Er samen méér van maken

Portret van een verbinder in de gebiedsgerichte aanpak: Evelien van Rijswijk-Hendriks

Een gebiedsgerichte aanpak vraagt om integraal samenwerken: gemeenten, maatschappelijke organisaties en bewoners slaan de handen ineen om de wijk en de leefsituatie van hun bewoners te verbeteren. Om dit te bewerkstelligen, zijn er binnen gemeenten ‘verbindingsofficieren’ nodig. Platform31 brengt deze verbinders in beeld in een reeks portretten. Wie zijn deze verbinders, en wat zijn hun kwaliteiten? Voor dit portret spraken we met Evelien van Rijswijk-Hendriks, programmamanager Nieuwstraatkwartier bij de gemeente Almelo.

Wie is Evelien van Rijswijk-Hendriks?
Evelien van Rijswijk-Hendriks had er al zo’n 25 jaar in verschillende functies – onderzoeker, stadsdeelcoördinator, teammanager Burgerzaken – bij de gemeente Almelo op zitten, toen ze in 2017 begon als programmamanager van de aanpak van het Nieuwstraatkwartier. Daarmee ging ze de uitdaging aan om de Almelose wijk naar een hoger plan te tillen. In diezelfde tijd startte de gemeente met een nieuwe, programmatische manier van werken, waarvan het gebiedsprogramma Nieuwstraatkwartier een eerste experiment werd. Evelien: “Ik dacht: dat past wel bij mij; én bezig zijn met de inhoud van de vraagstukken in de wijk én een beetje pionieren.”

Evelien van Rijswijk-Hendriks (midden)
Evelien van Rijswijk-Hendriks (midden)

Sociale winst door fysiek ingrijpen

Als programmamanager is Evelien verantwoordelijk voor het programma Nieuwstraatkwartier. Toen ze in 2017 begon, was de wijk in meerdere opzichten toe aan een upgrade: “Er was fysieke verbetering nodig, maar het ging ook om herstel van het onderling vertrouwen, de sociale cohesie. We wilden dat bewoners weer echt eigenaarschap en betrokkenheid bij de wijk gingen voelen.” Evelien zag vrijwel direct kansen om deze opgaven niet apart, maar samen aan te pakken. Bijvoorbeeld door bewoners te betrekken bij fysieke projecten: “Een fysiek project kan je heel goed gebruiken om te werken aan de sociale kant door bewoners te betrekken. Die tactiek gebruik ik vaker.” Dat deed ze ook bij de vernieuwing van de Nieuwstraat – een van de eerste fysieke projecten in de wijk. Evelien betrok daar actief bewoners bij: “Ik heb toen een bewonersavond georganiseerd en gezegd: ‘Als je wilt, kun je invloed hebben op de straat.’ Bewoners hebben toen inderdaad meebeslist over bijvoorbeeld de kleur van de nieuwe stoeptegels en het type beplanting. Dat levert dan ook op dat bewoners meer onderling contact hebben. Ze wisselen bijvoorbeeld meteen ook even de laatste nieuwtjes uit de buurt uit.”

Waar zit het probleem van die ander precies?

Met het vragen naar en ‘iets doen met’ de wensen van bewoners komt vaak ook het betrekken en overtuigen van collega-ambtenaren. Zo wilden bewoners in het Nieuwstraat-project graag dat de straat een 30-kilometerweg zou worden. Toen Evelien dit voorlegde aan een collega, was die niet direct enthousiast: “De afdeling Verkeer was niet blij, want de weg is een ontsluitingsweg voor hulpdiensten. Met de sectie Verkeer en Hulpdiensten ben ik toen ook gaan overleggen. In zo’n overleg probeer ik vooral te begrijpen waar iemands probleem nou precies zit, om daarna na te denken over een oplossing. Uiteindelijk konden we het met een paar aanpassingen wel doen.” Zo probeert Evelien het eigenlijk altijd aan te pakken als ze collega’s ‘aan boord’ moet krijgen: respectvol in overleg gaan en goed luisteren, om erachter te komen waar het bezwaar van de ander zit (en dat oplossen of zelf water bij de wijn doen). Belangrijk daarbij vindt ze het zoeken naar een gezamenlijk doel: “Ik probeer altijd te zoeken naar een gezamenlijk doel. Want: op dat gezamenlijke doel kun je de verbinding maken en samen tot goede resultaten komen.”

Uitleggen en begrip creëren

Tijdens deze fase van overleg met collega’s is het ook belangrijk om in contact te blijven met bewoners, vertelt Evelien. In dat contact is ze vooral bezig met uitleggen en begrip creëren. Dat deed ze ook in het proces rondom de vraag om een 30-kilometerweg: “Ik ging dan ook terug naar bewoners om de bezwaren uit te leggen, ook door te zeggen: ‘Jij wilt ook graag geholpen worden door de hulpdiensten als je dat nodig hebt.’ Door dat uit te leggen en heel concreet te maken, creëer je begrip van bewoners voor de gemeente.” Verder moet je vooraf geen dingen beloven, stelt Evelien: “Ik heb wel altijd gezegd tegen bewoners: ‘Ik ga mijn best doen.’ Je moet geen dingen beloven als je niet weet hoe er intern op gereageerd gaat worden.”

Stuurgroep

Andere belangrijke interne reacties op Eveliens plannen voor het Nieuwstraatkwartier zijn die van bestuursleden. Het gebiedsprogramma valt onder de burgemeester, die ook haar bestuurlijk opdrachtgever is. Dat is hij op haar verzoek: “Je moet zelf ook een beetje initiatief nemen.” Met hem heeft ze structureel overleg in een stuurgroep, waar ook twee wethouders onderdeel van zijn. Dat vindt ze een prettige manier van samenwerken: “Daar kan ik bepaalde ideeën en plannen in alle openheid van een stuurgroep voorleggen en de bestuurlijke reactie alvast horen, voordat het naar het college gaat.”

