Een veilig woongevoel is niet vanzelfsprekend

Interview met Koj Koning van Woonbedrijf

Net als bij andere corporaties merkten medewerkers van woningcorporatie Woonbedrijf (Eindhoven) dat de afgelopen jaren het aantal mensen met een zorgvraag in de wijk is toegenomen. Een deel van deze mensen veroorzaakt soms overlast als gevolg van hun aandoening en ook kunnen ze een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. “Woonbedrijf komt dan in actie”, vertelt Koj Koning, districtsmanager bij Woonbedrijf. “Maar als corporatie kunnen en doen we dat niet alleen.”

Is de problematiek van mensen met verward gedrag in de wijk toegenomen?

“Als corporatie kregen we vragen over het aantal huurders met verward gedrag in onze buurten, maar we registreren dit niet eenduidig. Om toch een antwoord op deze vraag te kunnen geven, doen we nu eenmaal per jaar een uitvraag onder onze medewerkers. Zij zijn bekend met hun huurders en kunnen aan de hand van enkele criteria zo opsommen wie verward gedrag vertoont. Sommige medewerkers hebben de indruk dat het dezelfde aantallen zijn, maar dat hun problematiek complexer is. Veel medewerkers ervaren een toename. Niemand een afname. De gemeente geeft op basis van landelijke cijfers aan dat het aantal verwarde personen 1% van alle inwoners zou zijn. Dat zou neerkomen op 2.296 inwoners. In ons bezit gaat het volgens onze cijfers om circa 110 huishoudens op een totaal van zo’n 32.000 woningen (= 0,3%).”

Wat doen medewerkers wanneer zij verward gedrag signaleren?

“Binnen Woonbedrijf werken wij gebiedsgericht. Een medewerker heeft één of meerdere buurten in beheer, met in totaal circa 1.000 huishoudens. In een team van drie personen – een klantbeheerder, een senior klantbeheerder en een gebiedsbeheerder – werken die samen aan de verhuur, de incasso, de aanpak van overlast, maar ook het opstellen van een buurtvisie en het onderhouden van netwerken in die buurt. Daardoor zijn de lijntjes kort en kunnen zij signalen van verward gedrag sneller ontdekken. Als iemand niet betaalt, gaat de medewerker langs en kijkt dan meteen of er meer aan de hand is. Onze medewerkers schakelen snel met de hulpverlening wanneer ze denken dat het niet oké is met een huurder. Snel schakelen is belangrijk, want wij blijven de verhuurder. We willen niet dat medewerkers aandoeningen gaan diagnosticeren en zelf psychische ondersteuning gaan bieden.”

Hoe gaat de corporatie om met de verdeling van deze groep huurders over het vastgoed?

“We kijken bij de verhuur van woningen aan mensen met potentieel verward gedrag wel naar het absorptievermogen van de omgeving. Volkshuisvesting is een vak, de computer kan het niet doen. Je moet goed kijken wat past en wat werkt. Dan kan het zijn dat je zegt dat je bij een bepaalde straat voorzichtig moet zijn, anders is het teveel. Het gaat om herkennen van het kantelpunt: wanneer is de wijk verzadigd? Gelukkig is de gemeente hier ook aanspreekbaar op. Bij het opstellen van buurtvisies kijken we nu – naast ruimtelijke aspecten – naar veiligheid en bespreken we hoe we het absorptievermogen van een wijk kunnen oprekken. Dat doen we liever dan wijken op slot zetten.”


Hoe verloopt in Eindhoven samenwerking rondom woonoverlast?

“Binnenkort gaan we een nieuw woonoverlastconvenant ondertekenen waarin de nieuwe samenwerkingsafspraken tussen gemeente, corporaties en zorgorganisaties staan. Het is de lokale uitwerking van de Aanpak Voorkomen Escalatie (AVE). In het convenant staat ook wie welke taak heeft in de begeleiding van mensen met verward gedrag. De samenwerking is georganiseerd van buurtbemiddeling tot en met het Veiligheidshuis (netwerksamenwerking van strafrecht- en zorgketen en gemeenten, gericht op het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit). Bij duidelijke signalen van verward gedrag nemen onze medewerkers nu contact op met WIJeindhoven (de lokale wijkteams), ook bij crisissituaties. Dat loopt op zich goed, maar er blijven situaties die onopgelost blijven. “Je kunt het als corporatie, de generalist van het wijkteam én de betrokken medewerker van de GGZ met de familie eens zijn dat een dementerende vrouw opgenomen moet worden, omdat zij regelmatig het gas open laat staan en over de galerij dwaalt. Maar de schouwarts kijkt alleen naar die individuele mevrouw, niet naar haar omgeving, en zegt dan toch dat mevrouw het beste af is in de eigen omgeving. De familie en buren blijven dan bezorgd en hebben het gevoel dat het eerst echt mis moet gaan, voordat er wordt ingegrepen.”

“En hopelijk helpt de verbeterde samenwerking vanuit het convenant ook tegen het ‘privacy-spook’; dat zegt dat de hulpverlening niets mag delen met de corporatie of de buren. Alsof het nodig is om informatie te delen met de buren! Zij zijn vaak de eersten die het doorhebben wanneer iemand met ernstige problematiek naast hen komt wonen. Bij iemand met pedofilie wordt een ‘cirkel of support’ samengesteld, maar bij iemand met een psychische aandoening is er niet automatisch een Buurtcirkel. Die rol krijgen de buren, zonder dat ze erom gevraagd hebben, vanzelf”


Welke rol spelen andere huurders in het overlastverhaal?

“Bewoners vragen we om bij woonoverlast eerst zelf in gesprek te gaan met de andere huurder en daarbij eventueel gebruik te maken van buurtbemiddeling. Sinds een paar jaar kunnen bewoners overlastmeldingen doen via een woonoverlast-app. Hierin kunnen zij op elk moment melding maken van overlastsituaties en daar foto’s, filmpjes en geluidsfragmenten aan toevoegen. De meldingen worden uitgezocht en waar nodig wordt actie ondernomen. Een goed dossier van de overlast heb je nodig om goed voorbereid de stap naar de rechter te kunnen maken daar waar dat nodig is. De woonoverlast-app en ook persoonlijke meldingen bij Woonbedrijf helpen daarbij zeer.”
“Daarnaast werken we preventief. Het Woonbedrijf Buurtfonds gebruiken we om het sociale weefsel in de wijk gezond te houden. Huurders kunnen bij het fonds een aanvraag indienen. Daarbij haken dan social designers aan. Zij kijken anders en stellen andere vragen. Ze krijgen dus ook andere antwoorden dan de gemeente of wij zouden krijgen. In Burghplan hebben we een project gedaan rondom onveiligheidsgevoelens van bewoners (zie kader). Het heeft geleid tot meer inzicht in de problematiek en de emoties die er heersen en levert nog altijd een haakje voor gesprekken met bewoners. We zijn nu op zoek naar de volgende stap.”

Bijzondere buren, Burgplan

Bewoners uit de wijk Burghplan voelden zich onveilig, maar veel onveiligheid was er niet volgens de cijfers. Waar komt dat gevoel dan vandaan? In opdracht van Woonbedrijf vroeg Studio 1:1 het aan de bewoners. Ze zoomden daarbij in op de mensen in de wijk en hun verhaal, maar keken ook naar de grotere maatschappelijke vraagstukken. Uit de verhalen werd duidelijk dat een deel van het onveilige gevoel voortkomt uit de beelden over hun medewijkbewoners, hun buren. Buren waar mensen zich wat ongemakkelijk bij voelen, die zich door hun psychische kwetsbaarheid ‘anders’ gedragen.
De oplossing? De ervaringen uit de wijk zijn in 2016 in beelden en verhalen vastgelegd in een publicatie. In 2018 kreeg het project een zichtbaar vervolg in de buurt. Alledaagse straatelementen zoals een bankje, zebrapad, fietsenrek en boomsteun kregen een bijzondere opvallende vorm en er kwamen pakkende teksten bij. Bij de straatelementen gingen we in gesprek met buurtbewoners over het lastige onderwerp ‘Bijzondere buren’.