De basis

Column Yasin Torunoglu, wethouder gemeente Eindhoven

Armoede, huiselijk geweld, invloedrijke patsers en afglijdende jongeren. Maar ook integratie, gezelligheid, oog voor elkaar en hart voor de buurt. Ik zag het elke dag om me heen in de wijk waar ik opgroeide, in het Eindhovense stadsdeel Tongelre. Toen al besefte ik dat het ertoe doet waar je opgroeit en woont. Je wijk drukt een stempel op de rest van je leven zoals ook je opleiding, etnische achtergrond en je opvoeding dat doen. Alleen daarom al is de wijkgerichte aanpak voor mij een belangrijke basis voor elke gemeente, voor álle werkzaamheden.

Toen ik de politiek inrolde als student, wist ik dan ook meteen waar mijn focus zou liggen. Wonen en wijken als thema, en de wijkbewoners als belangrijke meetlat voor het succes van mijn politieke keuzes. Als een ‘Alice in Wonderland’ keek ik om me heen en zag hoe de wijk in de politieke en ambtelijke omgeving voor veel mensen een relatief abstract begrip werd. Een beleidsonderwerp om te bestuderen, analyseren en bij te sturen. Op basis van relatief oppervlakkige gegevens, dat ook nog eens.

Dat is natuurlijk raar, als je bedenkt dat iedereen in een wijk woont. Maar het leek wel alsof politici en ambtenaren hun bewonersbril afzetten, zodra ze de gemeentelijke arena betraden. Ik besloot meteen om het anders te doen. Het belangrijkste netwerk van een bestuurder bevindt zich immers niet in de Tweede Kamer of de boardroom, maar in de wijk. Als je niet wil loszingen van de dagelijkse realiteit, moet je jezelf er met grote regelmaat in onderdompelen. Hup, uit die ivoren toren en de keien op, het buurthuis in en vergaderen aan keukentafels.

In de afgelopen 10 jaar is er gelukkig veel veranderd. Politici hebben door dat zij niet alleen om de vier jaar de wijk in moeten, als er verkiezingen zijn. Ambtelijke organisaties richten zich meer en meer op de wijk en gebiedsgericht werken. Al is de doorzettingsmacht van de wijkwerker vaak nog een probleem en blijven de inhoudsdeskundigen aan het roer staan van de investeringen en projecten die uiteindelijk landen in de wijk. Procedures, beleidsuitgangspunten, begrotingen en andere politieke keuzes op stedelijk niveau belemmeren de flexibiliteit die het wijkwerk zo hard nodig heeft.

De systeemwereld van de gemeente en de leefwereld van de inwoner botsen nog dagelijks. De wijkwerker heeft het er zwaar mee, als de ‘middle man’. Daarom probeer ik me als wethouder vaak op te stellen als supporter van de gebiedscoördinatoren, zoals onze wijkwerkers heten. Maar ik ben ook wethouder van ruimtelijke ontwikkeling, dus ook op mijn bureau en in mijn hoofd botsen de werelden regelmatig. De vraag is wat je daaraan kunt doen. Hoe kun je zorgen dat er een gezonde balans ontstaat tussen beleid, structuur en bestuur aan de ene kant en woongenot, veiligheid en gezelligheid aan de andere kant?

Het antwoord zit wat mij betreft in inwonersparticipatie. Een systeemwereld-woord voor samenwerking tussen inwoners en overheid. Let wel: echte samenwerking, geen excuus-inspraaktrajectjes om beoogd beleid te rechtvaardigen. Dat vraagt om moed, geduld en inlevingsvermogen van politici en ambtelijke organisaties. En het vraagt om betrokkenheid van inwoners bij hun eigen leefomgeving. In de afgelopen jaren zagen we weliswaar een toename in gemeenten die met samenspraak en burgerparticipatie aan de slag gingen. Maar we zagen tegelijk ook hoe het actief burgerschap – waar Eindhoven een sterke traditie in heeft – meer en meer werd gedragen door de zogeheten ‘zilveren kracht’ van de samenleving. Het is te kwetsbaar om te steunen op één generatie.

Echte inwonersparticipatie moet van iedereen zijn. En dus is het belangrijk dat de overheid echt tijd en middelen investeert aan samenwerking met de wijk. Meer ambtenaren de wijk instuurt; niet alleen de wijkwerker maar ook de vakspecialist. Nieuwe middelen inzet, anders dan de bijeenkomst in het buurthuis of de inspraakavond op het gemeentehuis. Nieuwe doelgroepen aanboort via sociale media, scholen, appgroepen, verenigingen en andere plekken waar mensen bij elkaar komen. Systemen op de schop gooit, die niet aansluiten op de dagelijkse praktijk.

Kortom: wat mij betreft mag de wijkgerichtheid van lokale overheden een flinke stap verder gaan. Een vreedzame revolutie op het gemeentehuis én in de wijken. Wijkwerk is geen sluitpost of pleisters plakken, maar de basis. Om met een woordgrapje van mede-Eindhovenaar Theo Maassen te spreken: het wordt tijd dat we allemaal weer beseffen wie er in de wijk de baas is. Ook als de verkiezingen nog ver weg zijn.

Ik ben benieuwd hoe een corporatiebestuurder als René Scherpenisse daar tegenaan kijkt en geef daarom het estafettestokje graag aan hem door.

Yasin Torunoglu, wethouder gemeente Eindhoven