Drieluik taakgerichte populatiebekostiging: verplicht cliëntonderzoek biedt geen benchmark

Deel 2: Sneladvies Verplicht clientonderzoek biedt geen benchmark

Drie knelpunten van gemeenten bij taakgerichte populatiebekostiging. Platform31 bracht twintig experts bij elkaar, van ervaringsdeskundigen tot juridisch experts, om te zoeken naar oplossingen. Zodat uw gemeente moeiteloos om vergelijkbare hobbels heen kan laveren. Deze keer in deel 2 het knelpunt: Verplicht cliëntonderzoek biedt geen benchmark (Heerlen en Alphen aan den Rijn).

  • Wens: Inzicht in de tevredenheid van cliënten.
  • Probleem: Voor het verplichte clientonderzoek in het kader van de WMO is geen goede benchmark.

De case

Gemeenten zijn op grond van artikel 2.5.1. van de WMO 2015 wettelijk verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te voeren. Daarvoor is een standaardvragenlijst, zodat de resultaten ook als benchmark kunnen fungeren. Het uiteindelijk doel daarvan is het verbeteren van het beleid en de uitvoering.

Nu worden alleen cliënten in het onderzoek meegenomen die een WMO-indicatie hebben. Gemeenten als Heerlen en Alphen werken voor het grootste deel indicatieloos. Daardoor sturen zij, net als alle gemeenten die lump sum financieren, gegevens door van slechts een kleine groep mensen. In Heerlen gaat het dan alleen om huishoudelijke hulp, vervoer op maat, woningaanpassing en de toekenning van een scootmobiel. De resultaten van het CEO zijn daarmee niet goed te vergelijken met die van gemeenten die voor vooral met maatwerkbeschikkingen werken. Gemist wordt een verduidelijking daarvan bij publicatie van de landelijke informatie van het CEO. Maar het roept ook de vraag op hoe de gemeenten die vooral indicatieloos werken, inzicht kunnen krijgen in tevredenheid. En wat werkt beter voor meer inzicht in de dienstverlening: individueel of meer gezamenlijk organiseren?

Advies

Het knelpunt rond het cliëntervaringsonderzoek wordt herkend. Advies: zorg in ieder geval voor clienttevredenheidmonitoring in je gemeente. Van resultaten kun je leren en die kun je betrekken in de dienstverlening. Dat is extra belangrijk, omdat bij taakgerichte populatiebekostiging sprake is van lange contractperiodes en tussentijdse bijstelling wenselijk is. Informatie over cliënttevredenheid is ook relevant voor de volgende aanbesteding. Gemeenten zijn nog zoekende naar de manier waarop ze cliënttevredenheid het beste kunnen monitoren en meten, met meer kwantitatief of meer kwalitatief onderzoek.

Hoe dat onderzoek georganiseerd moet worden, is onbeslist. Er zijn voor- en nadelen aan beide mogelijkheden. Door eigen onderzoek kunnen professionals leren en kritisch reflecteren op eigen handelen. Laat hen daarom in gesprek gaan met cliënten. Belangrijk is wel dat de cliënten zich vrij voelen om te zeggen wat ze vinden. Anderen pleiten voor onafhankelijk onderzoek, liefst ook breed, in meerdere gemeenten. Een onafhankelijk onderzoek biedt meer garantie dat mensen zich vrij uitspreken. Sowieso moeten gemeenten die zo in netwerken bezig zijn oppassen dat de slager zijn eigen vlees keurt. Dat risico is er altijd, want een netwerk kan ook een bolwerk worden.

Volgende keer in deel 3: Hoe krijg je snel inzicht in de voortgang van de transformatie, terwijl effecten pas op de lange termijn meetbaar zijn? (Alphen aan den Rijn)

Koplopergemeenten delen kennis in webinar Taakgerichte Populatiebekostiging

De adviezen komen van twintig deelnemers van de webinar Taakgerichte Populatiebekostiging van Platform31. Deze deelnemers bestaan uit praktijkdeskundigen en juridische experts, en werken bij gemeenten, ministeries (BZK en VWS), VNG, I-Sociaal Domein, een welzijnsorganisatie, een advocatenkantoor en adviesbureau.

De koplopergemeenten Heerlen, Alphen aan den Rijn, Utrecht en Lelystad deelden dit jaar twee keer – met Platform31 als kritisch meedenker – hun ervaringen en kennis rond taakgerichte populatiebekostiging. Deze vorm van bekostiging in het sociaal domein is nog tamelijk nieuw. De vier steden zijn koplopers met de toepassing. Zij kozen voor deze vorm van lumpsumbekostiging, omdat ze meenden daarmee de ambities van de transformatie goed te kunnen realiseren. Ook verwachtten zij zo te kunnen besparen. Met de taakgerichte populatiebekostiging en door meer indicatieloos te werken, geven ze uitvoerders meer ruimte om zelf te bepalen op welke wijze zij de inwoners willen ondersteunen. Dat kan ook makkelijker over de schotten van domeinen heen.