De tragiek van de arbeidsmigrant

Column: Karakus in de wijk

Jaren geleden stelden arbeidsmigranten uit voormalig Oost-Europa een stad als Rotterdam voor de nodige problemen. Ze waren met teveel, woonden op een kluitje in te kleine en slecht onderhouden woningen en veroorzaakten de nodige overlast, met name in die wijken en buurten waar de leefbaarheid sowieso al onder druk stond. Hun eigen situatie was niet veel minder problematisch. Velen werden uitgebuit door hun werkgevers en door de samenleving met de nek aangekeken.

De wens om aan deze erbarmelijke woon-, werk- en leefomstandigheden een einde aan te maken leidde tot een stroom aan onderzoek, pilots en beleidsmaatregelen. In de tijd dat het thema – aangezwengeld door het Rijk – nog op de lokale agenda’s stond, zijn er talloze plannen en beleidsstukken opgesteld om de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren. Kennisinstellingen ontwikkelden in korte tijd veel kennis en deden ook ervaring op met een praktische aanpak van de problemen in wijken en buurten. En zo was de arbeidsmigrant al snel weer uit het publieke debat verdwenen.

Ten onrechte, zo blijkt nu. Want de problemen zijn helemaal niet opgelost of verdwenen; ze zijn naar de achtergrond gedrukt onder invloed van de economische voorspoed en hebben zich verplaatst naar de randen van de stad, het buitengebied en de minder populaire vakantieparken. De overlast is vergelijkbaar; alleen hebben minder mensen er last van. En de woon-, werk- en leefomstandigheden van de mensen om wie het hier gaat zijn in veel gevallen nog net zo schrijnend als voorheen.

De wrange conclusie is dat van alle plannen en beleidsvoornemens vrijwel niets is gerealiseerd en dat van de ontwikkelde kennis en opgedane ervaring nauwelijks gebruik is gemaakt. Niet omdat er te weinig mensen en middelen waren, maar omdat gemeentebesturen massaal zijn teruggekrabbeld. Zij hebben geen of te weinig gebruik gemaakt van hun doorzettingsmacht, in de wetenschap dat de benarde positie van arbeidsmigranten niet tot zichtbare maatschappelijke problemen lijdt.

Daardoor is er bijvoorbeeld niets terechtgekomen van de afspraken tussen gemeenten en het Rijk over de realisatie van extra woningen voor arbeidsmigranten. Het Rijk lijkt deze afspraken vergeten te zijn, terwijl gemeenten de verantwoordelijkheid vooral bij de werkgevers neerleggen, zonder zelf met locaties of ondersteuning over de brug te komen.

Het is de tragiek van de hedendaagse arbeidsmigrant: iedereen onderkent zijn problemen, maar vrijwel niemand voelt zich meer geroepen er iets aan te doen. Nederland wil maar wat graag profiteren van de economische meerwaarde van de arbeidsmigrant, maar ziet hem of haar na werktijd het liefst in het niets oplossen.

Ondertussen neemt de urgentie om hier serieus werk van te maken alleen maar toe. Enerzijds omdat het tekort aan personeel zich met name in de arbeidsintensieve sectoren steeds harder laat voelen. Hoe benarder de positie van arbeidsmigranten in Nederland wordt, des te lastiger zal het zijn ze bereid te vinden hier in de toekomst nog te komen werken. Met alle nadelige gevolgen voor de Nederlandse economie van dien.

Anderzijds omdat de gesignaleerde problemen een bom leggen onder het draagvlak in de samenleving voor de toestroom van nieuwe arbeidsmigranten. Alleen door de sociaal-maatschappelijke effecten van de instroom van arbeidsmigranten te onderkennen en hier adequaat op in te spelen, kan onrust hierover onder de bevolking worden bestreden en waar mogelijk worden voorkomen.

Een adequate aanpak is een integrale aanpak. Een aanpak met andere woorden, die is gericht op een verbetering van de huisvesting, het voorkomen van eenzaamheid, schulden en armoede en het waarborgen van goede arbeidsomstandigheden en gelijke arbeidsvoorwaarden. Een aanpak ook die door ons allen wordt gedragen. Want het is deels maar zeker niet alleen de verantwoordelijkheid van de werkgevers of de gemeenten. Het is de verantwoordelijkheid van iedereen om de arbeidsmigrant een prominente plek te geven op de politiek-bestuurlijke en sociaalmaatschappelijke agenda. De nodige praktisch toepasbare kennis is volop aanwezig om daarbij de helpende hand te kunnen bieden. Het wordt hoog tijd om die kennis stevig te laten landen.