“Welke kansen zie je?”

Fysieke projecten ziet Evelien niet alleen als kans voor meer bewonersbetrokkenheid, maar ook voor veel andere doelen. Dat is iets waar Evelien alert op is: “Voortdurend denk ik: we gaan nu op deze plek aan de slag, wat we kunnen we nog meer? Welke andere doelen kunnen we er verder nog in kwijt?” Die vragen stelde ze zichzelf (en haar collega’s) ook toen de woningcorporatie besloot tot sloop van woningen aan twee straten in de wijk. Hierover zegt Evelien: “Er lag inmiddels wel een plan voor na de sloop, maar ik had het idee dat er meer mogelijk moest zijn. Toen heb ik een kansensessie georganiseerd, met de woningcorporatie en collega’s vanuit alle disciplines. Hen heb ik gevraagd: als je de beperkingen even vergeet, welke kansen zie je voor dit gebied? Wat zou je echt met elkaar willen?” Tijdens die bijeenkomst ontstond een plan voor een klimaatadaptieve, groene straat met aardgasvrije woningen. Vooral dat laatste maakt Evelien trots: “Dat zijn de eerste aardgasvrije woningen in het Nieuwstraatkwartier, hoe mooi is dat? Dat doet ook iets met de trots van bewoners, dat zij daar onderdeel van gaan zijn.”

Heel Almelo moet profiteren

Van bijvoorbeeld de duurzaamheidslessen uit dit soort projecten moet heel Almelo profiteren, vindt Evelien. Daarom nam ze het initiatief tot een vast overleg met haar collega van het programma Duurzaamheid. Maar: al dat verbinden kent ook grenzen, merkt Evelien op: “Er zitten ook beperkingen aan wat je allemaal moet verbinden; je moet ook wat bereiken, anders raak je je bewoners weer kwijt. Dat is het spel waar je constant in zit.”

Definitieverwarring

In dat ‘spel’ werkt Evelien veel samen met collega’s in multidisciplinaire teams. Dat samenwerken over disciplinegrenzen heen is soms lastig. Evelien: “Ambtenaren uit het sociaal domein spreken een hele andere taal dan ambtenaren uit het fysiek domein. Je krijgt al snel definitieverwarring.” Bij die verwarring stond Evelien vooral in de eerste overleggen expliciet stil: “Hoe kun je elkaar meenemen in de verschillende projecten? Ik heb daar echt aandacht voor gehad.” Zo hield ze tijdens overleggen altijd goed in de gaten of iedereen elkaar nog leek te volgen en greep ze in als dat niet zo was: “Als het dan moeilijk te volgen was, riep ik gewoon: ‘Ik snap het niet meer, hoor!’ Dan verlaag je de drempel voor anderen om dat ook te zeggen.”

‘Er samen meer van maken’ en ‘elkaar half staan’

Bij een goede samenwerking gaat het Evelien niet alleen om het begrijpen van elkaars activiteiten: “Het gaat erom dat we er samen meer van maken. Dat heb ik aan het begin ook aan iedereen gevraagd: ‘Willen we er samen meer van maken?’” In het licht van het gezamenlijke doel moeten organisatiegrenzen daarbij wat Evelien betreft wegvallen. Daarvoor is het werken aan de relatie met andere organisaties volgens haar cruciaal, wat betekent dat je soms wat meer doet dan strikt noodzakelijk. Als voorbeeld noemt ze een kleine bijdrage die ze onlangs deed aan een project van de woningcorporatie: “Zo van: jij betaalt er één en ik betaal er één. Dat doet wat in de samenwerking, dat versterkt je relatie. Ik ga heel gauw op die relatie zitten.” En een goede samenwerking en relatie is onmisbaar, vindt Evelien: “Dat is zó belangrijk: dat je het samen doet, samen blij bent als iets is gelukt. En ook dat je wat voor elkaar overhebt. Of zoals wij in Twente zeggen: dat je elkaar half staat.”

Portrettenreeks 'Verbinders in gebiedsgerichte aanpak'

In een gebiedsgerichte aanpak worden meerdere opgaven in het betreffende gebied in samenhang aangepakt. Daarbij werken alle belanghebbende partijen integraal samen: de gemeente, maatschappelijke organisaties en bewoners om de leefsituatie van de wijk en hun bewoners te verbeteren. Deze manier van gebiedsgericht werken betekent voortdurend verbindingen leggen, onderhouden en benutten. Platform31 brengt deze verbinders in beeld in een reeks portretten. Wie zijn deze verbinders, en wat zijn hun kwaliteiten? Hoe dragen zij bij aan samenhang tussen diverse thema’s en gemeentemedewerkers in een gebiedsgerichte aanpak? En hoe kunnen gemeenten ervoor zorgen dat ze hun (verbindende) werkzaamheden optimaal kunnen uitvoeren?

De portretten publiceren we wekelijks op platform31.nl. Daarna bundelen we de reeks in een magazine waarin we inzicht geven in wie de verbinders in de gebiedsgerichte aanpak (kunnen) zijn, hoe zij te werk gaan en wat daarbij helpende en belemmerende factoren in de werkomgeving zijn. We formuleren een aantal aanbevelingen die beslissers en beleidsmakers in de gebiedsgerichte aanpak kunnen helpen in het vinden en zo goed mogelijk ondersteunen van effectieve verbinders.