeld: gebruik van de omgevingstafel verbetert de kwaliteit van de leefomgeving) als negatieve effecten (zoals: het kost meer capaciteit). Hiermee wordt helder welke keuze welke gevolgen heeft voor de organisatie en voor de maatschappij. Ten slotte in de derde sessie, calculeert een rekenmodel wat de financiële gevolgen zijn van de effecten.

gevolgen-effecten-vng
Gevolgen en effecten van gemeentelijke keuzes grafisch weergegeven in het model van VNG tijdens een digitale vorm van de workshop.

Draaiknoppen voor het voorzien van de langetermijneffecten in Almere

De gemeente Almere heeft een onderzoek laten uitvoeren door Ecorys en Senze naar de financiële gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en Wet Kwaliteitsborging bij de afdeling Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Marc Schijff (projectleider implementatie OW en Wkb, gemeente Almere) legt uit dat door de komst van de Omgevingswet en de Wkb werkzaamheden veranderen en verschuiven. Dit heeft gevolgen voor de capaciteit en inkomsten van de afdeling VTH. Een belangrijk inzicht van het onderzoek is dat de kosten én personeelsuren door het gebruik van efficiëntere systemen naar verwachting zullen afnemen. Echter, de gemeente verwacht ook andere, nieuwe werkzaamheden te moeten gaan uitvoeren waar geen opbrengsten tegenover staan.

nieuw-stelsel
Waar in het huidige stelsel het zwaartepunt ligt bij de aanvraagfase, verschuift het in het nieuwe stelsel naar de voorbereidende- en gebruiksfase. Afbeelding gemeente Almere

Schokkend is het resultaat dat wijst op een daling in opbrengsten van circa 20 procent als gevolg van het wegvallen van taken bij Almere, zegt Schijff. “Dit zijn structurele gevolgen van de invoering van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging, die niet in lijn staan met het beeld dat het ministerie van BZK in het verleden heeft geschetst over toekomstige baten als gevolg van deze stelselwijziging.” Gemeenten hebben verschillende draaiknoppen om met deze structurele gevolgen om te gaan, schetst Schijff. Uit het onderzoek komt naar voren dat Almere twee beleidsmatige keuzes kan maken: financieel optimaliseren of de burger centraal stellen Als Almere kiest voor financieel optimaliseren dan heeft dit direct gevolgen voor de kwaliteit van de dienstverlening. En als Almere kiest voor de burger centraal, dan gaat de kwaliteit van de dienstverlening verder omhoog, maar de kosten navenant. Bestuurders staan voor een duivels dilemma: hoe kan de burger centraal komen te staan wanneer tegelijkertijd zaken sneller, inzichtelijker, eenvoudiger en goedkoper gemaakt moeten worden? Door gezamenlijk het gesprek te voeren met behulp van de geïdentificeerde draaiknoppen, kunnen financiële gevolgen gekoppeld worden aan beleidsmatige scenario’s. Dit ondersteunt de gemeente bij het maken van keuzes.

Presentaties