Friendswonen, een goed alternatief voor jongeren uit de opvang

Interview met gemeente Leiderdorp, corporatie Rijnhart Wonen en opvangorganisatie De Binnenvest

De meeste uitstromers uit beschermd wonen en maatschappelijke opvang willen graag in een eigen woning wonen. Maar dat geldt niet voor iedereen. Sommigen hebben baat bij samenwonen, omdat het gezellig is of omdat je van elkaar kunt leren en elkaar kunt ondersteunen. In de gemeente Leiderdorp konden drie jongeren eind 2019 – dankzij de pilot friendswoning – de opvang verlaten en samen een eengezinswoning betrekken. We spraken met Marja van Bruggen (gemeente Leiderdorp), Mandy van der Moolen-Dörr (corporatie Rijnhart Wonen) en Robert Borsje (opvangorganisatie De Binnenvest) over het behaalde succes.

“In Leiderdorp zijn er weinig betaalbare woningen beschikbaar voor jongeren en voor sommige jongeren, met name de jonge leeftijdsgroep, is het direct zelfstandig gaan wonen, bijvoorbeeld na een verblijf in de jeugdzorg, een flinke stap”, aldus Marja van Bruggen. “Voor deze groep zoeken we alternatieven. Eengezinswoningen hebben we wel in de regio. We vonden het interessant om te onderzoeken of we deze als tussenvoorziening kunnen benutten voor kwetsbare jongeren uit bijvoorbeeld de opvang. Het idee was dat enkele jongeren in zo’n woning kunnen samenwonen en elkaar kunnen ondersteunen bij hun herstel.”

Reguliere werkwijzen passeren

“Vanaf de start hadden we commitment van onze bestuurders en overeenstemming over wat we wilden bereiken. Maar het uitwerken bleek in de praktijk nog niet zo makkelijk. We zijn alle drie intern verschillende hobbels tegengekomen”, aldus Robert Borsje. “We wilden slagvaardig zijn en gingen soms om bestaande procedures heen. Zo wilden we bijvoorbeeld drie jongeren selecteren die bij elkaar passen. Maar bij de Binnenvest plaatsen we mensen volgens een bepaalde volgorde. Met goede bedoelingen gingen we om die reguliere werkwijze heen, en werden daarbij door collega’s op de vingers getikt. De boel is nu wel opgeschud. Binnen alle drie de organisaties hebben collega’s ervaren dat dingen ook anders en soms ook sneller kunnen.”

Werken aan nieuwe processen

Mandy van der Moolen-Dörr vertelt: “Voor ons was het redelijk nieuw. Bij Rijnhart Wonen komt huisvesting van mensen uit de opvang maar beperkt voor. Maar door de doordecentralisatie van de maatschappelijke opvang gaat dit in de toekomst vaker voorkomen. Dankzij de pilot hebben we nu een procesbeschrijving waardoor we bij nieuwe projecten dit soort constructies makkelijker kunnen regelen. De selectie van de woning, het verbouwen ervan en het huurcontract dat we hebben gebruikt… Met deze pilot hebben we het wiel uitgevonden voor volgende woningen met de combinatie wonen en zorg en zijn verschillende afdelingen binnen onze organisatie hier nu bij betrokken geraakt en er enthousiast over.”

Doel voor ogen houden

Ondanks al het enthousiasme is een volgend project nog geen gelopen race. “Regionaal is de doelstelling normaliseren: wat via de reguliere weg kan, ook zo organiseren. Vanuit de gemeente hadden we in eerste instantie de voorkeur om de jongeren zelf een kamer laten huren, maar daarin liepen we helemaal vast”, vertelt Van Bruggen. “Een van de belemmeringen was het bestemmingsplan. De jongeren voldoen samen niet aan de definitie van een huishouden, zoals dat beschreven is in het bestemmingsplan, en kunnen dus niet als huishouden samenwonen in de woning. Kamergewijze verhuur kan ook niet; dit wordt door de gemeente ontmoedigd en kan in het bestemmingsplan niet worden geregeld voor specifieke doelgroepen. Om toch de jongeren die wij wilden in de woning te kunnen laten wonen, zijn we uiteindelijk gegaan voor intermediaire verhuur. Dan huurt de zorgorganisatie de woning en verhuurt deze onder aan de jongeren.”

