De handen ineen: optimale samenwerking bij actieprogramma Weer Thuis

Gemeenten, corporaties en zorginstellingen moeten samen aan de slag met de opgave om mensen uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen een ‘zachte landing’ in de maatschappij te geven. Het vinden van een optimale samenwerking blijkt vaak lastig. Waarom lukt het ons niet om van wal te komen en hoe voorkomen we dat we binnen de samenwerking in een impasse terecht komen? Welke instrumenten en inzichten helpen ons om in gezamenlijkheid de extramuralisering vorm te geven? Deze vragen stonden centraal tijdens het eerste landelijke werkatelier van het actieprogramma Weer Thuis en Platform31 op 24 september in Utrecht. Verschillende bestuurders en procesregisseurs van 10 deelnemende regio’s aan het actieprogramma kwamen in grote getalen bijeen om ervaringen uit te wisselen. Hieronder is een korte impressie van de middag te lezen.

Eric Dannenberg :“We hebben in Nederland meer dan in elk ander land mensen met een beperking op een zijspoor geplaatst. Hierdoor is het aantal daklozen verdubbeld. Je komt in dit land makkelijker op straat dan eraf. De processen bij instanties zijn daar niet op gericht. Het is tijd voor actie.”

Aftrap over de opgave Weer thuis in de wijk

Erik Dannenberg, voormalig voorzitter van de commissie Toekomst Beschermd wonen en voorzitter van Divosa, opende het werkatelier. Hij riep vanaf de eerste minuut op tot actie en schetste een aantal concrete thema’s waarop dit mogelijk is.

  • Processen verbeteren door contact met de cliënt: Zie een cliënt niet sec als een aanvrager voor beschermd wonen, maar als een persoon met specifieke behoeften en kansen. Als je weet wat er speelt bij de doelgroep komt dat de samenwerking met de andere organisaties binnen de opgave ten goede. Dan kun je beleid niet alleen op basis van onderzoeken maken, maar juist ook op basis van praktijksignalen en hierdoor sneller overgaan naar actie. Vraag de aanvrager dus eerst: ‘Welke signalen hebben we gemist, wat had u twee jaar geleden nodig?’, alvorens in te gaan op administratieve taken als het noteren van persoonsgegevens en adres.
  • Versimpelen: De procedures van de individuele partijen zitten elkaar soms in de weg waardoor ze niet helpend zijn aan de opgave. Een concreet voorbeeld: Gemeenten starten schuldsanering niet als iemand geen woning heeft, terwijl woningcorporaties geen woning kunnen aanbieden als iemand geen inkomen heeft.
  • Breed perspectief: Richt je als beleidsmaker niet alleen op professionals en instanties, maar stuur binnen een wijk ook op sociale controle. Betrek de groep mensen waar het goed mee gaat (vaak zo’n 85 procent van de bewoners in de wijk) in je plan. Zij kunnen een rol spelen in het bij ondersteunen van zwakkere bewoners, maar moeten daarvoor wel handvatten krijgen via bijvoorbeeld school, huisarts of buurthuis.

Kijk op de doelgroep en hun behoeften

Het verhaal van Judith Wolf, hoogleraar maatschappelijke zorg aan het Radboud UMC en directeur Impuls, onderzoekscentrum maatschappelijke zorg, bood een mooi vervolg op het betoog van Dannenberg. Zij ging dieper in op de leefwereld van de doelgroep. Wat betekent het voor mensen om in de samenleving op achterstand te staan en dakloos te zijn? Wat zijn de belangrijke pijlers van sociale inclusie? Welke condities zijn nodig voor een ‘beschermd thuis’?

Op basis van de resultaten uit langdurig onderzoek is te zien hoe voorkomen kan worden dat mensen instromen in maatschappelijke opvang, en wat nodig is om uitstroom succesvol te laten zijn. Enkele van de conclusies zijn:

  • Zorg dat je aandacht hebt voor schuldenproblematiek bij cliënten. Schulden leiden vaak tot instroom in de maatschappelijke opvang.
  • Hou oog voor de stapeling van problematiek. Vaak hebben mensen uit de doelgroep niet één probleem, maar meerdere problemen. Naast financiële problematiek is sociale uitsluiting veelal ook aan de orde. Ook mensen in een zelfstandige woning kunnen zich sterk sociaal uitgesloten. Heb (en houd) hier oog voor!
  • Mensen die na lange tijd (of voor het eerst) een eigen woning betrekken hebben ontwikkeltijd nodig. Zij moeten zichzelf opnieuw uitvinden en leren om te wonen.

Een voorbeeld van een aanpak die Judith Wolf noemde is de Critical Time Intervention. Binnen deze aanpak worden mensen uit de omgeving geïntroduceerd als een sociaal steunsysteem. Dit systeem kan emotionele en praktische steun bieden waardoor mensen makkelijker een verandering in de woonsituatie doorstaan. Tijdens het werkatelier refereerde Judith naar het kader ‘Niemand tussen wal en schip’ over maatschappelijke zorg voor mensen in multi-probleemsituaties. Hierin wordt een beeld gegeven van de doelgroep en de inrichting en kwaliteit van de zorg. De twee belangrijke opgaven voor gemeenten en partners zijn volgens Judith: richt je op het behouden van een (goed) thuis voor bewoners. Dit kun je bereiken door te voorkomen dat mensen instromen in de opvang. Ten tweede, wijken gereed maken voor het concept ‘inclusief wonen’ is van groot belang. Hierbij kun je inzetten op het versnellen van de uitstroom.

Workshops: ervaringen uit de praktijk over wat werkt en hoe?

