Gemeenten bereiden zich voor op aansluiting digitaal stelsel

Verslag van de G40-leerkring Omgevingswet – 15 februari 2018

Gemeenten moeten nog flink aan de slag voordat zij in 2021 klaar zijn om aan te sluiten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Langzaam wordt duidelijk welke onderdelen van het DSO als landelijke voorziening worden opgeleverd door het Rijk, en voor welke onderdelen gemeenten zelf verantwoordelijk zijn. Binnen de G40 zoeken gemeenten naar mogelijkheden om samen op te trekken en zo de taken te verdelen.

Het DSO is een van de meest complexe onderdelen van de invoering van de Omgevingswet. In gemeenten heerst dan ook de nodige zorg over vragen als: wat moeten we allemaal in orde maken en aanleveren om te kunnen aansluiten op het landelijke stelsel? Wat regelt het rijk en wat moeten we zelf doen? Hoeveel tijd en geld zijn we daaraan kwijt? En zijn we wel op tijd klaar als op 1 januari 2021 de knop naar het nieuwe stelsel wordt omgezet?

DSO, dat zit zo

Alle digitale informatie over de fysieke leefomgeving is straks op één plek te vinden: in het nieuwe Omgevingsloket. Via dit loket kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden snel zien welke regels gelden in de leefomgeving en welke ontwikkelingen zijn toegestaan.

Meer informatie:

Eén onduidelijkheid is inmiddels de wereld uit: de begripsverwarring rond het DSO. Het DSO-stelsel is niet hetzelfde als de landelijke voorziening die nu wordt gebouwd (het DSO-LV). Het DSO-LV is slechts een onderdeel van het totale stelsel. Het DSO-stelsel is het geheel aan digitale voorzieningen dat de uitwisseling tussen initiatiefnemers en overheid en tussen overheden onderling moet ondersteunen. Dat bestaat naast de landelijke voorziening uit de onderdelen die gemeenten, provincies en waterschappen zelf moeten maken en vullen. Zoals technische aansluitingen, aangepaste (plan)software en de content: omgevingsvisie, omgevingsplan, omgevingsverordening.

Basisniveau DSO-LV

Het kernonderdeel van de landelijke voorziening, die in opdracht en voor rekening van het rijk wordt ontwikkeld, is het digitale omgevingsloket (één loket). Alle informatie over de leefomgeving is via dat loket te benaderen, zowel voor overheden als voor burgers en bedrijven. Zij kunnen daar ook hun idee toetsen of aanvraag indienen. Het basisniveau van het DSO-LV bevat daarnaast in elk geval de volgende onderdelen: standaarden voor omgevingsdocumenten, een stelselcatalogus (zodat iedereen dezelfde taal spreekt) en informatieproducten. (zie hieronder)

Andere thema’s waar het team voor de landelijke voorziening zich over buigt, zijn dienstverlening en samenwerking. De dienstverlening voor gebruikers moet op tenminste hetzelfde niveau blijven. Een interbestuurlijke werkgroep is hiermee aan de slag en zet in op een stijgende lijn voor de dienstverlening.

Het is de bedoeling dat het technische deel van het basis-DSO-LV in juli 2019 compleet is opgeleverd. Gemeenten kunnen in de ontwikkelfase al gaan oefenen met de onderdelen die stapsgewijs beschikbaar worden gesteld.

Hulp van gebruikers gevraagd

Ko Mies is vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten betrokken bij de Taskforce die zich buigt over de complexiteitsreductie: de opdracht om het stelsel dat nu wordt ontwikkeld minder complex te maken en de inbreng van gebruikers te vergroten. Hij benadrukt dat het ambitieniveau van het DSO overeind blijft. “We gaan geen onderdelen overslaan of eruit halen, maar zullen wel temporiseren.”

Omgevingsvisie en omgevingsvergunning

Op advies van de DSO-LV-bouwers is onlangs besloten dat ook de omgevingsvisie de status van omgevingsdocument krijgt. Verder wordt extra prioriteit gegeven aan de standaard voor de omgevingsvergunning; daar willen decentrale overheden al snel mee aan de slag kunnen gaan.