Aandacht voor de direct omwonenden

In het voortraject is niet alleen aandacht geweest voor de eigen organisaties (red. gemeente, corporatie en zorgorganisatie), maar ook voor de direct omwonenden.” Van Bruggen: “Een geslaagde pilot valt of staat met een zachte landing in de buurt. Het ging in deze pilot om drie jongeren, alle drie zonder complexe problematiek. We besloten daarom de communicatie zo gewoon mogelijk te laten verlopen en het communicatietraject samen met de jongeren vorm te geven. We spraken met de directe buren en stuurden andere buurtbewoners een brief. Op initiatief van de jongeren was daar een uitnodiging om op de koffie te komen, in opgenomen. Daar zijn veel buren op afgekomen. Het was een warm onthaal door de buurt.”

Verdeling van kosten

De kosten van de pilot zijn bekostigd vanuit het regionale innovatie fonds voor maatschappelijke zorg. Van Bruggen: “Dankzij de pilot hebben we beter zicht op wat de kosten zijn van het opzetten van een dergelijk project. Nu kunnen we keuzes maken. We hebben deze keer de gemeenschappelijke ruimtes voorzien van wandafwerking, gordijnen en bijvoorbeeld een wasmachine. Misschien doen we dat een volgende keer niet. We moeten kijken welk aandeel de verschillende partijen mee kunnen nemen in hun begroting.” Van der Moolen vult aan: “Als je dit met z’n drieën wilt doen, dan moet je met z’n drieën betalen. Ik heb gepleit om ook intern voor dit soort projecten budget te gaan begroten. Je moet de ruimte hebben om soms een andere invulling aan een project geven.”

Concept voor de toekomst

De pilot heeft een looptijd van twee jaar. Borsje: “We weten nog niet hoe de pilot zal aflopen, maar hebben nu positieve ervaringen. Het lijkt me een logische stap om de samenwerking voort te zetten en een volgende woning te realiseren. Of het altijd voor jongeren moet zijn weet ik niet. Vanuit de opvang is er bijvoorbeeld ook behoefte aan samenwoonvormen voor vrouwen. Dat is de moeite waard om te onderzoeken. In feite kan friendswonen voor iedere doelgroep. Het is een concept waarin mensen met een vergelijkbare situatie samen een onderdeel van de buurt zijn.”

Handreiking en tips van de geïnterviewden

De friendswoning is één van de projecten uit de regionale Uitvoeringsagenda Maatschappelijke Zorg uit de Leidse regio, waar de gemeente Leiderdorp onder valt. In de regio is afgesproken dat via proefprojecten een aanpak wordt uitgeprobeerd, om te kijken wat wel of niet werkt. Zo kan er geleerd worden van de knelpunten en goede praktijken worden uitgebreid. In dit kader voerden de samenwerkende partijen in 2020 een tussenevaluatie uit. De uitkomsten staan beschreven in een publicatie (Pdf) die door andere gemeenten als handleiding kan worden gebruikt wanneer zij voor specifieke groepen een friendswoning gaan realiseren.

  • Borsje: “We hadden geen duidelijk projectplan vooraf gemaakt. Dat zou je wel moeten doen. Wij gingen gewoon aan de slag. Dat heeft onze samenwerking versterkt doordat we samen hobbels hebben weggehaald. Als je begint met trajecten vaststellen, vergaderingen vaststellen, dan kan je daarin ook verzanden.”
  • Van Bruggen: “Bespreek dingen met elkaar als je iets niet begrijpt. Als je bereid bent om van elkaar te leren en hoe dat intern bij elkaar gaat is dat heel waardevol. Hou het doel voor ogen dan kan je alle hobbels nemen.”
  • Van der Moolen: “Het laagdrempelige contact was heel positief. Dat heb je niet bij iedere samenwerkingspartner. We wisten elkaar makkelijk en snel te vinden en voelden ons alle drie erg betrokken. Voor mijzelf was het ook erg positief dat ik de ruimte kreeg binnen mijn eigen organisatie. Zo lang je weet dat je bestuurder erachter staat dan voel je de ruimte om er een succes van te maken.”