Om de gewenste kwaliteit en inrichting van zorg voor deze doelgroep te bereiken moeten partijen met elkaar samenwerken. In de workshops werd een verdiepingsslag gemaakt door de regio’s die vertelden over hun succesvolle samenwerking en oplossingen. De focus in deze workshops lag met name op het proces hoe men daartoe gekomen is.

In Assen maken ze gebruik van uitstroomprofielen. Gea Veldmeijer van Actium Wonen en Ina Roelfsema van de gemeente Assen vertelden over hoe ze tot de indeling van vijf woonvormen zijn gekomen en het bijbehorend profiel van de bewoner. Samen met de doelgroep heeft de gemeente, corporatie en zorginstelling deze profielen opgesteld. Op basis van de type woonvormen hebben ze gezamenlijk afgesproken over welke passende vaardigheden een bewoner dient te beschikken. Denk hierbij aan de woonvaardigheden, maar ook omgaan met geld en ondersteuning op het gebied van persoonlijke verzorging. Vervolgens hebben ze met inzet van een klantreis gekeken waar de knelpunten zitten als het gaat begeleiding naar een passende woonvorm. Hier hebben de professionals het met elkaar over en zorgen voor verbetering. Ook hebben ze een woontraining ontwikkeld: wat verwachten we als verhuurder van iemand die zelfstandig woont. In de samenwerking met de drie partijen worden jaarlijks afspraken gemaakt over aantallen woningen, de spreiding over de regio en de zachte landing in de wijk. Al met al, een intensief traject. Maar het loont, alle partijen ervaren dat het nodig is om samen te werken in de uitstroom in deze regio.

De realisatie van een transferpunt voor de uit- en doorstroom beschermd wonen was in Venlo de oplossing om de samenwerking vlot te laten verlopen. Partijen waren niet goed op elkaar ingespeeld en het lukte niet om onderling afspraken te maken, vertelde Tom Houben, beleidsadviseur gemeente Venlo. Het kostte even wat tijd en aandacht om uiteindelijk een projectleider voor de opgave aan te stellen. Maar de gemeente nam de regie. Door te werken vanuit de gezamenlijk ambitie, tijd voor de relaties te hebben is er nu een herkenbaar proces.
Lees het interview met Tom Houben, beleidsadviseur bij gemeente Venlo

De Centrale Intake Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen Twente (CIMOT) is het punt waar alle informatie bij elkaar komt voor de mensen (18+) die in aanmerking komen voor wonen en ondersteuning na beschermd wonen. Betsy Letteboer, aandachts-functionaris wonen, is de trekker van dit orgaan en het gezicht voor de betrokken partijen en organisaties. Het succes van deze aanpak is dat er bij aanvang een werkgroep is geformeerd, met mensen met daadkracht en draagvlak uit de betrokken organisaties die actief zijn voor de opgave om niemand op straat te laten slapen. Bovendien waren organisaties bereid om een deel van de autonomie in te leveren. Betsy legt de verbindingen tussen organisaties. Het moet helder zijn wat je van elkaar verwacht en erkenning krijgen voor wat je met elkaar doet. Zo is de uitstroom in Twente georganiseerd. De lijnen zijn nu ultrakort, waardoor corporaties altijd binnen een half jaar een passende woning vinden en er ambulante zorg na beschermd wonen is geborgd.

Susan van Klaveren, projectleider bij Platform31, stelt dat een passende woning een preventiemiddel kan zijn voor probleemgedrag. Het is niet de geboden zorg die centraal zou moeten staan, maar de wensen van de persoon voor een bepaalde woonvorm. Een fijne woonomgeving draagt bij aan de stabiliteit en het welzijn van een cliënt. Zij ziet dat er een breed arsenaal aan ‘woonvarianten’ nodig is om tegemoet te komen aan de verscheidenheid van de woonwensen van kwetsbare mensen. Ook de visie op de weg die een cliënt moet afleggen naar een zelfstandige woonruimte is veranderd. Voorheen moesten mensen ‘leren wonen’ middels de woonladder waarbij de mate van zelfstandigheid bij elke trede groter werd. Mensen werden dan wel steeds verplaatst naar een andere woonomgeving wat weer veel onrust met zich mee bracht. Nu leren we dat het ‘Housing First’ principe beter werkt waarbij mensen direct een eigen woning krijgen. Het is dus tijd om met elkaar niet alleen na te denken over de kwantiteit van de woningen, maar ook de kwaliteit.

En nu: handen uit de mouwen!

Eenmaal teruggekeerd in de Grote Zaal, blikten Netty van Triest (projectleider Platform31) en Erwin van Leeuwen (projectleider WeerThuis) vooruit op de lopende projecten binnen Weer Thuis. Hierbij benadrukte Netty met name de rol (en het nut) van de praktijklabs waarin corporaties, zorginstellingen en gemeenten op regionaal niveau samenwerken. Door regio’s onderling te vergelijken, komen duidelijke verschillen in aanpak en problematiek naar voren. Tegelijkertijd laten deze praktijklabs zien dat er voor elke situatie een eigen aanpak en oplossing is. Het excuus om niet te gaan samenwerken wordt hiermee weggeveegd. Tijd om gehoor te geven aan de oproep van Erik Dannenberg: ACTIE!

Meer informatie

  • Project Weer thuis: meerpartijensamenwerking
    Als onderdeel van het landelijke actieprogramma Weer Thuis! organiseert Platform31 voor professionals leeractiviteiten op het thema samenwerken met meerdere partijen.
    Meer informatie
  • Programma Wonen en zorg
    Platform31 bundelt de belangrijkste kennis over wonen en zorg voor u op een overzichtelijke pagina. Op deze pagina koppelen we beschikbare kennis aan stedelijke praktijk, stellen relevante kennis beschikbaar en informeren over de nieuwste trends en ontwikkelingen.
    Meer informatie