G4-steden met elkaar om tafel over besluitvorming in transitie naar aardgasvrije wijken

De transitie naar aardgasvrije wijken zal in de komende jaren ook in de G4-steden moeten plaatsvinden. Met de mate van grootstedelijkheid neemt de complexiteit van de opgave echter toe. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn volop bezig met het maken van plannen in afstemming met netbeheerders, woningcorporaties, energiecoöperaties en bewoners. Onder begeleiding van TNO en Platform31 zoeken ze elkaar op in de Community of Practice om uitdagingen rondom besluitvormingsprocessen met elkaar te bespreken. De gemeenten Utrecht en Amsterdam komen bij deze eerste bijeenkomst aan het woord.

Transitieaanpak voor Overvecht-Noord in Utrecht

Fred Jonker, senior projectmanager Energie bij de gemeente Utrecht trapt af met een pitch over de transitieaanpak voor de wijk Overvecht-Noord. Met deze wijk is de gemeente samen met netbeheerder Stedin, de corporaties, bewonerscoöperatie Energie-U en warmtebedrijf Eneco begonnen vanwege het hoge corporatiebezit, het oude gasnet onder de grond en de aandacht die de wijk nodig heeft op het gebied van gezondheid en veiligheid. Hierdoor ontstaan logische koppelkansen om met bewoners en partijen niet alleen na te denken over warmte maar ook over het welzijn in de wijk. De gemeente startte samen met de partijen de transitie met een brief aan bewoners en is nu, een half jaar later, volop bezig met het ‘maatschappelijke spoor’. Een klankbordgroep met 40 mensen uit de wijk, informatiebijeenkomsten, een voorbeeldwoning met duurzaamheidsoplossingen en onderzoek onder bewoners door studenten van de Universiteit Utrecht dragen bij aan hun analyse van de wijk. Een kritische vraag die de gemeente zichzelf daarbij stelt is welke doelgroepen ze ondanks deze acties niet weet te bereiken. Naast het maatschappelijke spoor loopt ook een economisch-technisch spoor, waarin de gemeente met de netbeheerder en woningcorporaties nagaat welke warmtealternatieven mogelijk zijn in de wijk en bovendien of deze een sluitende businesscase opleveren. Na de analysefase volgt de fase van afwegen en uiteindelijk het definitieve besluit. “Bij iedere stap denken we na over de rol van de gemeenteraad”, legt manager Energietransitie Anne-Jo Visser uit. “Al is het ook voor de raad nog zoeken waar die besluiten straks over moeten gaan, in de huidige afwezigheid van een duidelijk juridisch kader.” De juridische verankering die onder andere binnen de Omgevingswet moet plaatsvinden, laat nog op zich wachten.

Procesaanpak voor 20 wijken in Amsterdam

De gemeente Amsterdam neemt het stokje over en gooit het over een andere boeg. Wybo Jurgens, projectmanager aardgasvrije wijken, vertelt over de procesaanpak waarvoor de gemeente al doende heeft gekozen. Aan de start van deze procesaanpak staan drie actuele ontwikkelingen: de afspraak tussen gemeente en corporaties over de eerste 10.000 woningen die op korte termijn van het aardgas afgaan; de Citydeal ‘aardgasvrij Amsterdam’ die 2,5 jaar geleden is ontstaan tussen publieke en private partijen, waaronder de gemeente, Vattenfall-Nuon, Alliander en grote corporaties; en de politieke beleidsnota van de gemeente om in 2040 van het gas af te zijn. Amsterdam werkt in 20 wijken aan de hand van een buurtgerichte aanpak en legt hierbij de nadruk op leren binnen het proces. De gemeente heeft ruim de tijd genomen voor het opstellen van de procesbeschrijving ‘Wijk aardgasvrij maken’. Hierbij stelde ze voorop dat alle partijen een gezamenlijke taal hanteren en op de hoogte zijn van elkaars stappen. Jurgens: “Bij alle partijen is gevraagd hoe hun besluitvormingsproces eruit ziet, welke stappen ze nemen, wanneer iets een ‘initiatief’ heet, wanneer iets een ‘verkenning’ heet, wat de term ‘besluitvorming’ betekent en wat er nodig is om tot een volgende stap te komen.” Pas na deze ‘externe’ verkenning is de gemeente met het verhaal bij de eigen gemeentelijke diensten langsgegaan. Opvallend in deze procesaanpak is dat de stuurgroep van de Citydeal toeziet op de start binnen een wijk, terwijl de gemeenteraad juist regelmatig bijeenkomsten met de technische commissie organiseert. Marktpartijen worden door de woningcorporaties gevraagd offertes te maken die aan criteria van onder andere betaalbaarheid moeten voldoen. Corporaties vragen op hun beurt de eigen huurders vervolgens om mee te gaan. Een duidelijk contrast met de aanpak in Utrecht.

Rol en positie van de gemeente

Een onderwerp dat leeft bij de deelnemers van alle vier gemeenten is de rol en positie van de gemeente in deze transitie: sta je als regievoerende partij ‘boven de stakeholders’ of kies je bewust voor een positie die gelijkwaardig is aan die van de andere stakeholders en laat je de regie door een derde partij uitvoeren? Pak je deze rol voor elke wijk, of kunnen hierin verschillen zijn? Kun je als gemeente regisseur en uitvoerder tegelijk zijn en zo ja, welke voor- en nadelen zijn hier dan aan verbonden? Wat is de rol van medeoverheden en koepelorganisaties als VNG en Aedes in het proces? Hoe hou je in een samenwerking met publieke en private partijen voldoende aandacht voor publieke belangen in je afwegingen? Hoe neem je de gemeenteraad mee in het proces? En hoe ga je als gemeente om met grote stakeholders die een monopoliepositie hebben in je gemeente?

Deze eerste bijeenkomst stond in het teken van het ophalen van kennis- en praktijkvragen over besluitvorming. In juli gaan de steden weer met elkaar om tafel over energietechnologieën en na de zomer volgt een sessie over juridische vraagstukken rondom warmtenetten. Tegelijkertijd gaan TNO en Platform31 de komende maanden aan de slag met inhoudelijke analyses van de besluitvormingsprocessen in diverse wijken uit de G4-steden. Benieuwd naar de kennis die wordt opgedaan in dit traject? De komende maanden zullen we dit breed delen via de kanalen van TNO en Platform31.