"Gemeenten moeten beseffen hoe belangrijk wooninitiatieven voor senioren zijn"

Interview met Peter Alders en Frank van der Voort

Steeds meer senioren wonen zelfstandig en de vergrijzing neemt toe. Er zal daarom komende jaren een grotere behoefte ontstaan aan nieuwe vormen van levensloopbestendig wonen, tussen de zelfstandige woning en het verpleeghuis in. Afgelopen jaren poppen mondjesmaat nieuwe vormen van wonen en zorg op. Het aanbod van woonvormen voor senioren blijft echter sterk achter bij de vraag. Het volume moet omhoog. Om die reden heeft het Rijk in april 2019 de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg in het leven geroepen. Wat houdt deze nieuwe regeling in? Peter Alders (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en Frank van der Voort (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) vertellen hier meer over.

“De gemiddelde tijd die het kost om een woonproject te ontwikkelen is zeven jaar. Met deze regeling willen we dit proces versnellen”, aldus Van der Voort. De verwachting is dat de regeling enthousiasme creëert en dat potentiële initiatiefnemers bij elkaar gaan zitten, een goed plan maken en de haalbaarheid toetsen. De regeling is specifiek bedoeld voor sociale ondernemers en burgerinitiatieven. “Zij zijn bij uitstek partijen die weten waar de behoefte ligt”, zegt Alders. ‘’Er zit bij veel initiatiefnemers een enorme drive achter om een woonvorm te ontwikkelen. Soms ook door ervaringen in de eigen omgeving.’’

Zorg voor elkaar

“Een belangrijke doelstelling is de vraag naar zorg uitstellen, door het laten samenwonen en zorgen voor elkaar. Hiermee wordt de sociale cohesie gestimuleerd”, aldus Alders. Van der Voort bezocht onlangs een woongroep voor senioren. “Bewoners hadden daar een zelfstandige ruimte, maar ook een groepsruimte waar zij elkaar kunnen opzoeken wanneer dit gewenst is. Bewoners vertelden me dat ze er gelukkiger zijn.” Alders vindt dit ook een belangrijk element: “Primair gaat het om goed wonen, maar er moet ook bereidwilligheid zijn om iets voor elkaar te doen. Dit voorkomt eenzaamheid, zorgt voor sociale cohesie en voor een gevoel van meer veiligheid.” De stip aan de horizon is een palet aan alternatieve woonvormen. Alders: “De wens van de mens is leidend. Ik verwacht een variatie aan woonvormen, omdat iedereen anders is en andere behoeften heeft.”

Geld en grond

Geclusterde woonvormen, het ombouwen van een leegstaande school, gestapeld wonen in de stad, het zijn allemaal voorbeelden van woonvariaties voor senioren. Maar vaak komt het niet gemakkelijk tot stand. Financiering is een veelgehoord knelpunt bij bewonersinitiatieven. “Het vraagstuk rondom financiering voor het opstarten en realiseren van een woonzorgvorm is een punt waar de rijksoverheid echt iets aan kan doen”, zegt Alders. Dit heeft geleid tot de recent gelanceerde Stimuleringsregeling Wonen en Zorg, ontwikkeld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Voorwaarde bij het ontvangen van subsidie is ‘grond’, oftewel: een beschikbare locatie voor de woonvorm. “De verantwoordelijkheid voor het beschikbaar stellen van de grond ligt bij de grondeigenaar, vaak is dat de gemeente. De gemeente dient ofwel een stuk grond voor het realiseren van de woonvorm beschikbaar te stellen of de intentie uit te spreken om op zoek te gaan naar een stuk grond, nadat er een gedegen projectplan ligt.” Gemeenten zijn dan ook een belangrijke partij die een initiatief mede mogelijk kunnen maken. Alders vindt dat gemeenten dit soort initiatieven meer als oplossing voor het woonprobleem van ouderen zouden moeten zien. “Daarnaast kan het de doorstroom bevorderen en ruimte creëren in het woonlandschap”, aldus Alders. Van der Voort haakt hierop in: ‘’Gemeenten moeten beseffen hoe belangrijk deze initiatieven zijn. De regeling kan zorgen voor oplossingen van het bredere woonprobleem. Nu blijven ouderen in hun ééngezinswoning wonen en kunnen starters vervolgens hier niet naar doorstromen. Met de ontwikkeling van wooninitiatieven voor ouderen komt er ruimte vrij bij ééngezinswoningen. Dus: stel proactief beleid op.’’.

