De wijk als gedeelde verantwoordelijkheid

Column: Karakus in de wijk

Wie is verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de kwetsbare wijken? Die vraag ligt sinds kort weer op eenieders bordje. Want als er één conclusie kan worden getrokken uit het onlangs verschenen onderzoek Veerkracht in het corporatiebezit, dan is het wel dat we weer massaal in actie moeten komen om het ontstaan van nieuwe probleemwijken een halt toe te roepen.

Gelukkig kreeg het rapport de nodige aandacht. We willen in Nederland immers geen wijken waarin alleen nog maar het meest kwetsbare deel van de bevolking is gehuisvest. We gingen toch voor ongedeelde steden met inclusieve wijken en buurten, weet u nog? Juist om een concentratie van economische, sociale en maatschappelijke problemen te voorkomen.

Het Rijk legt de verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid in wijken en buurten voor een belangrijk deel bij gemeenten, woningcorporaties, zorginstellingen, de politie en andere lokaal opererende instanties. Feit is echter dat diezelfde rijksoverheid beleid voert waardoor deze partijen op z’n minst het gevoel krijgen dat zij die verantwoordelijkheid niet of nauwelijks meer kunnen nemen.

Zo hebben de meeste gemeenten geen of onvoldoende budget om te investeren of investeringen te stimuleren waarmee ze de complexe stapeling van problemen in deze wijken kunnen oplossen. Wethouders financiën die dat geld wel kunnen vinden en ook besluiten om te investeren, worden al snel geconfronteerd met stijgende WOZ-waarden en OZB-opbrengsten, wat weer leidt tot een korting op de bijdrage uit het Gemeentefonds. Ze worden met andere woorden gepakt op hun eigen succes.

Woningcorporaties op hun beurt, kampen met een inperking van hun takenpakket en een forse financiële afdracht aan de schatkist. De 20 procent ruimte die corporaties wel hebben om mensen met hoger inkomen te huisvesten in sociale huur, vullen zij vrijwel niet in. Dat leidt ertoe dat woningzoekenden met een laag inkomen of kwetsbare doelgroepen meestal terechtkomen in oude stadswijken, waar vaak goedkope en minder aantrekkelijke woningen staan. Juist in deze wijken is vaker sprake van overlast en verloedering.

De enige partij die vrij spel heeft, is de markt. Die kiest vooral voor rendement op de korte termijn. Zo wordt de betaalbare voorraad massaal voor de neus van starters en middeninkomens opgekocht en tegen veel hogere huurprijzen weer in de markt gezet. Dikwijls aan dezelfde mensen die achter het (koop-)net visten!

De conclusie is wrang: veel partijen die in de wijken en buurten actief zijn, worden op de een of andere manier belemmerd. Moet de bevolking het dan maar zelf zien op te lossen? Alle mooie teksten over zelfredzaamheid en burgerparticipatie ten spijt: juist het meest kwetsbare deel van de bevolking, waar we het hier over hebben, is niet bij machte om hier vorm en inhoud aan te geven.

Het is hoog tijd dat we met elkaar deze impasse doorbreken. Aan de rijksoverheid: blijf niet op afstand en bied juist meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld door gemeenten via het Gemeentefonds meer armslag en woningcorporaties meer speelruimte te geven.

Tegelijkertijd moeten we niet alléén met de vinger naar het Rijk wijzen. Gemeenten, corporaties, zorg en welzijn, politie: maak van leefbaarheid in wijken en buurten een gedeelde prioriteit en verantwoordelijkheid. Zoek actief de samenwerking, zowel op de werkvloer als op managementniveau. Stap af van de doelgroepenbenadering en kijk op wijk- en buurtniveau en van deur tot deur wat er werkelijk nodig is en lever samen het vereiste maatwerk om de kwaliteit van het leven van bewoners te verhogen. We kunnen er wat mij betreft niet snel genoeg mee beginnen!