Een reflectie op de rol van democratische principes bij aardgasvrije wijken

Interview met Jos van Dalen en Boudewijn Steur, ministerie van BZK

In 2050 zijn alle bestaande 12.000 wijken in Nederland aardgasvrij. Het behalen van dit doel is een gezamenlijke opgave, waar onder andere het Rijk, de provincies, gemeenten en energiebedrijven bij betrokken zijn. Maar hoe besluit je wat er in een wijk in plaats komt van het aardgas? En wie besluiten dat? In april 2019 verscheen Optimaal samenspel voor een aardgasvrije wijk, waarin Platform31 zeven lessen voor gemeenten formuleerde op het gebied van samenwerking, samenspel en democratische besluitvorming. Het ministerie van BZK was nauw betrokken bij dit project; hoe kijken zij naar de zeven lessen? Jos van Dalen (programmadirecteur Aardgasvrije Wijken) en Boudewijn Steur (programmamanager Versterking Democratie en Bestuur) reflecteren hierop.

Democratische besluitvorming

Succesvolle participatie is het doel, maar de praktijk kan weerbarstig zijn. “Ja, participatie is belangrijk. Je wilt immers dat inwoners invloed hebben op de keuzes in hun directe leefomgeving”, betoogt Boudewijn Steur, “maar er zijn wel kaders nodig. Hoe pak je het aan? Wanneer is er plek voor?” Dit sluit aan bij les 1, ‘Zet participatie door bewoners bovenaan de agenda’. Jos van Dalen knikt. “Je moet oog blijven houden voor representatieve besluitvorming. Hoe zorg je ervoor dat er ruimte is voor alle bewoners in het proces? De kleine groep mondige burgers laat zich horen, maar hoe bereik je de stille meerderheid?” Het ministerie is daarom bezig met een handreiking participatie. Het doel? “Structuur bieden door de essentiële stappen te benoemen. En door expliciet te maken wie wanneer welke rol heeft” – het onderwerp van les 6, ‘Zorg voor duidelijkheid over rollen en verantwoordelijkheden’. Van Dalen: “De zeven lessen uit het project zijn de goede bouwstenen voor de stap die we met de handreiking willen maken.”

Boudewijn Steur: “De democratische principes zijn belangrijk, maar geen garantie voor participatie en draagvlak bij alle bewoners. En dat is cruciaal. Het is daarom belangrijk om alles in de juiste context te plaatsen, en die te gebruiken om participatie vorm te geven.” (les 2, ‘Zet democratische principes in voor succesvolle participatie’) Waar komt de juiste context vandaan, en wie stelt de kaders? Steur: “De representatieve en participatieve democratie liggen in elkaars verlengde. De uitkomsten van participatieve proces moeten worden bekrachtigd door de gemeenteraad. Diezelfde raad heeft de opdracht gegeven en de kaders voor participatie opgesteld. Als je het zo inricht zijn de uitkomsten geen verrassing voor de raad, maar een constructief samenspel binnen het hele proces.”

Samenspel

Wanneer het gaat om de uitvoering van de warmtetransitie ligt de grootste opgave op wijkniveau. Hoe zien Van Dalen en Steur samenwerking, samenspel en democratische besluitvorming in deze concrete omgeving? Steur: “Laten we beginnen bij de manier waarop participatie wordt uitgelegd. Dat is vaak vanuit een Angelsaksische gedachte, dat wil zeggen: individueel.” Hij vervolgt: “Dat is te beperkt. Wanneer je participatie als een collectief proces ziet, kun je op zoek gaan naar onderwerpen die echt spelen in de wijk. Aansluiten bij het sociale weefsel dat al bestaat.” Is dat het zogenaamde meekoppelen waar het vaak over gaat? “Dat ligt aan de volgorde. Wanneer je de onderwerpen aanpakt die voor de wijk belangrijk zijn, kun je de transitie naar aardgasvrij daaraan koppelen – en niet andersom.” Deze uitspraak sluit aan op lessen 3 en 4, ‘Sluit aan bij behoeften in de wijk’ en ‘Werk samen met bestaande groepen in de wijk’.

Proeftuinen

In het Programma Aardgasvrije Wijken zijn 27 proeftuinen actief op weg naar een aardgasvrije toekomst. Welke rol spelen deze in het grotere plaatje van de transitie? Programmadirecteur Jos van Dalen antwoordt direct. “In de eerste proeftuinen willen we niet alleen laten zien dat het menens is, dat we echt van het aardgas af gaan, maar ook dat de bedoelingen op wijkniveau goed en oprecht zijn. Ik geloof er dan ook in dat je moet investeren in alles wat nodig is. Dat hoeft niet alleen techniek te zijn, het moet ook om mensen gaan.” Steur: “Zoals die projectleider waar je het over had?” Van Dalen knikt. “Er is behoefte aan professionalisering aan de onderkant van het transitieproces. Dat een wijk een goed idee heeft, betekent niet dat de bewoners de tijd of kennis hebben een complex proces te begeleiden”. Dit punt komt terug in lessen 5 en 7, ‘Zorg voor de benodigde capaciteit, kennis en competenties’ en ‘Werk samen aan het wegnemen van belemmeringen’. Van Dalen: “Een concreet voorbeeld is Goeree Overflakkee, waar een wijk een projectleider heeft ingehuurd. Het is hun projectleider, maar de kosten daarvoor worden betaald door de gemeente.”

Samenwerking

In het kader van de warmtetransitie gaan uiteindelijk 12.000 Nederlandse wijken van het aardgas af. Elke mogelijke rolverdeling moet rekening houden met (heel) veel betrokken partijen. Hoe pak je zoiets aan? Steur: “Ik mis een beslisser. Wie heeft de regierol in dit proces?” Dit is geen vraag voor Van Dalen: “De transitie speelt zich af op lokaal niveau. Daarom is de gemeente de regisseur. Het is alsof je een film maakt: er werken veel mensen aan mee en het is een complex project, maar aan het einde van de dag beslist de regisseur wat voor film het gaat worden.” Steur nuanceert: “De opgave is hetzelfde voor iedere wijk, maar elke wijk is uniek. Daar moet je oog voor hebben. In de ene wijk zal de transitie vanuit de bewoners in beweging komen, terwijl er in de andere wijk een actieve rol voor de overheid is weggelegd.”

Partnerschap

We zijn samen bezig om in heel Nederland een ingrijpend proces in beweging te brengen. Wat mogen we daarin verwachten van de overheid? “Partnerschap”, zegt Jos van Dalen stellig. “Lokale en regionale overheden werken samen met de rijksoverheid aan het faciliteren van het proces en waar nodig het oplossen van belemmeringen.” Boudewijn Steur rondt af: “En bewoners mogen verwachten dat de overheid laat weten wat er met hun bijdrage is gebeurd.”

Meer informatie

Deze lessen zijn de uitkomst van een Community of Practice waarin alle betrokken partijen en experts nadachten over deze opgave. Bewoners, netbeheerders, woningcorporaties en gemeentes gingen in gesprek, en gezamenlijk werden zeven lessen geformuleerd. Vooral op lokaal niveau blijken er veel besluiten te nemen. De gemeente, momenteel de grootste regisseur, heeft een sleutelrol op het gebied van (besluiten over) techniek, financiën en planning. Op wijkniveau vraagt dit om nauw samenspel tussen gemeente, bewoners en andere partijen. De rol die bewoners daarbij kunnen spelen is verkend in het project Burgerparticipatie in de warmtetransitie.