Drieluik taakgerichte populatiebekostiging: flexibiliteit vs rechtszekerheid

Deel 1: Sneladvies Flexibiliteit versus rechtszekerheid

Drie knelpunten van gemeenten bij taakgerichte populatiebekostiging. Platform31 bracht twintig experts bij elkaar, van ervaringsdeskundigen tot juridisch experts, om te zoeken naar oplossingen. Zodat uw gemeente moeiteloos om vergelijkbare hobbels heen kan laveren. Deze keer in deel 1 het knelpunt: Flexibiliteit versus rechtszekerheid (Heerlen).

  • Wens: Aanbieden van alle ondersteuning als algemene voorziening, indicatieloos.
  • Probleem: wettelijke verplichtingen

Koploper Heerlen

De gemeente Heerlen (87.000 inwoners) gebruikt sinds 2017 taakgerichte populatiebekostiging. Met goede resultaten: de wachttijden voor cliënten werden minimaal, er is meer flexibiliteit in het zorg- en welzijnsaanbod – zo is het op- of afschalen van zorg veel makkelijker – en er is een betere samenwerking tussen partners. Verder nam de bureaucratie af en verminderden de administratieve lasten; de gemeentelijke kosten voor de Wmo daalden. De medewerkerstevredenheid steeg. Sinds de introductie van de andere manier van financiering, ontvangt Heerlen niet veel klachten van de zijde van cliënten. Het ongenoegen dat wel geuit wordt, komt vooral van mensen die instroomden vóór de transitie in 2015.

De aanleiding voor het invoeren van taakgerichte populatiebekostiging in Heerlen waren wensen van de uitvoerders van de Wmo-ondersteuning. Zij wilden meer innovatie en richtten daarvoor ook een coöperatie op: Heerlen STAND-BY!. Sinds 2019 is er ook een coöperatie voor de jeugdzorg JENS, die ook via taakgerichte populatiebekostiging wordt gefinancierd.

De case

Het liefst zou de gemeente Heerlen álle vormen van ondersteuning als algemene voorziening regelen, dus helemaal indicatieloos werken. Alleen, lijkt het recht in de weg te staan, zodat niet alle vormen van ondersteuning als algemene voorziening kunnen worden gekwalificeerd. Zo kan dat bijvoorbeeld niet als er sprake is van specifiek op de persoon gericht onderzoek om vast te stellen welke ondersteuning gewenst is. Verder is er een uitspraak van de rechter, dat de rechtszekerheid in het geding is bij resultaatgericht beschikken. Hiermee wordt indicatieloos werken beperkt. Wat kan de gemeente dan doen?

Advies

De minister van VWS heeft toegezegd dat hij de Wmo 2015 zo gaat aanpassen, dat de gemeenten zowel een beschikking op basis van uren, als op resultaat kunnen afgeven. Daar wordt volgens het ministerie momenteel aan gewerkt.
Tim Robbe, advocaat, geeft aan dat de gemeente volgens het recht alle vormen van ondersteuning als algemene voorziening kan aanmerken, maar als een cliënt dat nodig een maatwerkvoorziening moet afgeven. Als er op specifieke behoeften van een persoon onderzoek plaatsvindt en een voorziening wordt toegewezen, moet een beschikking worden afgegeven. Dat is anders als in principe iedereen gebruik kan maken van de voorziening en er alleen een lichte toets plaatsvindt – bijvoorbeeld, behoor je tot de doelgroep. Dan is het een algemene voorziening en is een beschikking niet nodig.

Hij wijst er verder op dat gemeenten niet alleen van doen hebben met de Wmo en de Jeugdwet, maar ook altijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Wmo en de Jeugdwet zijn kaderwetten die de gemeenteraad de mogelijkheid geven om eigen waarden te vertalen naar normen. De wetgeving en jurisprudentie bepalen het minimum dat gemeenten moeten doen. Gemeenten kunnen vervolgens zelf aangeven wat zij maximaal zien als maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg. Het is op dit moment inderdaad zo, dat gemeenten een besluit moeten nemen en een beschikking moeten afgeven, wanneer daaraan onderzoek voorafgaat naar specifieke situaties van individuen. Door de algemene voorziening zo breed mogelijk op te zetten, kan de gemeente voorkomen dat zij verplicht is een beschikking af te geven. Daarbij zal zij niet altijd even duidelijke rechtsregels moeten toetsen in de praktijk.

Achter de vraag van Heerlen ligt het doel om flexibel te kunnen zijn qua ondersteuning, individueel maar ook op het niveau van de totale ondersteuning die de gemeente levert. Robbe adviseert de gemeente in de lokale verordening concreet op te nemen wat zij ziet als algemene voorziening en wat als maatwerkvoorziening. En in de beschikkingen flexibiliteit voor ondersteuning op te nemen, zolang resultaatgericht beschikken nog niet mogelijk is. Men zou bijvoorbeeld in de verordening kunnen opnemen dat personen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, geen maatwerkvoorziening dagbesteding, maar een algemene voorziening krijgen aangeboden. Als sprake is van een maatwerkvoorziening, zijn daarin bandbreedtes opgenomen en geen specifieke dagdelen.

Mensen kunnen geen formeel bezwaar meer indienen als de gemeente geen beschikkingen meer afgeeft. Het advies voor dit probleem: vraag mensen of zij akkoord gaan met de inzet van een algemene voorziening en biedt aan een afwijzende beschikking te verlenen voor een maatwerkvoorziening. Daarmee kunnen mensen toch in bezwaar als zij liever een maatwerkvoorziening willen, en neem je hen dit recht op bezwaar niet af. En doe onderzoek of bel cliënten, zodat je ook kunt horen waarom mensen eventueel niet tevreden zijn of tussen wal en schip raken als de ondersteuning in de vorm van een algemene voorziening plaatsvindt. Laatste advies: wees pragmatisch en geef een beschikking af als mensen daarom vragen, of als het moet.

Volgende keer in deel 2: Hoe krijg je goed inzicht in de cliënttevredenheid, zonder goede benchmark? (Heerlen en Alphen aan den Rijn)

Koplopergemeenten delen kennis in webinar Taakgerichte Populatiebekostiging

De adviezen komen van twintig deelnemers van de webinar Taakgerichte Populatiebekostiging van Platform31. Deze deelnemers bestaan uit praktijkdeskundigen en juridische experts, en werken bij gemeenten, ministeries (BZK en VWS), VNG, I-Sociaal Domein, een welzijnsorganisatie, een advocatenkantoor en adviesbureau.

De koplopergemeenten Heerlen, Alphen aan den Rijn, Utrecht en Lelystad deelden dit jaar twee keer – met Platform31 als kritisch meedenker – hun ervaringen en kennis rond taakgerichte populatiebekostiging. Deze vorm van bekostiging in het sociaal domein is nog tamelijk nieuw. De vier steden zijn koplopers met de toepassing. Zij kozen voor deze vorm van lumpsumbekostiging, omdat ze meenden daarmee de ambities van de transformatie goed te kunnen realiseren. Ook verwachtten zij zo te kunnen besparen. Met de taakgerichte populatiebekostiging en door meer indicatieloos te werken, geven ze uitvoerders meer ruimte om zelf te bepalen op welke wijze zij de inwoners willen ondersteunen. Dat kan ook makkelijker over de schotten van domeinen heen.