Een duwtje naar gezond (financieel) gedrag

Beleidsmakers die wetenschappelijke inzichten over gedrag willen gebruiken, kunnen dat op verschillende manieren doen. Eén zo’n manier is het toepassen van nudging, wat – volgens een snelle Google-check – zoveel betekent als het geven van kleine duwtjes (nudges) in de rug van mensen, met als doel bepaald gedrag. Die duwtjes ontstaan door subtiele aanpassingen in de omgeving. Maar wat proberen we precies met nudging en waar moeten we aan denken? En waar moeten beleidsmakers rekening mee houden als ze ermee aan de slag willen? Over die vragen spraken we met Sille Krukow, Deens expert op het gebied van en internationaal veelgevraagd keynote speaker, gespreksleider en panellid.

“When people behave badly, it’s not because they want to, it’s our surroundings that are designed poorly.” Het is met deze overtuiging dat Krukow ruim tien jaar geleden als Visual Designer begon met het ontwikkelen en testen van nudges. Gebruikmakend van kennis over zowel design als gedrag bedenkt ze nu (samen met een team van ‘behavioural designers’) nudges voor allerlei partijen, gericht op het stimuleren van duurzaam, gezond en sociaal gedrag. Een mooi voorbeeld vinden we in haar ontwerp van goed zichtbare, verschillend gekleurde, prullenbakken op het strand die stimuleren dat mensen hun afval gescheiden weggooien.

Wat is een nudge?

Een nudge, een duwtje in de gewenste richting, is een aanpassing in de keuzearchitectuur waarmee je het gedrag van mensen verandert. Denk aan aanpassingen in de communicatie, organisatiesystemen of de omgeving. Die aanpassingen doe je op een voorspelbare manier, zonder opties te verbieden of financiële prikkels significant te veranderen. Nudges zijn gebaseerd op gedragsprincipes en kunnen mensen stimuleren een keuze te maken die bijdraagt aan gezond (financieel) gedrag.

Automatisch en reflectief

Wat ligt er achter de nudging-techniek? “Het gedrag van mensen wordt gestuurd door twee systemen”, vertelt Krukow, “het automatische systeem (1) en het reflectieve systeem (2). Waar leren en gedragsverandering via systeem 2 tot stand komt door motivatie en bewuste keuzes (veel mentale energie), leunt systeem 1 op automatismen en onbewuste keuzes (weinig mentale energie).” Krukow maakt het sprekend met een voorbeeld: “Denk aan je rijbewijs bijvoorbeeld. Je moet allerlei boeken lezen, toetsen maken, rijden met een leraar naast je. De eerste tien keer is dat vreselijk; je zweet, je probeert alle kennis te vertalen, je bent bezig met de manier waarop je je handen vasthoudt, enzovoort. Maar na een tijdje is het supergemakkelijk."

Het grootste deel van de tijd, Krukow noemt een percentage van 90, worden mensen gedreven door hun automatische systeem. Desondanks spelen de meeste en traditionele technieken van gedragsverandering in op het reflectieve systeem. Krukow legt uit: “De traditionele manier is proberen mensen te motiveren. Daarom voeren we publiekscampagnes die bijvoorbeeld zeggen dat u niet mag roken. Dit probeert systeem 2 aan te spreken. Zo werken we normaal gesproken met gedrag, en dat is ook belangrijk. Maar het is erg vindingrijk en het kost veel tijd om gedrag te beïnvloeden. En dit is waar nudging zich onderscheidt. Door in te spelen op het systeem waar mensen veel vaker de voorkeur aan geven; het automatische systeem.”

Nudging en financieel gedrag

Ook als het gaat om financieel gedrag biedt nudging mogelijkheden, denkt Krukow. Ze noemt voorbeelden bij banken, zoals een constructie die mogelijk maakt dat een klein deel van elke uitgave automatisch op de spaarrekening wordt gestort, zodat de kans dat een persoon spaart groter wordt. Of een andere bank die pinpassen uitgeeft die, op het moment dat het rekeningsaldo wijzigt, van kleur verandert. “Die visuele verandering is de ‘feedback’ die we vandaag de dag vaak missen rondom geld”, vindt Krukow. “Geld is niet langer iets fysieks, iets dat je in je hand hebt, een stuk papier. Daardoor werd het erg ongrijpbaar voor ons.”

Nudging voor beleidsmakers

Er zijn veel voorbeelden van niet-publieke organisaties die experimenteren met nudging. Maar waar moeten beleidsmakers vooral op letten als ze nudges willen toepassen? “Het is vooral belangrijk dat beleidsmakers hun strategische doelstellingen vertalen naar specifiek gedrag. Beginnen met: wat bedoelen we daar eigenlijk mee? Is het ongewenst gedrag wanneer mensen niet elke dag twee euro sparen voor hun pensioen? Of als ze hun geld wel of niet aan bepaalde dingen uitgeven?" Verder is het volgens Krukow cruciaal dat overheden partnerschappen aangaan met commerciële en private partijen. “De financiële sector heeft namelijk óók behoefte aan nieuwe standaarden en een catalogus die laat zien hoe de sector deze agenda (van financieel verantwoord gedrag) kan ondersteunen”, benadrukt Krukow.

Nudging of manipulatie?

Over nudging bestaat politieke discussie: mag een overheid mensen wel een bepaalde richting op duwen? De bedoeling is dat het effect van de nudge in het voordeel is van de burger; er mag geen misbruik worden gemaakt. De RMO kwam in hun publicatie De verleiding weerstaan (2014) dan ook met een aantal voorwaarden voor de inzet van nudges. Denk aan het

  1. het uitsluitend gebruiken van nudging voor het versterken van het keuzevermogen van mensen,
  2. het inzichtelijk maken van de intentie en de beoogde werking van nudges en
  3. terughoudendheid bij het toepassen van nudges op omstreden onderwerpen.

Meer weten over nudges of andere manieren om om het gezonde financiele (betaal- en spaar-) gedrag van mensen te stimuleren? Lees de publicatie over gedragsbewust beleid in het sociaal domein.