Senioren met een kleine portemonnee

“Sinds de jaren 80 merk je dat de vraag naar verzorgingshuizen afneemt”, geeft Alders aan. “Tegelijkertijd krijgen we ook verschillende signalen van partijen zoals bewoners, woningcorporaties en gemeenten dat er een grote behoefte is aan een prettige woonplek voor senioren. De wachtlijsten bij bijvoorbeeld de Knarrenhof (wonen in hofjes, red.) laten dat ook zien. Het gaat eigenlijk om een vernieuwde vorm van geclusterd wonen. Mensen met een hoog inkomen regelen dit wel zelf, maar het aanbod voor mensen met een lager of middeninkomen komt veel minder makkelijk tot stand.” De stimuleringsregeling springt hier op in, omdat in de voorwaarden is opgenomen dat minimaal 25 procent van de wooneenheden onder de huurtoeslaggrens moet worden verhuurd óf worden verkocht beneden de grens van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).

Samenwerking met banken

De stimuleringsregeling biedt een oplossing voor het probleem rondom de financiering van initiatieven door burgerinitiatieven en sociaal ondernemers. Banken zijn een belangrijke partij binnen deze regeling. Om als initiatiefnemer gebruik te kunnen maken van de regeling moet voor de financiering worden samengewerkt met een bank. ‘’Banken zijn tegenwoordig goed uitgerust met teams die zich bezighouden met de financiering van wonen en zorg’’, aldus Van der Voort. De stimuleringsregeling staat tot op heden open voor de ABN AMRO-, Rabo-, ING- en de Triodosbank.

Ondersteuning voor initiatiefnemers

RVO.nl is de uitvoerende organisatie van de regeling. Van der Voort: “De ondersteuning vanuit RVO.nl bestaat uit verschillende onderdelen. De aanvragen van de initiatiefnemers worden ingediend bij RVO.nl, vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld. Voor de borgstelling of financiering dient de bank de aanvraag in bij RVO.nl. Ook kan RVO.nl benaderd worden voor vragen rondom de regeling.” Op de vraag of ze al vragen van geïnteresseerden hebben ontvangen, vertelt Van der Voort: “We worden regelmatig gebeld, ja. We merken wel dat de vragen meer vanuit de ‘zorg-invalshoek’ komen en minder uit ‘wonen’, terwijl de regeling is opgesteld met de nadruk op wonen. Belangrijk is dat met geclusterde levensloopbestendige woonvormen zorg juist zoveel mogelijk wordt voorkomen of uitgesteld.”

Tips

Welke tips hebben Van der Voort en Alders tot slot voor potentiële initiatiefnemers? Van der Voort: “Meestal neemt iemand maar één keer in zijn leven het besluit initiatiefnemer te worden van zo’n groot project. Belangrijk is om de geschikte mensen en kennis bij elkaar te brengen, zodat initiatiefnemers niet zelf het wiel hoeven uit te vinden. Ook is het belangrijk ‘in beweging te blijven’, bijvoorbeeld door duidelijke afspraken te maken en tweewekelijks bij elkaar te komen om de stand van zaken door te spreken." De tip van Van der Voort is om structurele afspraken en overlegmomenten in te plannen, ook in periodes waarin de urgentie niet hoog lijkt. Alders vult aan: “Mijn tip voor initiatiefnemers is in contact te treden met een procesbegeleider en een kennispartij. Maak ook gebruik van ervaringen van anderen.” Platform31 draagt hier de komende jaren aan bij door het delen van ervaringen van initiatiefnemers, best practices én kennis in het project Woonvarianten voor senioren.

De Stimuleringsregeling Wonen en Zorg

De regeling bestaat uit drie onderdelen:

  • initiatieffase: in deze fase onderzoekt en toetst u de haalbaarheid van het initiatief. De Staat verstrekt een subsidie voor de initiatieffase van het woonzorgarrangement. Het maximale subsidiebedrag per plan is € 20.000. Kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn 50% van de kosten van een procesbegeleider voor het onderzoek naar de haalbaarheid van het woonzorgarrangement (project).
  • planontwikkelfase: de periode waarin u het projectplan voor een woonzorgarrangement ontwikkelt en de bouw voorbereidt. De Staat stelt zich voor 90% borg voor de lening die een aangesloten bank verstrekt in deze fase. Per plan is de borging maximaal € 180.000 (90% van € 200.000).
  • bouw/nafinancieringsfase: de periode waarin u het woonzorgarrangement realiseert en aansluitend (ver)huurt of (ver)koopt. De Staat stelt zich borg voor een achtergestelde lening van maximaal 15% van de stichtings- of verwervingskosten bij deze fase. Per plan is de borging maximaal € 1.600.000 (80% van € 2.000.000).

Meer informatie over de Stimuleringsregeling Wonen en Zorg.