De inbreng van gebruikers – waaronder hoofdzakelijk gemeenten – wordt zoveel mogelijk benut voor het bouwen van het DSO-stelsel. Marjolein Bryant en Wimfred Grashoff zijn vanuit de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de contactpersonen voor gemeenten die willen meedenken. Hun inbreng kan plaatsvinden op bestuurlijk niveau (richting geven) en/of ambtelijk niveau (inhoudelijke toetsing/uitwerking). Deelnemers aan de themagroepen kunnen zelf aangeven hoe intensief ze bij de ontwikkeling betrokken willen zijn: van mee-ontwikkelen, tot meedenken of enkel geïnformeerd worden.

Informatieproducten

Inbreng van gebruikers is uitdrukkelijk gevraagd bij de ontwikkeling van informatieproducten. Informatieproducten zijn er in allerlei verschijningsvormen. Het kunnen handleidingen zijn, of datasets die standaard informatie tonen, zoals een monumentenregister, vertelt Marcel Boons, coördinator Informatiehuizen bij VNG Realisatie. Maar het kunnen ook producten zijn die toegespitste informatie geven aan een gebruiker, bijvoorbeeld over een specifieke locatie. Een derde categorie zijn de vraag-en-antwoordinformatieproducten, waarmee gebruikers via een beslisboom digitaal antwoord krijgen op hun vragen, zodat bijvoorbeeld een initiatiefnemer die wil slopen op bouwen gelijk ziet of hij met een monument woont te maken heeft.

Boons gaat met gebruikers de eerste informatieproducten testen en beoordelen. Daarnaast formuleert hij dit jaar de toekomstige sets van informatieproducten. Voor beide onderdelen zijn deskundigen welkom die vanuit gemeenten hierover willen meedenken.

Checklist en handreiking al beschikbaar

Vanuit VNG Realisatie zijn inmiddels drie informatieproducten beschikbaar voor gebruikers, zegt Bas Hoondert, projectmanager van het team dat zich hiermee bezighoudt. Dat zijn de checklist informatievoorziening, handreiking en GEMMA doelarchitectuur (via onderstaande links te vinden). De checklist vinkt af welke onderwerpen relevant zijn voor Omgevingswet, gemeenten kunnen aan de hand daarvan bepalen waarmee ze aan de slag moeten. “Voor die onderwerpen is het goed om in kaart te brengen welke processen de Omgevingswet vraagt, de dienstverlening die daaruit voortvloeit en wat de stand van zaken is rond zaakgericht werken.”

Als voorbeeld noemt hij dat elke gemeente in 2021 een vergunningenapplicatie moet hebben die aansluit op het DSO. “Heb je een leverancier die zich daarop voorbereidt, dan is het wachten tot de stekker erin kan worden gestoken. Zo niet, dan is er werk aan de winkel.” Overigens zegt Hoondert dat de VNG erop aanstuurt dat de grote leveranciers op tijd klaar zijn. De VNG dringt erop aan dat de standaarden op 1 juli definitief bekend zijn, zodat de leveranciers aan de slag kunnen gaan en er voldoende tijd is voor praktijkproeven.

Waar blijven de oude bestemmingsplannen?

Oude bestemmingsplannen blijven tot 2029 gewoon inzichtelijk via ruimtelijkeplannen.nl. Tot 1-1-2021 mogen plannen volgens de huidige regels worden gepubliceerd, daarna moeten ze aan de nieuwe standaarden voldoen en via het DSO worden ingediend.

Hoondert adviseert gemeenten nu al aan de slag te gaan met een grote verandering die straks in het omgevingsplan zit: object- en activiteitgericht schrijven. Gemeente Leiden is daarmee een proef begonnen en merkt dat het nog een hele uitdaging is om juridische tekst te vertalen naar het B1-niveau dat nodig is voor dienstverlening aan burgers. Juristen zullen daar de komende jaren nog veel werk aan hebben, voorspelt hij.

Meer informatie

Handige documenten van de VNG zijn:

Links naar de presentaties van de vier sprekers: