Een sociale energietransitie binnen de gemeente Breda

Gesprek met Coen Vos en Mariëlle Pieterse, gemeente Breda

Het is één van de grootste actuele opgaven voor gemeenten: de energietransitie. In 2050 moet de hele gebouwde omgeving, waaronder alle woningen, aardgasvrij zijn. Daarbij zijn vaak ook andere maatregelen, zoals isoleren, nodig. Al die maatregelen kosten geld. Tegelijkertijd wordt ook ‘niets doen aan je woning’ door oplopende gasprijzen steeds duurder. Dit zet de betaalbaarheid van de energietransitie, en dan met name voor woningeigenaren met een smalle beurs, onder druk. Hoe gaan gemeenten om met dit vraagstuk? Hoe zorgen zij ervoor dat deze groep (straks of nu al) mee kan doen met de energietransitie? En wat betekent dit alles voor de interne organisatie van gemeenten? Hierover sprak Platform31 met Coen Vos (beleidsadviseur duurzaamheid) en Mariëlle Pieterse (beleidsadviseur sociaal domein) van de gemeente Breda.

Ambitie en huidige werkwijze: BRES (co)

De gemeente heeft zichzelf tot doel gesteld om in 2044 CO₂-neutraal te zijn. Daarvoor werkt ze samen met allerlei partijen. Als het gaat om de verduurzaming van eigen woningen is BRES een belangrijke samenwerkingspartner. BRES is een lokale energiecoöperatie die woningeigenaren informeert over de verduurzaming van hun huis en burgerinitiatieven rondom verduurzaming ondersteunt. BRES werkt met energiecoaches die gesprekken voeren met geïnteresseerden. Dat doen ze bij de mensen thuis of in de Greenhopper: het mobiele informatiecentrum over duurzaamheid dat de wijken en buurten van Breda bezoekt. Volgens Coen Vos werpt dat z’n vruchten af: “we weten uit onderzoek dat je het heel goed gedaan hebt als 5% van de mensen waarmee je spreekt, maatregelen neemt. Bij BRES gaan de cijfers richting 20%, en ze stijgen nog.” De campagne met de Greenhopper startte in oktober 2018. In een jaar tijd bezochten ruim 1.250 mensen de Greenhopper, 150 tot 200 mensen maakten een vervolgafspraak met een energiecoach bij hen thuis. Verder zijn de gemeente en BRES momenteel bezig met de oprichting van BRESco: een stichting die mensen volledig gaat ontzorgen in het verduurzamingsproces. Denk daarbij aan het ‘scannen’ van de woning (welke maatregelen zijn nodig?) en het in kaart brengen van de kosten.

In ontwikkeling: Bredase variant op het woningabonnement

Maar voor een deel van de woningeigenaren zijn die kosten simpelweg te hoog. Voor die groep ontwikkelt de gemeente Breda op dit moment een eigen variant op het woningabonnement: een duurzaamheidslening die je met de resulterende maandelijkse energiebesparing afbetaalt. Anders dan bij het originele woningabonnement is deze variant toegankelijk voor mensen met een Bureau Krediet Registratie (BKR – een registratie die met aangegane leningen en betalingsachterstanden te maken heeft), en staat de gemeente garant voor aflossing. Coen: “het gaat dan echt om mensen die niet in aanmerking komen voor andere financiering en geen eigen vermogen hebben. Mensen met voldoende vermogen verwijzen we door naar de energiebespaarlening van het NEF [Nationaal Energiebespaarfonds]” In 2020 maakt de gemeente 1,3 miljoen euro vrij voor het onderliggende fonds.

De ‘puzzel’ van het motiveren

Maar met de bewustwording (het ‘weten’, waar BRES op inzet) en de ontzorging door BRESco en het toekomstige Bredase woningabonnement (het ‘kunnen’), ben je er nog niet. Mensen moeten hun woning ook wíllen verduurzamen. Zeker bij woningeigenaren met een laag inkomen is die motivatie er lang niet altijd, ervaart Mariëlle Pieterse. “Voor duurzaamheid of de energietransitie staan mensen niet zo open. Voor hen zijn andere dingen belangrijk, zoals de maandelijks terugkerende vraag: kom ik wel rond? Maar ook andere, alledaagse dingen. Ze vragen zich bijvoorbeeld af: kan een tajine op inductie? Dat soort dingen moet je dus weten als je op bezoek gaat.” Coen bevestigt dat: “dat is de grote puzzel: wat heb je mensen te bieden? En dat geldt misschien nog wel meer voor woningeigenaren dan voor huurders […] eigenaren moeten het zelf doen.”

Op die vraag – wat heb je mensen te bieden? – is één van de antwoorden: energiebesparing en daardoor een lagere energierekening. Maar soms motiveert dat onvoldoende, zo vertellen Coen en Mariëlle. Het argument van energiebesparing (en een lagere energierekening) kent daarnaast ook beperkingen. Zo staat de hoeveelheid energie die iemand na een verduurzamingsmaatregel daadwerkelijk gaat besparen, niet vast. De komst van een baby (lees: meer wassen) kan al betekenen dat het energieverbruik stijgt en de rekening daarmee gelijk blijft of zelfs ook stijgt. Bovendien passen sommigen na verduurzaming onbewust hun gedrag aan – ‘ik heb geïsoleerd, dus de thermostaat kan wel een graadje hoger’ – met als resultaat een hoger energieverbruik en meer kosten. Dat soort factoren maakt het voorspellen en garanderen van besparingen op de energierekening moeilijk. Een andere bron van motivatie voor verduurzaming is meer wooncomfort. Mariëlle: “de reden om over te gaan tot aanpassing van de woning lijkt tot nu toe meer te zitten in wooncomfort. Dan gaat het over dingen als geen tocht meer, altijd warm water.”

Energietransitie als opgave: samenwerking duurzaam-sociaal

Het waren vooral deze vraagstukken rondom het bereiken en motiveren van woningeigenaren (met een smalle beurs) die in Breda leidden tot het besef dat de energietransitie niet alleen een technisch, maar ook een sociaal vraagstuk is. En samenwerking tussen het duurzaamheids- en het sociaal domein dus nodig is. Mariëlle: “wij kunnen helpen met het begrijpen en bereiken van de doelgroep. Hoe start je een gesprek, wat heb je te bieden, hoe kun je dat duidelijk verwoorden? Zo weten we bijvoorbeeld dat je woorden als energietransitie niet moet gebruiken; dat irriteert mensen. Vanuit sociaal hebben we inzicht in gezinssamenstellingen, multiproblematiek. En een verbinding met wijkzaken levert meerwaarde op, bijvoorbeeld als het gaat om sociale veerkracht en burgerparticipatie.”

Tot voor kort was samenwerking tussen het duurzaamheids- en het sociaal domein in Breda nog incidenteel en gebaseerd op toevallige contacten tussen beide afdelingen. Nu gaat dat anders. De gemeente werkt namelijk binnen een ‘opgave energietransitie’. Een ‘opgave’ gaat door de hele organisatie heen: “Nu begint die samenhang te komen. Een paar jaar geleden was dat nog helemaal niet. Mensen vanuit het fysiek domein, milieu, wijkzaken en sociaal domein hebben zich verenigd. Vanuit de inhoud trekken we meer samen op, gesteund door mensen vanuit bedrijfsvoering die proactief meedenken over soms onorthodoxe oplossingen.”