Een brutalere aanpak van de wijk

Column: Karakus in de wijk

In Steenwijk, waar ik ben opgegroeid, was het heel normaal dat je elkaar gedag zei. We kenden elkaar en hielden een oogje op elkaar; samen waren we en máákten we de wijk. Tegenwoordig wonen veel mensen als vreemden naast elkaar. Stadswijken en dan vooral de meest kwetsbare, zijn grotendeels anoniem geworden. En juist dan is de kans groot dat sociale problemen zich opstapelen. Mensen trekken zich terug achter de voordeur, staan niet meer voor elkaar klaar en ondermijnende criminaliteit krijgt de ruimte. Daardoor komt de leefbaarheid steeds meer in het geding.

Als wethouder heb ik in Rotterdam-Zuid met eigen ogen gezien wat er gebeurt als het leefklimaat dermate onder druk staat, dat kansrijke groepen vertrekken en mensen met een lage opleiding, laag inkomen en weinig ‘eigen kracht’ overblijven. Zeven jaar terug startte het Nationaal Programma Rotterdam Zuid om het tij te keren. Het was in de tijd dat de politieke en bestuurlijke aandacht voor de leefbaarheid van buurten minimaal was, onder invloed van de economische crisis, de daarop volgende bezuinigingen en de drie decentralisaties in het sociaal domein.

Het was ook de periode waarin woningcorporaties steeds verder terug in hun schulp kropen en alleen nog bereid – en overigens ook in staat – bleken om zich op de wettelijk beperkte kerntaken te richten. Met alle gevolgen van dien voor met name de meest kwetsbare wijken en buurten van Nederland. Het was alsof het Rijk met de herziening van de Woningwet een slagader doorprikte, waardoor de leefbaarheid in veel wijken kon wegsijpelen.

Gelukkig dringt nu bij steeds meer partijen door dat het vizier toch weer op de wijken moet worden gericht. Niet in de laatste plaats omdat we voor enorme opgaven staan: van de energietransitie en verduurzaming tot de stijgende zorgbehoefte als gevolg van de vergrijzing. Van de toename van het aantal kwetsbare huishoudens in de sociale woningvoorraad tot de bestrijding van drugscriminaliteit en ondermijning. Stuk voor stuk vraagstukken die je vooral op wijkniveau moet oplossen.

Het dwingt ons allen om na te denken over hoe de nieuwe wijkaanpak eruit moet zien. Wat mij betreft staat in die wijkaanpak 2020 in de eerste plaats inclusiviteit centraal. Voelt iedereen zich betrokken bij de wijk? Wordt niemand uitgesloten en houden we ook écht rekening met elkaar? Het gaat ook om ontspannenheid in de wijk. Als mensen alleen bezig zijn met overleven, hebben ze geen aandacht voor hun omgeving. Ze maken zich zorgen over hun toekomst, baan, zorgkosten, pensioen. Neem je die dagelijkse zorgen weg, dan biedt dat ruimte voor een bepaalde mate van ontspannenheid in de wijk. Daarnaast moeten we – meer dan in het verleden – kijken naar wat wijkbewoners zélf willen. Dat zal in de basis voor iedereen, ongeacht herkomst en achtergrond, hetzelfde zijn: een fijne woning in een veilige wijk met goed onderwijs en andere voorzieningen in de buurt. De concrete invulling van die wensen is wel in elke wijk anders.

Bovenal vereist de wijkaanpak 2020 van alle betrokken partijen een ommezwaai in denken en doen. Woningcorporaties: toon lef en ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’. Investeer wél in de leefbaarheid van de wijk. Investeer wél in fysieke herstructurering van kwetsbare wijken om sociale stijgers vast te houden. Rijksoverheid: zorg dat er vanuit verschillende ministeries gecoördineerd wordt ingezet op de sociale en fysieke verbetering van de wijken. Het ombuigen van de verhuurdersheffing naar een investering in kwetsbare wijken is daarin een logische stap. Wijkprofessionals: verschuil je niet alleen achter beleid dat focust op wat zich achter de voordeur afspeelt. Kies voor een brutalere aanpak, het doel heiligt de middelen. Zoek oprecht en écht contact met de mens in de wijk. En wees niet bang voor de harde kant van de wijkaanpak: handhaaf de regels die verrommeling, verloedering en onveiligheid tegen moeten gaan. Door iedereen en in alle wijken.

En voor ons allen geldt: doe het samen. Kom tot een gezamenlijke visie, redeneer vanuit het gezamenlijk belang, houd de ambities scherp en trek daar samen budget voor uit. Wees dus brutaal, haak aan én haak ineen. Als wijkwerker, als corporatie, als wijkagent, als beleidsmaker én als bewoner. Want samen optrekken wekt nog altijd het meeste vertrouwen. En dat hebben we keihard nodig om het contact met en in de wijk te herstellen.